Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Mark 5 (NLD) · Opened
Mark
Mark
5
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Peter
, person
John
, person
James
, person
Gerasa
, place
Decapolis
, place
Jairus
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen.
BSB
BSB:
On the other side of the sea, they arrived in the region of the Gerasenes.
2
NLD
En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest;
BSB
BSB:
As soon as Jesus got out of the boat, He was met by a man with an unclean spirit, who was coming from the tombs.
3
NLD
Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.
BSB
BSB:
This man had been living in the tombs and could no longer be restrained, even with chains.
4
NLD
Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.
BSB
BSB:
Though he was often bound with chains and shackles, he had broken the chains and shattered the shackles. Now there was no one with the strength to subdue him.
5
NLD
En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.
BSB
BSB:
Night and day in the tombs and in the mountains he kept crying out and cutting himself with stones.
6
NLD
Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.
BSB
BSB:
When the man saw Jesus from a distance, he ran and fell on his knees before Him.
7
NLD
En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!
BSB
BSB:
And he shouted in a loud voice, “What do You want with me, Jesus, Son of the Most High God? I beg You before God not to torture me!”
8
NLD
(Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)
BSB
BSB:
For Jesus had already declared, “Come out of this man, you unclean spirit!”
9
NLD
En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.
BSB
BSB:
“What is your name?” Jesus asked. “My name is Legion,” he replied, “for we are many.”
10
NLD
En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.
BSB
BSB:
And he begged Jesus repeatedly not to send them out of that region.
11
NLD
En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende.
BSB
BSB:
There on the nearby hillside a large herd of pigs was feeding.
12
NLD
En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.
BSB
BSB:
So the demons begged Jesus, “Send us to the pigs, so that we may enter them.”
13
NLD
En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.
BSB
BSB:
He gave them permission, and the unclean spirits came out and went into the pigs, and the herd of about two thousand rushed down the steep bank into the sea and drowned in the water.
14
NLD
En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.
BSB
BSB:
Those tending the pigs ran off and reported this in the town and countryside, and the people went out to see what had happened.
15
NLD
En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.
BSB
BSB:
When they came to Jesus, they saw the man who had been possessed by the legion of demons sitting there, clothed and in his right mind; and they were afraid.
16
NLD
En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.
BSB
BSB:
Those who had seen it described what had happened to the demon-possessed man and also to the pigs.
17
NLD
En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.
BSB
BSB:
And the people began to beg Jesus to leave their region.
18
NLD
En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.
BSB
BSB:
As He was getting into the boat, the man who had been possessed by the demons begged to go with Him.
19
NLD
Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.
BSB
BSB:
But Jesus would not allow him. “Go home to your own people,” He said, “and tell them how much the Lord has done for you, and what mercy He has shown you.”
20
NLD
En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.
BSB
BSB:
So the man went away and began to proclaim throughout the Decapolis how much Jesus had done for him. And everyone was amazed.
21
NLD
En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee.
BSB
BSB:
When Jesus had again crossed by boat to the other side, a large crowd gathered around Him beside the sea.
22
NLD
En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,
BSB
BSB:
A synagogue leader named Jairus arrived, and seeing Jesus, he fell at His feet
23
NLD
En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.
BSB
BSB:
and pleaded with Him urgently, “My little daughter is near death. Please come and place Your hands on her, so that she will be healed and live.”
24
NLD
En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.
BSB
BSB:
So Jesus went with him, and a large crowd followed and pressed around Him.
25
NLD
En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,
BSB
BSB:
And a woman was there who had suffered from bleeding for twelve years.
26
NLD
En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;
BSB
BSB:
She had borne much agony under the care of many physicians and had spent all she had, but to no avail. Instead, her condition had only grown worse.
27
NLD
Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan;
BSB
BSB:
When the woman heard about Jesus, she came up through the crowd behind Him and touched His cloak.
28
NLD
Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.
BSB
BSB:
For she kept saying, “If only I touch His garments, I will be healed.”
29
NLD
En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.
BSB
BSB:
Immediately her bleeding stopped, and she sensed in her body that she was healed of her affliction.
30
NLD
En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?
BSB
BSB:
At once Jesus was aware that power had gone out from Him. Turning to the crowd, He asked, “Who touched My garments?”
31
NLD
En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?
BSB
BSB:
His disciples answered, “You can see the crowd pressing in on You, and yet You ask, ‘Who touched Me?’”
32
NLD
En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.
BSB
BSB:
But He kept looking around to see who had done this.
33
NLD
En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zeide Hem al de waarheid.
BSB
BSB:
Then the woman, knowing what had happened to her, came and fell down before Him trembling in fear, and she told Him the whole truth.
34
NLD
En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.
BSB
BSB:
“Daughter,” said Jesus, “your faith has healed you. Go in peace and be free of your affliction.”
35
NLD
Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk?
BSB
BSB:
While He was still speaking, messengers from the house of Jairus arrived and said, “Your daughter is dead; why bother the Teacher anymore?”
36
NLD
En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.
BSB
BSB:
But Jesus overheard their conversation and said to Jairus, “Do not be afraid; just believe.”
37
NLD
En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broeder van Jakobus;
BSB
BSB:
And He did not allow anyone to accompany Him except Peter, James, and John the brother of James.
38
NLD
En kwam in het huis des oversten der synagoge; en zag de beroerte en degenen, die zeer weenden en huilden.
BSB
BSB:
When they arrived at the house of the synagogue leader, Jesus saw the commotion and the people weeping and wailing loudly.
39
NLD
En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.
BSB
BSB:
He went inside and asked, “Why all this commotion and weeping? The child is not dead, but asleep.”
40
NLD
En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.
BSB
BSB:
And they laughed at Him. After He had put them all outside, He took the child’s father and mother and His own companions, and went in to see the child.
41
NLD
En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.
BSB
BSB:
Taking her by the hand, Jesus said, “Talitha koum!” which means, “Little girl, I say to you, get up!”
42
NLD
En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.
BSB
BSB:
Immediately the girl got up and began to walk around (she was twelve years old). And at once they were utterly astounded.
43
NLD
En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.
BSB
BSB:
Then Jesus gave strict orders that no one should know about this, and He told them to give her something to eat.
Chapter complete
You’ve read Mark 5
Chapter 5 of 16 in Mark
Up next
Mark 6
Read Mark 6
Listen
Back to Mark 4
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Mark 5
A question this chapter raises
Why did God strike Uzzah for steadying the ark?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Mark 4
Mark 5
Mark 6