Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Exodus 12 (NLD) · Opened
Exod
Exodus
12
NLD
BSB
A
a
Egypt
, place
Israel
, person
Moses
, person
Aaron
, person
Pharaoh
, person
Rameses
, place
Succoth
, place
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
BSB
BSB:
Now the LORD said to Moses and Aaron in the land of Egypt,
2
NLD
Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
BSB
BSB:
“This month is the beginning of months for you; it shall be the first month of your year.
3
NLD
Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
BSB
BSB:
Tell the whole congregation of Israel that on the tenth day of this month each man must select a lamb for his family, one per household.
4
NLD
Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
BSB
BSB:
If the household is too small for a whole lamb, they are to share with the nearest neighbor based on the number of people, and apportion the lamb accordingly.
5
NLD
Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
BSB
BSB:
Your lamb must be an unblemished year-old male, and you may take it from the sheep or the goats.
6
NLD
En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
BSB
BSB:
You must keep it until the fourteenth day of the month, when the whole assembly of the congregation of Israel will slaughter the animals at twilight.
7
NLD
En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
BSB
BSB:
They are to take some of the blood and put it on the sides and tops of the doorframes of the houses where they eat the lambs.
8
NLD
En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
BSB
BSB:
They are to eat the meat that night, roasted over the fire, along with unleavened bread and bitter herbs.
9
NLD
Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
BSB
BSB:
Do not eat any of the meat raw or cooked in boiling water, but only roasted over the fire—its head and legs and inner parts.
10
NLD
Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
BSB
BSB:
Do not leave any of it until morning; before the morning you must burn up any part that is left over.
11
NLD
Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
BSB
BSB:
This is how you are to eat it: You must be fully dressed for travel, with your sandals on your feet and your staff in your hand. You are to eat in haste; it is the LORD’s Passover.
12
NLD
Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
BSB
BSB:
On that night I will pass through the land of Egypt and strike down every firstborn male, both man and beast, and I will execute judgment against all the gods of Egypt. I am the LORD.
13
NLD
En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
BSB
BSB:
The blood on the houses where you are staying will be a sign; when I see the blood, I will pass over you. No plague will fall on you to destroy you when I strike the land of Egypt.
14
NLD
En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
BSB
BSB:
And this day will be a memorial for you, and you are to celebrate it as a feast to the LORD, as a permanent statute for the generations to come.
15
NLD
Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
BSB
BSB:
For seven days you must eat unleavened bread. On the first day you are to remove the leaven from your houses. Whoever eats anything leavened from the first day through the seventh must be cut off from Israel.
16
NLD
En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
BSB
BSB:
On the first day you are to hold a sacred assembly, and another on the seventh day. You must not do any work on those days, except to prepare the meals—that is all you may do.
17
NLD
Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
BSB
BSB:
So you are to keep the Feast of Unleavened Bread, for on this very day I brought your divisions out of the land of Egypt. You must keep this day as a permanent statute for the generations to come.
18
NLD
In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
BSB
BSB:
In the first month you are to eat unleavened bread, from the evening of the fourteenth day until the evening of the twenty-first day.
19
NLD
Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
BSB
BSB:
For seven days there must be no leaven found in your houses. If anyone eats something leavened, that person, whether a foreigner or native of the land, must be cut off from the congregation of Israel.
20
NLD
Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
BSB
BSB:
You are not to eat anything leavened; eat unleavened bread in all your homes.”
21
NLD
Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.
BSB
BSB:
Then Moses summoned all the elders of Israel and told them, “Go at once and select for yourselves a lamb for each family, and slaughter the Passover lamb.
22
NLD
Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.
BSB
BSB:
Take a cluster of hyssop, dip it into the blood in the basin, and brush the blood on the top and sides of the doorframe. None of you shall go out the door of his house until morning.
23
NLD
Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.
BSB
BSB:
When the LORD passes through to strike down the Egyptians, He will see the blood on the top and sides of the doorframe and will pass over that doorway; so He will not allow the destroyer to enter your houses and strike you down.
24
NLD
Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.
BSB
BSB:
And you are to keep this command as a permanent statute for you and your descendants.
25
NLD
En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
BSB
BSB:
When you enter the land that the LORD will give you as He promised, you are to keep this service.
26
NLD
En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?
BSB
BSB:
When your children ask you, ‘What does this service mean to you?’
27
NLD
Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaars sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
BSB
BSB:
you are to reply, ‘It is the Passover sacrifice to the LORD, who passed over the houses of the Israelites in Egypt when He struck down the Egyptians and spared our homes.’” Then the people bowed down and worshiped.
