Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Genesis 50 (NLD) · Opened
Gen
Genesis
50
NLD
BSB
A
a
Joseph
, person
Egypt
, place
Israel
, person
Pharaoh
, person
Abraham
, person
Jordan
, place
Canaan
, place
Atad
, place
8 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.
BSB
BSB:
Then Joseph fell upon his father’s face, wept over him, and kissed him.
2
NLD
En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israel.
BSB
BSB:
And Joseph directed the physicians in his service to embalm his father Israel. So they embalmed him,
3
NLD
En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.
BSB
BSB:
taking the forty days required to complete the embalming. And the Egyptians mourned for him seventy days.
4
NLD
Als nu de dagen zijns bewenens over waren, zo sprak Jozef tot het huis van Farao, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, zeggende:
BSB
BSB:
When the days of mourning had passed, Joseph said to Pharaoh’s court, “If I have found favor in your eyes, please tell Pharaoh that
5
NLD
Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaan gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.
BSB
BSB:
my father made me swear an oath when he said, ‘I am about to die. You must bury me in the tomb that I dug for myself in the land of Canaan.’ Now let me go and bury my father, and then return.”
6
NLD
En Farao zeide: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren.
BSB
BSB:
Pharaoh replied, “Go up and bury your father, as he made you swear to do.”
7
NLD
En Jozef toog op, om zijn vader te begraven; en met hem togen op alle Farao's knechten, de oudsten van zijn huis, en al de oudsten des lands van Egypte;
BSB
BSB:
Then Joseph went to bury his father, and all the servants of Pharaoh accompanied him—the elders of Pharaoh’s household and all the elders of the land of Egypt—
8
NLD
Daartoe het ganse huis van Jozef, en zijn broeders, en het huis zijns vaders; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen.
BSB
BSB:
along with all of Joseph’s household, and his brothers, and his father’s household. Only their children and flocks and herds were left in Goshen.
9
NLD
En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.
BSB
BSB:
Chariots and horsemen alike went up with him, and it was an exceedingly large procession.
10
NLD
Toen zij nu aan het plein van het doornbos kwamen, dat aan gene zijde van de Jordaan is, hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.
BSB
BSB:
When they reached the threshing floor of Atad, which is across the Jordan, they lamented and wailed loudly, and Joseph mourned for his father seven days.
11
NLD
Als de inwoners des lands, de Kanaanieten, dien rouw zagen op het plein van het doornbos, zo zeiden zij: Dit is een zware rouw der Egyptenaren; daarom noemde men haar naam Abel-Mizraim, die aan het veer van de Jordaan is.
BSB
BSB:
When the Canaanites of the land saw the mourning at the threshing floor of Atad, they said, “This is a solemn ceremony of mourning by the Egyptians.” Thus the place across the Jordan is called Abel-mizraim.
12
NLD
En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;
BSB
BSB:
So Jacob’s sons did as he had charged them.
13
NLD
Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.
BSB
BSB:
They carried him to the land of Canaan and buried him in the cave at Machpelah in the field near Mamre, which Abraham had purchased from Ephron the Hittite as a burial site.
14
NLD
Daarna keerde Jozef weder in Egypte, hij en zijn broeders, en allen, die met hem opgetogen waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had.
BSB
BSB:
After Joseph had buried his father, he returned to Egypt with his brothers and all who had gone with him to bury his father.
15
NLD
Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.
BSB
BSB:
When Joseph’s brothers saw that their father was dead, they said, “What if Joseph bears a grudge? Then he will surely repay us for all the evil that we did to him.”
16
NLD
Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:
BSB
BSB:
So they sent word to Joseph, saying, “Before he died, your father commanded,
17
NLD
Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.
BSB
BSB:
‘This is what you are to say to Joseph: I beg you, please forgive the transgression and sin of your brothers, for they did you wrong.’ So now, Joseph, please forgive the transgression of the servants of the God of your father.” When their message came to him, Joseph wept.
18
NLD
Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!
BSB
BSB:
His brothers also came to him, bowed down before him, and said, “We are your slaves!”
19
NLD
En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?
BSB
BSB:
But Joseph replied, “Do not be afraid. Am I in the place of God?
20
NLD
Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
BSB
BSB:
As for you, what you intended against me for evil, God intended for good, in order to accomplish a day like this—to preserve the lives of many people.
21
NLD
Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.
BSB
BSB:
Therefore do not be afraid. I will provide for you and your little ones.” So Joseph reassured his brothers and spoke kindly to them.
22
NLD
Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.
BSB
BSB:
Now Joseph and his father’s household remained in Egypt, and Joseph lived to the age of 110.
23
NLD
En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.
BSB
BSB:
He saw Ephraim’s sons to the third generation, and indeed the sons of Machir son of Manasseh were brought up on Joseph’s knees.
24
NLD
En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.
BSB
BSB:
Then Joseph said to his brothers, “I am about to die, but God will surely visit you and bring you up from this land to the land He promised on oath to Abraham, Isaac, and Jacob.”
25
NLD
En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!
BSB
BSB:
And Joseph made the sons of Israel take an oath and said, “God will surely attend to you, and then you must carry my bones up from this place.”
26
NLD
En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men leide hem in een kist in Egypte.
BSB
BSB:
So Joseph died at the age of 110. And they embalmed his body and placed it in a coffin in Egypt.
Chapter complete
You’ve read Genesis 50
Chapter 50 of 50 in Genesis
Up next
Exodus 1
Read Exodus 1
Listen
Back to Genesis 49
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Genesis 50
A question this chapter raises
Why did God allow sin into the world at all?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Genesis 49
Genesis 50
Exodus 1