Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v1.41.2
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Acts
Acts
23
NLD
BSB
A
a
Acts 23
23
Acts
Paul's arrest and journey to Rome
Dutch Bible 1917
Paul
, person
Rome
, place
Caesarea
, place
Felix
, person
Jerusalem
, place
Herod
, person
Cilicia
, place
Lysias
, person
2 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.
BSB
BSB:
Paul looked directly at the Sanhedrin and said, “Brothers, I have conducted myself before God in all good conscience to this day.”
2
NLD
Maar de hogepriester Ananias beval dengenen, die bij hem stonden, dat zij hem op den mond zouden slaan.
BSB
BSB:
At this, the high priest Ananias ordered those standing near Paul to strike him on the mouth.
3
NLD
Toen zeide Paulus tot hem: God zal u slaan, gij gewitte wand! Zit gij ook om mij te oordelen naar de wet, en beveelt gij, tegen de wet, dat men mij zal slaan?
BSB
BSB:
Then Paul said to him, “God will strike you, you whitewashed wall! You sit here to judge me according to the law, yet you yourself violate the law by commanding that I be struck.”
4
NLD
En die daarbij stonden, zeiden: Scheldt gij den hogepriester Gods?
BSB
BSB:
But those standing nearby said, “How dare you insult the high priest of God!”
5
NLD
En Paulus zeide: Ik wist niet, broeders! dat het de hogepriester was; want er is geschreven: Den overste uws volks zult gij niet vloeken.
BSB
BSB:
“Brothers,” Paul replied, “I was not aware that he was the high priest, for it is written: ‘Do not speak evil about the ruler of your people.’”
6
NLD
En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceen, en het andere van de Farizeen, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeer, eens Farizeers zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.
BSB
BSB:
Then Paul, knowing that some of them were Sadducees and the others Pharisees, called out in the Sanhedrin, “Brothers, I am a Pharisee, the son of a Pharisee. It is because of my hope in the resurrection of the dead that I am on trial.”
7
NLD
En als hij dit gesproken had, ontstond er tweedracht tussen de Farizeen en de Sadduceen, en de menigte werd verdeeld.
BSB
BSB:
As soon as he had said this, a dispute broke out between the Pharisees and Sadducees, and the assembly was divided.
8
NLD
Want de Sadduceen zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeen belijden het beide.
BSB
BSB:
For the Sadducees say that there is neither a resurrection nor angels nor spirits, but the Pharisees acknowledge them all.
9
NLD
En er geschiedde een groot geroep; en de Schriftgeleerden van de zijde der Farizeen stonden op, en streden, zeggende: Wij vinden geen kwaad in dezen mens; en indien een geest tot hem gesproken heeft, of een engel, laat ons tegen God niet strijden.
BSB
BSB:
A great clamor arose, and some scribes from the party of the Pharisees got up and contended sharply, “We find nothing wrong with this man. What if a spirit or an angel has spoken to him?”
10
NLD
En als er grote tweedracht ontstaan was, de overste, vrezende, dat Paulus van hen verscheurd mocht worden, gebood, dat het krijgsvolk zou afkomen, en hem uit het midden van hen wegrukken, en in de legerplaats brengen.
BSB
BSB:
The dispute grew so violent that the commander was afraid they would tear Paul to pieces. He ordered the soldiers to go down and remove him by force and bring him into the barracks.
11
NLD
En den volgenden nacht stond de Heere bij hem, en zeide: Heb goeden moed, Paulus, want gelijk gij te Jeruzalem van Mij betuigd hebt alzo moet gij ook te Rome getuigen.
BSB
BSB:
The following night the Lord stood near Paul and said,
“Take courage! As you have testified about Me in Jerusalem, so also you must testify in Rome.”
12
NLD
En als het dag geworden was, maakten sommigen van de Joden een samenrotting, en vervloekten zichzelven, zeggende, dat zij noch eten noch drinken zouden, totdat zij Paulus zouden gedood hebben.
BSB
BSB:
When daylight came, the Jews formed a conspiracy and bound themselves with an oath not to eat or drink until they had killed Paul.
13
NLD
En zij waren meer dan veertig, die dezen eed te zamen gedaan hadden;
BSB
BSB:
More than forty of them were involved in this plot.
14
NLD
Dewelke gingen tot de overpriesters en de ouderlingen, en zeiden: Wij hebben ons zelven met vervloeking vervloekt, niets te zullen nuttigen, totdat wij Paulus zullen gedood hebben.
BSB
BSB:
They went to the chief priests and elders and said, “We have bound ourselves with a solemn oath not to eat anything until we have killed Paul.
15
NLD
Gij dan nu, laat den overste weten met den raad, dat hij hem morgen tot u afbrenge, alsof gij nadere kennis zoudt nemen van zijn zaken; en wij zijn bereid hem om te brengen, eer hij bij u komt.
BSB
BSB:
Now then, you and the Sanhedrin petition the commander to bring him down to you on the pretext of examining his case more carefully. We are ready to kill him on the way.”
16
NLD
En als de zoon van Paulus' zuster deze lage gehoord had, kwam hij daar, en ging in de legerplaats, en boodschapte het Paulus.
BSB
BSB:
But when the son of Paul’s sister heard about the plot, he went into the barracks and told Paul.
17
NLD
En Paulus riep tot zich een van de hoofdmannen over honderd, en zeide: Leid dezen jongeling heen tot den overste; want hij heeft hem wat te boodschappen.
BSB
BSB:
Then Paul called one of the centurions and said, “Take this young man to the commander; he has something to tell him.”
