Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
John
John
7
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Galilee
, place
Moses
, person
Judea
, place
David
, person
Jerusalem
, place
Bethlehem
, place
Greek
, person
1 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.
BSB
BSB:
After this, Jesus traveled throughout Galilee. He did not want to travel in Judea, because the Jews there were trying to kill Him.
2
NLD
En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.
BSB
BSB:
However, the Jewish Feast of Tabernacles was near.
3
NLD
Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.
BSB
BSB:
So Jesus’ brothers said to Him, “Leave here and go to Judea, so that Your disciples there may see the works You are doing.
4
NLD
Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.
BSB
BSB:
For no one who wants to be known publicly acts in secret. Since You are doing these things, show Yourself to the world.”
5
NLD
Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.
BSB
BSB:
For even His own brothers did not believe in Him.
6
NLD
Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid.
BSB
BSB:
Therefore Jesus told them,
“Although your time is always at hand, My time has not yet come.
7
NLD
De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.
BSB
BSB:
The world cannot hate you, but it hates Me, because I testify that its works are evil.
8
NLD
Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.
BSB
BSB:
Go up to the feast on your own. I am not going up to this feast, because My time has not yet come.”
9
NLD
En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.
BSB
BSB:
Having said this, Jesus remained in Galilee.
10
NLD
Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.
BSB
BSB:
But after His brothers had gone up to the feast, He also went—not publicly, but in secret.
11
NLD
De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?
BSB
BSB:
So the Jews were looking for Him at the feast and asking, “Where is He?”
12
NLD
En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.
BSB
BSB:
Many in the crowds were whispering about Him. Some said, “He is a good man.” But others replied, “No, He deceives the people.”
13
NLD
Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.
BSB
BSB:
Yet no one would speak publicly about Him for fear of the Jews.
14
NLD
Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.
BSB
BSB:
About halfway through the feast, Jesus went up to the temple courts and began to teach.
15
NLD
En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?
BSB
BSB:
The Jews were amazed and asked, “How did this man attain such learning without having studied?”
16
NLD
Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
BSB
BSB:
“My teaching is not My own,”
Jesus replied.
“It comes from Him who sent Me.
17
NLD
Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.
BSB
BSB:
If anyone desires to do His will, he will know whether My teaching is from God or whether I speak on My own.
18
NLD
Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.
BSB
BSB:
He who speaks on his own authority seeks his own glory, but He who seeks the glory of the One who sent Him is a man of truth; in Him there is no falsehood.
19
NLD
Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?
BSB
BSB:
Has not Moses given you the law? Yet not one of you keeps it. Why are you trying to kill Me?”
20
NLD
De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?
BSB
BSB:
“You have a demon,” the crowd replied. “Who is trying to kill You?”
21
NLD
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen.
BSB
BSB:
Jesus answered them,
“I did one miracle, and you are all amazed.
22
NLD
Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat.
BSB
BSB:
But because Moses gave you circumcision, you circumcise a boy on the Sabbath (not that it is from Moses, but from the patriarchs.)
23
NLD
Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?
BSB
BSB:
If a boy can be circumcised on the Sabbath so that the law of Moses will not be broken, why are you angry with Me for making the whole man well on the Sabbath?
24
NLD
Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.
BSB
BSB:
Stop judging by outward appearances, and start judging justly.”
25
NLD
Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?
BSB
BSB:
Then some of the people of Jerusalem began to say, “Isn’t this the man they are trying to kill?
26
NLD
En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus?
BSB
BSB:
Yet here He is, speaking publicly, and they are not saying anything to Him. Have the rulers truly recognized that this is the Christ?
27
NLD
Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is.
BSB
BSB:
But we know where this man is from. When the Christ comes, no one will know where He is from.”
28
NLD
Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.
BSB
BSB:
Then Jesus, still teaching in the temple courts, cried out,
“You know Me, and you know where I am from. I have not come of My own accord, but He who sent Me is true. You do not know Him,
29
NLD
Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden.
BSB
BSB:
but I know Him, because I am from Him and He sent Me.”
30
NLD
Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.
BSB
BSB:
So they tried to seize Him, but no one laid a hand on Him, because His hour had not yet come.
31
NLD
En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?
BSB
BSB:
Many in the crowd, however, believed in Him and said, “When the Christ comes, will He perform more signs than this man?”
32
NLD
De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.
BSB
BSB:
When the Pharisees heard the crowd whispering these things about Jesus, they and the chief priests sent officers to arrest Him.
33
NLD
Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.
BSB
BSB:
So Jesus said,
“I am with you only a little while longer, and then I am going to the One who sent Me.
34
NLD
Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.
BSB
BSB:
You will look for Me, but you will not find Me; and where I am, you cannot come.”
35
NLD
De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?
BSB
BSB:
At this, the Jews said to one another, “Where does He intend to go that we will not find Him? Will He go where the Jews are dispersed among the Greeks, and teach the Greeks?
36
NLD
Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?
BSB
BSB:
What does He mean by saying,
‘You will look for Me, but you will not find Me,’
and,
‘Where I am, you cannot come’?”
37
NLD
En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.
BSB
BSB:
On the last and greatest day of the feast, Jesus stood up and called out in a loud voice,
“If anyone is thirsty, let him come to Me and drink.
38
NLD
Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.
BSB
BSB:
Whoever believes in Me, as the Scripture has said: ‘Streams of living water will flow from within him.’”
39
NLD
(En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)
BSB
BSB:
He was speaking about the Spirit, whom those who believed in Him were later to receive. For the Spirit had not yet been given, because Jesus had not yet been glorified.
40
NLD
Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.
BSB
BSB:
On hearing these words, some of the people said, “This is truly the Prophet.”
41
NLD
Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?
BSB
BSB:
Others declared, “This is the Christ.” But still others asked, “How can the Christ come from Galilee?
42
NLD
Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?
BSB
BSB:
Doesn’t the Scripture say that the Christ will come from the line of David and from Bethlehem, the village where David lived?”
43
NLD
Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.
BSB
BSB:
So there was division in the crowd because of Jesus.
44
NLD
En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.
BSB
BSB:
Some of them wanted to seize Him, but no one laid a hand on Him.
45
NLD
De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?
BSB
BSB:
Then the officers returned to the chief priests and Pharisees, who asked them, “Why didn’t you bring Him in?”
46
NLD
De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.
BSB
BSB:
“Never has anyone spoken like this man!” the officers answered.
47
NLD
De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?
BSB
BSB:
“Have you also been deceived?” replied the Pharisees.
48
NLD
Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?
BSB
BSB:
“Have any of the rulers or Pharisees believed in Him?
49
NLD
Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.
BSB
BSB:
But this crowd that does not know the law—they are under a curse.”
50
NLD
Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:
BSB
BSB:
Nicodemus, who had gone to Jesus earlier and who himself was one of them, asked,
51
NLD
Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?
BSB
BSB:
“Does our law convict a man without first hearing from him to determine what he has done?”
52
NLD
Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.
BSB
BSB:
“Aren’t you also from Galilee?” they replied. “Look into it, and you will see that no prophet comes out of Galilee.”
The woman caught in adultery
53
NLD
En een iegelijk ging heen naar zijn huis.
BSB
BSB:
Then each went to his own home.
Chapter complete
You’ve read John 7
Chapter 7 of 21 in John
Up next
John 8
Read John 8
Listen
Back to John 6
Go deeper
Commentary
What the commentators say on John 7
A question this chapter raises
Did Jesus really rise from the dead?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
John 6
John 7
John 8