Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke 16 (NLD) · Opened
Luke
Luke
16
NLD
BSB
A
a
Abraham
, person
Lazarus
, person
Moses
, person
John
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht.
BSB
BSB:
Jesus also said to His disciples,
“There was a rich man whose manager was accused of wasting his possessions.
2
NLD
En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn.
BSB
BSB:
So he called him in to ask, ‘What is this I hear about you? Turn in an account of your management, for you cannot be manager any longer.’
3
NLD
En de rentmeester zeide bij zichzelven: Wat zal ik doen, dewijl mijn heer dit rentmeesterschap van mij neemt? Graven kan ik niet; te bedelen schaam ik mij.
BSB
BSB:
The manager said to himself, ‘What shall I do, now that my master is taking away my position? I am too weak to dig and too ashamed to beg.
4
NLD
Ik weet, wat ik doen zal, opdat, wanneer ik van het rentmeesterschap afgezet zal wezen, zij mij in hun huizen ontvangen.
BSB
BSB:
I know what I will do so that after my removal from management, people will welcome me into their homes.’
5
NLD
En hij riep tot zich een iegelijk van de schuldenaars zijns heeren, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig?
BSB
BSB:
And he called in each one of his master’s debtors. ‘How much do you owe my master?’ he asked the first.
6
NLD
En hij zeide: Honderd vaten olie. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en nederzittende, schrijf haastelijk vijftig.
BSB
BSB:
‘A hundred measures of olive oil,’ he answered. ‘Take your bill,’ said the manager, ‘sit down quickly, and write fifty.’
7
NLD
Daarna zeide hij tot een anderen: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En hij zeide: Honderd mudden tarwe. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en schrijf tachtig.
BSB
BSB:
Then he asked another, ‘And how much do you owe?’ ‘A hundred measures of wheat,’ he replied. ‘Take your bill and write eighty,’ he told him.
8
NLD
En de heer prees den onrechtvaardigen rentmeester, omdat hij voorzichtiglijk gedaan had; want de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger, dan de kinderen des lichts, in hun geslacht.
BSB
BSB:
The master commended the dishonest manager because he had acted shrewdly. For the sons of this age are more shrewd in dealing with their own kind than are the sons of light.
9
NLD
En Ik zeg ulieden: Maakt uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.
BSB
BSB:
I tell you, use worldly wealth to make friends for yourselves so that when it is gone, they will welcome you into eternal dwellings.
10
NLD
Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig.
BSB
BSB:
Whoever is faithful with very little will also be faithful with much, and whoever is dishonest with very little will also be dishonest with much.
11
NLD
Zo gij dan in den onrechtvaardigen Mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen?
BSB
BSB:
So if you have not been faithful with worldly wealth, who will entrust you with true riches?
12
NLD
En zo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven?
BSB
BSB:
And if you have not been faithful with the belongings of another, who will give you belongings of your own?
13
NLD
Geen huisknecht kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten, en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen, en den anderen verachten; gij kunt God niet dienen en den Mammon.
BSB
BSB:
No servant can serve two masters. Either he will hate the one and love the other, or he will be devoted to the one and despise the other. You cannot serve both God and money.”
14
NLD
En al deze dingen hoorden ook de Farizeen, die geldgierig waren, en zij beschimpten Hem.
BSB
BSB:
The Pharisees, who were lovers of money, heard all of this and were scoffing at Jesus.
15
NLD
En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die uzelven rechtvaardigt voor de mensen; maar God kent uw harten; want dat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God.
BSB
BSB:
So He said to them,
“You are the ones who justify yourselves before men, but God knows your hearts. For what is prized among men is detestable before God.
16
NLD
De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.
BSB
BSB:
The Law and the Prophets were proclaimed until John. Since that time, the gospel of the kingdom of God is being preached, and everyone is forcing his way into it.
17
NLD
En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle.
BSB
BSB:
But it is easier for heaven and earth to pass away than for a single stroke of a pen to drop out of the Law.
18
NLD
Een iegelijk, die zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel; en een iegelijk, die de verlatene van den man trouwt, die doet ook overspel.
BSB
BSB:
Anyone who divorces his wife and marries another woman commits adultery, and he who marries a divorced woman commits adultery.
19
NLD
En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig.
BSB
BSB:
Now there was a rich man dressed in purple and fine linen, who lived each day in joyous splendor.
20
NLD
En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren;
BSB
BSB:
And a beggar named Lazarus lay at his gate, covered with sores
21
NLD
En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.
BSB
BSB:
and longing to be fed with the crumbs that fell from the rich man’s table. Even the dogs came and licked his sores.
22
NLD
En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.
BSB
BSB:
One day the beggar died and was carried by the angels to Abraham’s side. And the rich man also died and was buried.
23
NLD
En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.
BSB
BSB:
In Hades, where he was in torment, he looked up and saw Abraham from afar, with Lazarus by his side.
24
NLD
En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam.
BSB
BSB:
So he cried out, ‘Father Abraham, have mercy on me and send Lazarus to dip the tip of his finger in water and cool my tongue. For I am in agony in this fire.’
25
NLD
Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.
BSB
BSB:
But Abraham answered, ‘Child, remember that during your lifetime you received your good things, while Lazarus received bad things. But now he is comforted here, while you are in agony.
26
NLD
En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.
BSB
BSB:
And besides all this, a great chasm has been fixed between us and you, so that even those who wish cannot cross from here to you, nor can anyone cross from there to us.’
27
NLD
En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis;
BSB
BSB:
‘Then I beg you, father,’ he said, ‘send Lazarus to my father’s house,
28
NLD
Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.
BSB
BSB:
for I have five brothers. Let him warn them, so that they will not also end up in this place of torment.’
29
NLD
Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.
BSB
BSB:
But Abraham replied, ‘They have Moses and the Prophets; let your brothers listen to them.’
30
NLD
En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.
BSB
BSB:
‘No, father Abraham,’ he said, ‘but if someone is sent to them from the dead, they will repent.’
31
NLD
Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.
BSB
BSB:
Then Abraham said to him, ‘If they do not listen to Moses and the Prophets, they will not be persuaded even if someone rises from the dead.’”
Chapter complete
You’ve read Luke 16
Chapter 16 of 24 in Luke
Up next
Luke 17
Read Luke 17
Listen
Back to Luke 15
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 16
A question this chapter raises
If God exists, why is he so hidden?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 15
Luke 16
Luke 17