Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Hosea 2 (NLD) · Opened
Hos
Hosea
2
NLD
BSB
A
a
Egypt
, place
Jezreel
, place
Achor Valley
, place
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
(1:12) Zegt tot uw broederen: Ammi, en tot uw zusteren: Ruchama.
BSB
BSB:
“Say of your brothers, ‘My people,’ and of your sisters, ‘My loved one.’
2
NLD
(2:1) Twist tegen ulieder moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is, en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.
BSB
BSB:
Rebuke your mother, rebuke her, for she is not My wife, and I am not her husband. Let her remove the adultery from her face and the unfaithfulness from between her breasts.
3
NLD
(2:2) Opdat Ik ze niet naakt uitstrope, en zette ze als ten dage, toen zij geboren werd; ja, make ze als een woestijn, en zette ze als een dor land, en dode ze door dorst;
BSB
BSB:
Otherwise, I will strip her naked and expose her like the day of her birth. I will make her like a desert and turn her into a parched land, and I will let her die of thirst.
4
NLD
(2:3) En Mij harer kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn.
BSB
BSB:
I will have no compassion on her children, because they are the children of adultery.
5
NLD
(2:4) Want hunlieder moeder hoereert, die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.
BSB
BSB:
For their mother has played the harlot and has conceived them in disgrace. For she thought, ‘I will go after my lovers, who give me bread and water, wool and linen, oil and drink.’
6
NLD
(2:5) Daarom, ziet, Ik zal uw weg met doornen betuinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.
BSB
BSB:
Therefore, behold, I will hedge up her path with thorns; I will enclose her with a wall, so she cannot find her way.
7
NLD
(2:6) En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.
BSB
BSB:
She will pursue her lovers but not catch them; she will seek them but not find them. Then she will say, ‘I will return to my first husband, for then I was better off than now.’
8
NLD
(2:7) Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.
BSB
BSB:
For she does not acknowledge that it was I who gave her grain, new wine, and oil, who lavished on her silver and gold—which they crafted for Baal.
9
NLD
(2:8) Daarom zal Ik wederkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezetten tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.
BSB
BSB:
Therefore I will take back My grain in its time and My new wine in its season; I will take away My wool and linen, which were given to cover her nakedness.
10
NLD
(2:9) En nu zal Ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen harer boelen; en niemand zal haar uit Mijn hand verlossen.
BSB
BSB:
And then I will expose her lewdness in the sight of her lovers, and no one will deliver her out of My hands.
11
NLD
(2:10) En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden, en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.
BSB
BSB:
I will put an end to all her exultation: her feasts, New Moons, and Sabbaths—all her appointed feasts.
12
NLD
(2:11) En Ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgeboom, waarvan zij zegt: Deze zijn mij een hoerenloon, dat mij mijn boelen gegeven hebben; maar Ik zal ze stellen tot een woud, en het wild gedierte des velds zal ze vreten.
BSB
BSB:
I will destroy her vines and fig trees, which she thinks are the wages paid by her lovers. So I will make them into a thicket, and the beasts of the field will devour them.
13
NLD
(2:12) En Ik zal over haar bezoeken de dagen des Baals, waarin zij dien gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar boelen nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt de HEERE.
BSB
BSB:
I will punish her for the days of the Baals when she burned incense to them, when she adorned herself with rings and jewelry, and went after her lovers. But Me she forgot,” declares the LORD.
14
NLD
(2:13) Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
BSB
BSB:
“Therefore, behold, I will allure her and lead her to the wilderness, and speak to her tenderly.
15
NLD
(2:14) En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland.
BSB
BSB:
There I will give back her vineyards and make the Valley of Achor into a gateway of hope. There she will respond as she did in the days of her youth, as in the day she came up out of Egypt.
16
NLD
(2:15) En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baal!
BSB
BSB:
In that day,” declares the LORD, “you will call Me ‘my Husband,’ and no longer call Me ‘my Master.’
17
NLD
(2:16) En Ik zal de namen der Baals van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.
BSB
BSB:
For I will remove from her lips the names of the Baals; no longer will their names be invoked.
18
NLD
(2:17) En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen.
BSB
BSB:
On that day I will make a covenant for them with the beasts of the field and the birds of the air and the creatures that crawl on the ground. And I will abolish bow and sword and battle in the land, and will make them lie down in safety.
19
NLD
(2:18) En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.
BSB
BSB:
So I will betroth you to Me forever; I will betroth you in righteousness and justice, in loving devotion and compassion.
20
NLD
(2:19) En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.
BSB
BSB:
And I will betroth you in faithfulness, and you will know the LORD.”
21
NLD
(2:20) En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de HEERE; Ik zal den hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren.
BSB
BSB:
“On that day I will respond—” declares the LORD—“I will respond to the heavens, and they will respond to the earth.
22
NLD
(2:21) En de aarde zal het koren verhoren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizreel verhoren.
BSB
BSB:
And the earth will respond to the grain, to the new wine and oil, and they will respond to Jezreel.
23
NLD
(2:22) En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!
BSB
BSB:
And I will sow her as My own in the land, and I will have compassion on ‘No Compassion.’ I will say to those called ‘Not My People,’ ‘You are My people,’ and they will say, ‘You are my God.’”
Chapter complete
You’ve read Hosea 2
Chapter 2 of 14 in Hosea
Up next
Hosea 3
Read Hosea 3
Listen
Back to Hosea 1
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Hosea 2
A question this chapter raises
Why did God tell Hosea to marry an unfaithful woman?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Hosea 1
Hosea 2
Hosea 3