Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Exodus 2 (NLD) · Opened
Exod
Exodus
2
NLD
BSB
A
a
Moses
, person
Pharaoh
, person
Israel
, person
Midian
, place
Nile
, place
Egypt
, place
Abraham
, person
Isaac
, person
5 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
BSB
BSB:
Now a man of the house of Levi married a Levite woman,
2
NLD
En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
BSB
BSB:
and she conceived and gave birth to a son. When she saw that he was a beautiful child, she hid him for three months.
3
NLD
Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier.
BSB
BSB:
But when she could no longer hide him, she got him a papyrus basket and coated it with tar and pitch. Then she placed the child in the basket and set it among the reeds along the bank of the Nile.
4
NLD
En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.
BSB
BSB:
And his sister stood at a distance to see what would happen to him.
5
NLD
En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
BSB
BSB:
Soon the daughter of Pharaoh went down to bathe in the Nile, and her attendants were walking along the riverbank. And when she saw the basket among the reeds, she sent her maidservant to retrieve it.
6
NLD
Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!
BSB
BSB:
When she opened it, she saw the child, and behold, the little boy was crying. So she had compassion on him and said, “This is one of the Hebrew children.”
7
NLD
Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?
BSB
BSB:
Then his sister said to Pharaoh’s daughter, “Shall I go and call one of the Hebrew women to nurse the child for you?”
8
NLD
En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.
BSB
BSB:
“Go ahead,” Pharaoh’s daughter told her. And the girl went and called the boy’s mother.
9
NLD
Toen zeide Farao's dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.
BSB
BSB:
Pharaoh’s daughter said to her, “Take this child and nurse him for me, and I will pay your wages.” So the woman took the boy and nursed him.
10
NLD
En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
BSB
BSB:
When the child had grown older, she brought him to Pharaoh’s daughter, and he became her son. She named him Moses and explained, “I drew him out of the water.”
11
NLD
En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
BSB
BSB:
One day, after Moses had grown up, he went out to his own people and observed their hard labor. He saw an Egyptian beating a Hebrew, one of his own people.
12
NLD
En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
BSB
BSB:
After looking this way and that and seeing no one, he struck down the Egyptian and hid his body in the sand.
13
NLD
Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
BSB
BSB:
The next day Moses went out and saw two Hebrews fighting. He asked the one in the wrong, “Why are you attacking your companion?”
14
NLD
Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
BSB
BSB:
But the man replied, “Who made you ruler and judge over us? Are you planning to kill me as you killed the Egyptian?” Then Moses was afraid and thought, “This thing I have done has surely become known.”
15
NLD
Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.
BSB
BSB:
When Pharaoh heard about this matter, he sought to kill Moses. But Moses fled from Pharaoh and settled in the land of Midian, where he sat down beside a well.
16
NLD
En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.
BSB
BSB:
Now the priest of Midian had seven daughters, and they came to draw water and fill the troughs to water their father’s flock.
17
NLD
Toen kwamen de herders, en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden.
BSB
BSB:
And when some shepherds came along and drove them away, Moses rose up to help them and watered their flock.
18
NLD
En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
BSB
BSB:
When the daughters returned to their father Reuel, he asked them, “Why have you returned so early today?”
19
NLD
Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.
BSB
BSB:
“An Egyptian rescued us from the shepherds,” they replied. “He even drew water for us and watered the flock.”
20
NLD
En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.
BSB
BSB:
“So where is he?” their father asked. “Why did you leave the man behind? Invite him to have something to eat.”
21
NLD
En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;
BSB
BSB:
Moses agreed to stay with the man, and he gave his daughter Zipporah to Moses in marriage.
22
NLD
Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
BSB
BSB:
And she gave birth to a son, and Moses named him Gershom, saying, “I have become a foreigner in a foreign land.”
23
NLD
En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.
BSB
BSB:
After a long time, the king of Egypt died. The Israelites groaned and cried out under their burden of slavery, and their cry for deliverance from bondage ascended to God.
24
NLD
En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
BSB
BSB:
So God heard their groaning, and He remembered His covenant with Abraham, Isaac, and Jacob.
25
NLD
En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.
BSB
BSB:
God saw the Israelites and took notice.
Chapter complete
You’ve read Exodus 2
Chapter 2 of 40 in Exodus
Up next
Exodus 3
Read Exodus 3
Listen
Back to Exodus 1
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Exodus 2
Ask Opened AI
Ask anything about Exodus 2
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Exodus 1
Exodus 2
Exodus 3