18
NLD
Deze dan nam hem en bracht hem tot den overste, en zeide: Paulus, de gevangene, heeft mij tot zich geroepen, en begeerd, dat ik dezen jongeling tot u zou brengen, die u wat heeft te zeggen.
BSB
BSB:
So the centurion took him to the commander and said, “Paul the prisoner sent and asked me to bring this young man to you. He has something to tell you.”
19
NLD
De overste nu nam hem bij de hand, en bezijden gegaan zijnde, vraagde hij: Wat is het dat gij mij hebt te boodschappen?
BSB
BSB:
The commander took the young man by the hand, drew him aside, and asked, “What do you need to tell me?”
20
NLD
En hij zeide: De Joden zijn overeengekomen, om van u te begeren, dat gij Paulus morgen in den raad zoudt afbrengen, alsof zij iets van hem nader zouden onderzoeken.
BSB
BSB:
He answered, “The Jews have agreed to ask you to bring Paul to the Sanhedrin tomorrow on the pretext of acquiring more information about him.
21
NLD
Doch geloof hen niet; want meer dan veertig mannen uit hen leggen hem lagen, welke zichzelven met een vervloeking verbonden hebben noch te eten noch te drinken, totdat zij hem zullen omgebracht hebben; en zij zijn nu gereed, verwachtende de toezegging van u.
BSB
BSB:
Do not let them persuade you, because more than forty men are waiting to ambush him. They have bound themselves with an oath not to eat or drink until they have killed him; they are ready now, awaiting your consent.”
22
NLD
De overste dan liet den jongeling gaan, hem gebiedende: Zeg niemand voort, dat gij mij zulks geopenbaard hebt.
BSB
BSB:
So the commander dismissed the young man and instructed him, “Do not tell anyone that you have reported this to me.”
23
NLD
En zekere twee van de hoofdmannen over honderd tot zich geroepen hebbende, zeide hij: Maakt tweehonderd krijgsknechten gereed, opdat zij naar Cesarea trekken, en zeventig ruiters, en tweehonderd schutters, tegen de derde ure des nachts;
BSB
BSB:
Then he called two of his centurions and said, “Prepare two hundred soldiers, seventy horsemen, and two hundred spearmen to go to Caesarea in the third hour of the night.
24
NLD
En laat ze zadel beesten bestellen, opdat zij Paulus daarop zetten, en behouden overbrengen tot den stadhouder Felix.
BSB
BSB:
Provide mounts for Paul to take him safely to Governor Felix.”
25
NLD
En hij schreef een brief, hebbende dezen inhoud:
BSB
BSB:
And he wrote the following letter:
26
NLD
Claudius Lysias aan den machtigsten stadhouder Felix groetenis.
BSB
BSB:
Claudius Lysias, To His Excellency, Governor Felix: Greetings.
27
NLD
Alzo deze man van de Joden gegrepen was, en van hen omgebracht zou geworden zijn, ben ik daarover gekomen met het krijgsvolk, en heb hem hun ontnomen, bericht zijnde, dat hij een Romein is.
BSB
BSB:
This man was seized by the Jews, and they were about to kill him when I came with my troops to rescue him. For I had learned that he is a Roman citizen,
28
NLD
En willende de zaak weten, waarover zij hem beschuldigden, bracht ik hem af in hun raad;
BSB
BSB:
and since I wanted to understand their charges against him, I brought him down to their Sanhedrin.
29
NLD
Welken ik bevond beschuldigd te worden over vragen hunner wet; maar geen beschuldiging tegen hem te zijn, die den dood of banden waardig is.
BSB
BSB:
I found that the accusation involved questions about their own law, but there was no charge worthy of death or imprisonment.
30
NLD
En als mij te kennen gegeven was, dat van de Joden een lage tegen deze man gelegd zou worden, zo heb ik hem terstond aan u gezonden; gebiedende ook den beschuldigers voor u te zeggen, hetgeen zij tegen hem hadden. Vaarwel.
BSB
BSB:
When I was informed that there was a plot against the man, I sent him to you at once. I also instructed his accusers to present their case against him before you.
31
NLD
De krijgsknechten dan, gelijk hun bevolen was, namen Paulus, en brachten hem des nachts tot Antipatris.
BSB
BSB:
So the soldiers followed their orders and brought Paul by night to Antipatris.
32
NLD
En des anderen daags, latende de ruiters met hem trekken, keerden zij wederom naar de legerplaats.
BSB
BSB:
The next day they returned to the barracks and let the horsemen go on with him.
33
NLD
Dewelken als zij te Cesarea gekomen waren, en den brief den stadhouder overgeleverd hadden, hebben zij ook Paulus voor hem gesteld.
BSB
BSB:
When the horsemen arrived in Caesarea, they delivered the letter to the governor and presented Paul to him.
34
NLD
En de stadhouder, den brief gelezen hebbende, vraagde, uit wat provincie hij was; en verstaande, dat hij van Cilicie was,
BSB
BSB:
The governor read the letter and asked what province Paul was from. Learning that he was from Cilicia,
35
NLD
Zeide hij: Ik zal u horen, als ook uw beschuldigers hier zullen gekomen zijn. En hij beval, dat hij in het rechthuis van Herodes zou bewaard worden.
BSB
BSB:
he said, “I will hear your case when your accusers arrive.” Then he ordered that Paul be kept under guard in Herod’s Praetorium.
Chapter complete
You’ve read Acts 23
Chapter 23 of 28 in Acts
Up next
Acts 24
Read Acts 24
Listen
Back to Acts 22
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Acts 23
Ask Study Help
Ask anything about Acts 23
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Acts 22
Acts 23
Acts 24