28
NLD
En de kinderen Israels gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
BSB
BSB:
And the Israelites went and did just what the LORD had commanded Moses and Aaron.
29
NLD
En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
BSB
BSB:
Now at midnight the LORD struck down every firstborn male in the land of Egypt, from the firstborn of Pharaoh, who sat on his throne, to the firstborn of the prisoner in the dungeon, as well as all the firstborn among the livestock.
30
NLD
En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.
BSB
BSB:
During the night Pharaoh got up—he and all his officials and all the Egyptians—and there was loud wailing in Egypt; for there was no house without someone dead.
31
NLD
Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.
BSB
BSB:
Then Pharaoh summoned Moses and Aaron by night and said, “Get up, leave my people, both you and the Israelites! Go, worship the LORD as you have requested.
32
NLD
Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.
BSB
BSB:
Take your flocks and herds as well, just as you have said, and depart! And bless me also.”
33
NLD
En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!
BSB
BSB:
And in order to send them out of the land quickly, the Egyptians urged the people on. “For otherwise,” they said, “we are all going to die!”
34
NLD
En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.
BSB
BSB:
So the people took their dough before it was leavened, carrying it on their shoulders in kneading bowls wrapped in clothing.
35
NLD
De kinderen Israels nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geeist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.
BSB
BSB:
Furthermore, the Israelites acted on Moses’ word and asked the Egyptians for articles of silver and gold, and for clothing.
36
NLD
Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.
BSB
BSB:
And the LORD gave the people such favor in the sight of the Egyptians that they granted their request. In this way they plundered the Egyptians.
37
NLD
Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.
BSB
BSB:
The Israelites journeyed from Rameses to Succoth with about 600,000 men on foot, besides women and children.
38
NLD
En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
BSB
BSB:
And a mixed multitude also went up with them, along with great droves of livestock, both flocks and herds.
39
NLD
En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
BSB
BSB:
Since their dough had no leaven, the people baked what they had brought out of Egypt into unleavened loaves. For when they had been driven out of Egypt, they could not delay and had not prepared any provisions for themselves.
40
NLD
De tijd nu der woning, dien de kinderen Israels in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.
BSB
BSB:
Now the duration of the Israelites’ stay in Egypt was 430 years.
41
NLD
En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des HEEREN uit Egypteland gegaan zijn.
BSB
BSB:
At the end of the 430 years, to the very day, all the LORD’s divisions went out of the land of Egypt.
42
NLD
Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israels, onder hun geslachten.
BSB
BSB:
Because the LORD kept a vigil that night to bring them out of the land of Egypt, this same night is to be a vigil to the LORD, to be observed by all the Israelites for the generations to come.
43
NLD
Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
BSB
BSB:
And the LORD said to Moses and Aaron, “This is the statute of the Passover: No foreigner is to eat of it.
44
NLD
Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.
BSB
BSB:
But any slave who has been purchased may eat of it, after you have circumcised him.
45
NLD
Geen uitlander noch huurling zal er van eten.
BSB
BSB:
A temporary resident or hired hand shall not eat the Passover.
46
NLD
In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
BSB
BSB:
It must be eaten inside one house. You are not to take any of the meat outside the house, and you may not break any of the bones.
47
NLD
De ganse vergadering van Israel zal het doen.
BSB
BSB:
The whole congregation of Israel must celebrate it.
48
NLD
Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.
BSB
BSB:
If a foreigner resides with you and wants to celebrate the LORD’s Passover, all the males in the household must be circumcised; then he may come near to celebrate it, and he shall be like a native of the land. But no uncircumcised man may eat of it.
49
NLD
Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.
BSB
BSB:
The same law shall apply to both the native and the foreigner who resides among you.”
50
NLD
En alle kinderen Israels deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
BSB
BSB:
Then all the Israelites did this—they did just as the LORD had commanded Moses and Aaron.
51
NLD
En het geschiedde even tenzelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israels uit Egypteland leidde, naar hun heiren.
BSB
BSB:
And on that very day the LORD brought the Israelites out of the land of Egypt by their divisions.
Chapter complete
You’ve read Exodus 12
Chapter 12 of 40 in Exodus
Up next
Exodus 13
Read Exodus 13
Listen
Back to Exodus 11
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Exodus 12
Ask Opened AI
Ask anything about Exodus 12
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Exodus 11
Exodus 12
Exodus 13