Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Mark 2 (NLD) · Opened
Mark
Mark
2
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
David
, person
John
, person
Abiathar
, person
Capernaum
, place
Levi
, person
Alphaeus
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
BSB
BSB:
A few days later Jesus went back to Capernaum. And when the people heard that He was home,
2
NLD
En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
BSB
BSB:
they gathered in such large numbers that there was no more room, not even outside the door, as Jesus spoke the word to them.
3
NLD
En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
BSB
BSB:
Then a paralytic was brought to Him, carried by four men.
4
NLD
En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
BSB
BSB:
Since they were unable to get to Jesus through the crowd, they uncovered the roof above Him, made an opening, and lowered the paralytic on his mat.
5
NLD
En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
BSB
BSB:
When Jesus saw their faith, He said to the paralytic, “Son, your sins are forgiven.”
6
NLD
En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
BSB
BSB:
But some of the scribes were sitting there and thinking in their hearts,
7
NLD
Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
BSB
BSB:
“Why does this man speak like this? He is blaspheming! Who can forgive sins but God alone?”
8
NLD
En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
BSB
BSB:
At once Jesus knew in His spirit that they were thinking this way within themselves. “Why are you thinking these things in your hearts?” He asked.
9
NLD
Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
BSB
BSB:
“Which is easier: to say to a paralytic, ‘Your sins are forgiven,’ or to say, ‘Get up, pick up your mat, and walk’?
10
NLD
Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
BSB
BSB:
But so that you may know that the Son of Man has authority on earth to forgive sins...” He said to the paralytic,
11
NLD
Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
BSB
BSB:
“I tell you, get up, pick up your mat, and go home.”
12
NLD
En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
BSB
BSB:
And immediately the man got up, picked up his mat, and walked out in front of them all. As a result, they were all astounded and glorified God, saying, “We have never seen anything like this!”
13
NLD
En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
BSB
BSB:
Once again Jesus went out beside the sea. All the people came to Him, and He taught them there.
14
NLD
En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
BSB
BSB:
As He was walking along, He saw Levi son of Alphaeus sitting at the tax booth. “Follow Me,” He told him, and Levi got up and followed Him.
15
NLD
En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
BSB
BSB:
While Jesus was dining at Levi’s house, many tax collectors and sinners were eating with Him and His disciples—for there were many who followed Him.
16
NLD
En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
BSB
BSB:
When the scribes who were Pharisees saw Jesus eating with these people, they asked His disciples, “Why does He eat with tax collectors and sinners?”
17
NLD
En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
BSB
BSB:
On hearing this, Jesus told them, “It is not the healthy who need a doctor, but the sick. I have not come to call the righteous, but sinners.”
18
NLD
En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
BSB
BSB:
Now John’s disciples and the Pharisees were often fasting. So people came to Jesus and asked, “Why don’t Your disciples fast like John’s disciples and those of the Pharisees?”
19
NLD
En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.
BSB
BSB:
Jesus replied, “How can the guests of the bridegroom fast while He is with them? As long as He is with them, they cannot fast.
20
NLD
Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.
BSB
BSB:
But the time will come when the bridegroom will be taken from them; then they will fast.
21
NLD
En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.
BSB
BSB:
No one sews a patch of unshrunk cloth on an old garment. If he does, the new piece will pull away from the old, and a worse tear will result.
22
NLD
En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
BSB
BSB:
And no one pours new wine into old wineskins. If he does, the wine will burst the skins, and both the wine and the wineskins will be ruined. Instead, new wine is poured into new wineskins.”
23
NLD
En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.
BSB
BSB:
One Sabbath Jesus was passing through the grainfields, and His disciples began to pick the heads of grain as they walked along.
24
NLD
En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
BSB
BSB:
So the Pharisees said to Him, “Look, why are they doing what is unlawful on the Sabbath?”
25
NLD
En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
BSB
BSB:
Jesus replied, “Have you never read what David did when he and his companions were hungry and in need?
26
NLD
Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
BSB
BSB:
During the high priesthood of Abiathar, he entered the house of God and ate the consecrated bread, which was lawful only for the priests. And he gave some to his companions as well.”
27
NLD
En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
BSB
BSB:
Then Jesus declared, “The Sabbath was made for man, not man for the Sabbath.
28
NLD
Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
BSB
BSB:
Therefore, the Son of Man is Lord even of the Sabbath.”
Chapter complete
You’ve read Mark 2
Chapter 2 of 16 in Mark
Up next
Mark 3
Read Mark 3
Listen
Back to Mark 1
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Mark 2
A question this chapter raises
Did Jesus ever claim to be God?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Mark 1
Mark 2
Mark 3