Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Mark 12 (NLD) · Opened
Mark
Mark
12
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
David
, person
Caesar
, person
Israel
, person
Moses
, person
Abraham
, person
Isaac
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buiten 's lands.
BSB
BSB:
Then Jesus began to speak to them in parables: “A man planted a vineyard. He put a wall around it, dug a wine vat, and built a watchtower. Then he rented it out to some tenants and went away on a journey.
2
NLD
En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.
BSB
BSB:
At harvest time, he sent a servant to the tenants to collect his share of the fruit of the vineyard.
3
NLD
Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.
BSB
BSB:
But they seized the servant, beat him, and sent him away empty-handed.
4
NLD
En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden hem henen, schandelijk behandeld zijnde.
BSB
BSB:
Then he sent them another servant, and they struck him over the head and treated him shamefully.
5
NLD
En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, waarvan zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.
BSB
BSB:
He sent still another, and this one they killed. He sent many others; some they beat and others they killed.
6
NLD
Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.
BSB
BSB:
Finally, having one beloved son, he sent him to them. ‘They will respect my son,’ he said.
7
NLD
Maar die landlieden zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.
BSB
BSB:
But the tenants said to one another, ‘This is the heir. Come, let us kill him, and the inheritance will be ours.’
8
NLD
En zij namen en doodden hem, en wierpen hem uit, buiten den wijngaard.
BSB
BSB:
So they seized the son, killed him, and threw him out of the vineyard.
9
NLD
Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.
BSB
BSB:
What then will the owner of the vineyard do? He will come and kill those tenants and give the vineyard to others.
10
NLD
Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;
BSB
BSB:
Have you never read this Scripture: ‘The stone the builders rejected has become the cornerstone.
11
NLD
Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
BSB
BSB:
This is from the Lord, and it is marvelous in our eyes’?”
12
NLD
En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.
BSB
BSB:
At this, the leaders sought to arrest Jesus, for they knew that He had spoken this parable against them. But fearing the crowd, they left Him and went away.
13
NLD
En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden.
BSB
BSB:
Later, they sent some of the Pharisees and Herodians to catch Jesus in His words.
14
NLD
Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet?
BSB
BSB:
“Teacher,” they said, “we know that You are honest and seek favor from no one. Indeed, You are impartial and teach the way of God in accordance with the truth. Is it lawful to pay taxes to Caesar or not? Should we pay them or not?”
15
NLD
(12:14) Zullen wij geven, of niet geven? (12:15) En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.
BSB
BSB:
But Jesus saw through their hypocrisy and said, “Why are you testing Me? Bring Me a denarius to inspect.”
16
NLD
En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? en zij zeiden tot Hem: Des keizers.
BSB
BSB:
So they brought it, and He asked them, “Whose image is this? And whose inscription?” “Caesar’s,” they answered.
17
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
BSB
BSB:
Then Jesus told them, “Give to Caesar what is Caesar’s, and to God what is God’s.” And they marveled at Him.
18
NLD
En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:
BSB
BSB:
Then the Sadducees, who say there is no resurrection, came to Jesus and questioned Him:
19
NLD
Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.
BSB
BSB:
“Teacher, Moses wrote for us that if a man’s brother dies and leaves a wife but no children, the man is to marry his brother’s widow and raise up offspring for him.
20
NLD
Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.
BSB
BSB:
Now there were seven brothers. The first one married and died, leaving no children.
21
NLD
De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.
BSB
BSB:
Then the second one married the widow, but he also died and left no children. And the third did likewise.
22
NLD
En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.
BSB
BSB:
In this way, none of the seven left any children. And last of all, the woman died.
23
NLD
In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.
BSB
BSB:
In the resurrection, then, whose wife will she be? For all seven were married to her.”
24
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?
BSB
BSB:
Jesus said to them, “Aren’t you mistaken, because you do not know the Scriptures or the power of God?
25
NLD
Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn.
BSB
BSB:
When the dead rise, they will neither marry nor be given in marriage. Instead, they will be like the angels in heaven.
26
NLD
Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs?
BSB
BSB:
But concerning the dead rising, have you not read about the burning bush in the Book of Moses, how God told him, ‘I am the God of Abraham, the God of Isaac, and the God of Jacob’?
27
NLD
God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.
BSB
BSB:
He is not the God of the dead, but of the living. You are badly mistaken!”
28
NLD
En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle?
BSB
BSB:
Now one of the scribes had come up and heard their debate. Noticing how well Jesus had answered them, he asked Him, “Which commandment is the most important of all?”
29
NLD
En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel! de Heere, onze God, is een enig Heere.
BSB
BSB:
Jesus replied, “This is the most important: ‘Hear, O Israel, the Lord our God, the Lord is One.
30
NLD
En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
BSB
BSB:
Love the Lord your God with all your heart and with all your soul and with all your mind and with all your strength.’
31
NLD
En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.
BSB
BSB:
The second is this: ‘Love your neighbor as yourself.’ No other commandment is greater than these.”
32
NLD
En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij;
BSB
BSB:
“Right, Teacher,” the scribe replied. “You have stated correctly that God is One and there is no other but Him,
33
NLD
En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.
BSB
BSB:
and to love Him with all your heart and with all your understanding and with all your strength, and to love your neighbor as yourself. This is more important than all burnt offerings and sacrifices.”
34
NLD
En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.
BSB
BSB:
When Jesus saw that the man had answered wisely, He said, “You are not far from the kingdom of God.” And no one dared to question Him any further.
35
NLD
En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?
BSB
BSB:
While Jesus was teaching in the temple courts, He asked, “How can the scribes say that the Christ is the Son of David?
36
NLD
Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
BSB
BSB:
Speaking by the Holy Spirit, David himself declared: ‘The Lord said to my Lord, “Sit at My right hand until I put Your enemies under Your feet.”’
37
NLD
David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.
BSB
BSB:
David himself calls Him ‘Lord.’ So how can He be David’s son?” And the large crowd listened to Him with delight.
38
NLD
En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;
BSB
BSB:
In His teaching Jesus also said, “Watch out for the scribes. They like to walk around in long robes, to receive greetings in the marketplaces,
39
NLD
En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;
BSB
BSB:
and to have the chief seats in the synagogues and the places of honor at banquets.
40
NLD
Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.
BSB
BSB:
They defraud widows of their houses, and for a show make lengthy prayers. These men will receive greater condemnation.”
41
NLD
En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin.
BSB
BSB:
As Jesus was sitting opposite the treasury, He watched the crowd putting money into it. And many rich people put in large amounts.
42
NLD
En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.
BSB
BSB:
Then one poor widow came and put in two small copper coins, which amounted to a small fraction of a denarius.
43
NLD
En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben.
BSB
BSB:
Jesus called His disciples to Him and said, “Truly I tell you, this poor widow has put more than all the others into the treasury.
44
NLD
Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar gansen leeftocht.
BSB
BSB:
For they all contributed out of their surplus, but she out of her poverty has put in all she had to live on.”
Chapter complete
You’ve read Mark 12
Chapter 12 of 16 in Mark
Up next
Mark 13
Read Mark 13
Listen
Back to Mark 11
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Mark 12
A question this chapter raises
Doesn’t “the LORD is one” rule out the Trinity?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Mark 11
Mark 12
Mark 13