Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
John
John
18
NLD
BSB
A
a
John 18
18
John
Arrest, death and resurrection
Dutch Bible 1917
Jesus
, person
Peter
, person
Pilate
, person
Caiaphas
, person
Judas
, person
Nazareth
, place
Annas
, person
Kidron
, place
3 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.
BSB
BSB:
After Jesus had spoken these words, He went out with His disciples across the Kidron Valley, where they entered a garden.
2
NLD
En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.
BSB
BSB:
Now Judas His betrayer also knew the place, because Jesus had often met there with His disciples.
3
NLD
Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.
BSB
BSB:
So Judas brought a band of soldiers and officers from the chief priests and Pharisees. They arrived at the garden carrying lanterns, torches, and weapons.
4
NLD
Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij?
BSB
BSB:
Jesus, knowing all that was coming upon Him, stepped forward and asked them,
“Whom are you seeking?”
5
NLD
Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.
BSB
BSB:
“Jesus of Nazareth,” they answered. Jesus said,
“I am He.”
And Judas His betrayer was standing there with them.
6
NLD
Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.
BSB
BSB:
When Jesus said,
“I am He,”
they drew back and fell to the ground.
7
NLD
Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.
BSB
BSB:
So He asked them again,
“Whom are you seeking?”
“Jesus of Nazareth,” they answered.
8
NLD
Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.
BSB
BSB:
“I told you that I am He,”
Jesus replied.
“So if you are looking for Me, let these men go.”
9
NLD
Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.
BSB
BSB:
This was to fulfill the word He had spoken:
“I have not lost one of those You have given Me.”
10
NLD
Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.
BSB
BSB:
Then Simon Peter drew his sword and struck the servant of the high priest, cutting off his right ear. The servant’s name was Malchus.
11
NLD
Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?
BSB
BSB:
“Put your sword back in its sheath!”
Jesus said to Peter.
“Shall I not drink the cup the Father has given Me?”
12
NLD
De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;
BSB
BSB:
Then the band of soldiers, with its commander and the officers of the Jews, arrested Jesus and bound Him.
13
NLD
En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was.
BSB
BSB:
They brought Him first to Annas, who was the father-in-law of Caiaphas, the high priest that year.
14
NLD
Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.
BSB
BSB:
Caiaphas was the one who had advised the Jews that it would be better if one man died for the people.
15
NLD
En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal.
BSB
BSB:
Now Simon Peter and another disciple were following Jesus. Since that disciple was known to the high priest, he also went with Jesus into the courtyard of the high priest.
16
NLD
En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in.
BSB
BSB:
But Peter stood outside at the door. Then the disciple who was known to the high priest went out and spoke to the doorkeeper, and brought Peter in.
17
NLD
De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet.
BSB
BSB:
At this, the servant girl watching the door said to Peter, “Aren’t you also one of this man’s disciples?” “I am not,” he answered.
18
NLD
En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.
BSB
BSB:
Because it was cold, the servants and officers were standing around a charcoal fire they had made to keep warm. And Peter was also standing with them, warming himself.
19
NLD
De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.
BSB
BSB:
Meanwhile, the high priest questioned Jesus about His disciples and His teaching.
20
NLD
Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
BSB
BSB:
“I have spoken openly to the world,”
Jesus answered.
“I always taught in the synagogues and at the temple, where all the Jews come together. I said nothing in secret.
21
NLD
Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
BSB
BSB:
Why are you asking Me? Ask those who heard My message. Surely they know what I said.”
22
NLD
En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?
BSB
BSB:
When Jesus had said this, one of the officers standing nearby slapped Him in the face and said, “Is this how You answer the high priest?”
23
NLD
Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?
BSB
BSB:
Jesus replied,
“If I said something wrong, testify as to what was wrong. But if I spoke correctly, why did you strike Me?”
24
NLD
(Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)
BSB
BSB:
Then Annas sent Him, still bound, to Caiaphas the high priest.
25
NLD
En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.
BSB
BSB:
Simon Peter was still standing and warming himself. So they asked him, “Aren’t you also one of His disciples?” He denied it and said, “I am not.”
26
NLD
Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?
BSB
BSB:
One of the high priest’s servants, a relative of the man whose ear Peter had cut off, asked, “Didn’t I see you with Him in the garden?”
27
NLD
Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.
BSB
BSB:
Peter denied it once more, and immediately a rooster crowed.
28
NLD
Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
BSB
BSB:
Then they led Jesus away from Caiaphas into the Praetorium. By now it was early morning, and the Jews did not enter the Praetorium, to avoid being defiled and unable to eat the Passover.
29
NLD
Pilatus dan ging tot hen uit, en zeide: Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen Mens?
BSB
BSB:
So Pilate went out to them and asked, “What accusation are you bringing against this man?”
30
NLD
Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben.
BSB
BSB:
“If He were not a criminal,” they replied, “we would not have handed Him over to you.”
31
NLD
Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.
BSB
BSB:
“You take Him and judge Him by your own law,” Pilate told them. “We are not permitted to execute anyone,” the Jews replied.
32
NLD
Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.
BSB
BSB:
This was to fulfill the word that Jesus had spoken to indicate the kind of death He was going to die.
33
NLD
Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jezus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?
BSB
BSB:
Pilate went back into the Praetorium, summoned Jesus, and asked Him, “Are You the King of the Jews?”
34
NLD
Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd?
BSB
BSB:
“Are you saying this on your own,”
Jesus asked,
“or did others tell you about Me?”
35
NLD
Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?
BSB
BSB:
“Am I a Jew?” Pilate replied. “Your own people and chief priests handed You over to me. What have You done?”
36
NLD
Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.
BSB
BSB:
Jesus answered,
“My kingdom is not of this world; if it were, My servants would fight to prevent My arrest by the Jews. But now My kingdom is not of this realm.”
37
NLD
Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.
BSB
BSB:
“Then You are a king!” Pilate said.
“You say that I am a king,”
Jesus answered.
“For this reason I was born and have come into the world, to testify to the truth. Everyone who belongs to the truth listens to My voice.”
38
NLD
Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.
BSB
BSB:
“What is truth?” Pilate asked. And having said this, he went out again to the Jews and told them, “I find no basis for a charge against Him.
39
NLD
Doch gij hebt een gewoonte, dat ik u op het pascha een loslate. Wilt gij dan, dat ik u den Koning der Joden loslate?
BSB
BSB:
But it is your custom that I release to you one prisoner at the Passover. So then, do you want me to release to you the King of the Jews?”
40
NLD
Zij dan riepen allen wederom, zeggende: Niet Dezen, maar Bar-abbas! En Bar-abbas was een moordenaar.
BSB
BSB:
“Not this man,” they shouted, “but Barabbas!” (Now Barabbas was an insurrectionist.)
Chapter complete
You’ve read John 18
Chapter 18 of 21 in John
Up next
John 19
Read John 19
Listen
Back to John 17
Go deeper
Commentary
What the commentators say on John 18
A question this chapter raises
What about the Crusades?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
John 17
John 18
John 19