Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Matthew 9 (NLD) · Opened
Matt
Matthew
9
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Israel
, person
David
, person
John
, person
Matthew
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad.
BSB
BSB:
Jesus got into a boat, crossed over, and came to His own town.
2
NLD
(9:1) En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende. (9:2) En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.
BSB
BSB:
Just then some men brought to Him a paralytic lying on a mat. When Jesus saw their faith, He said to the paralytic, “Take courage, son; your sins are forgiven.”
3
NLD
En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.
BSB
BSB:
On seeing this, some of the scribes said to themselves, “This man is blaspheming!”
4
NLD
En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?
BSB
BSB:
But Jesus knew what they were thinking and said, “Why do you harbor evil in your hearts?
5
NLD
Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?
BSB
BSB:
Which is easier: to say, ‘Your sins are forgiven,’ or to say, ‘Get up and walk’?
6
NLD
Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.
BSB
BSB:
But so that you may know that the Son of Man has authority on earth to forgive sins...” Then He said to the paralytic, “Get up, pick up your mat, and go home.”
7
NLD
En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.
BSB
BSB:
And the man got up and went home.
8
NLD
De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.
BSB
BSB:
When the crowds saw this, they were filled with awe and glorified God, who had given such authority to men.
9
NLD
En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheus; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
BSB
BSB:
As Jesus went on from there, He saw a man named Matthew sitting at the tax booth. “Follow Me,” He told him, and Matthew got up and followed Him.
10
NLD
En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheus aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen.
BSB
BSB:
Later, as Jesus was dining at Matthew’s house, many tax collectors and sinners came and ate with Him and His disciples.
11
NLD
En de Farizeen, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en de zondaren?
BSB
BSB:
When the Pharisees saw this, they asked His disciples, “Why does your Teacher eat with tax collectors and sinners?”
12
NLD
Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.
BSB
BSB:
On hearing this, Jesus said, “It is not the healthy who need a doctor, but the sick.
13
NLD
Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
BSB
BSB:
But go and learn what this means: ‘I desire mercy, not sacrifice.’ For I have not come to call the righteous, but sinners.”
14
NLD
Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet?
BSB
BSB:
Then John’s disciples came to Jesus and asked, “Why is it that we and the Pharisees fast so often, but Your disciples do not fast?”
15
NLD
En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.
BSB
BSB:
Jesus replied, “How can the guests of the bridegroom mourn while He is with them? But the time will come when the bridegroom will be taken from them; then they will fast.
16
NLD
Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur.
BSB
BSB:
No one sews a patch of unshrunk cloth on an old garment. For the patch will pull away from the garment, and a worse tear will result.
17
NLD
Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.
BSB
BSB:
Neither do men pour new wine into old wineskins. If they do, the skins will burst, the wine will spill, and the wineskins will be ruined. Instead, they pour new wine into new wineskins, and both are preserved.”
18
NLD
Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.
BSB
BSB:
While Jesus was saying these things, a synagogue leader came and knelt before Him. “My daughter has just died,” he said. “But come and place Your hand on her, and she will live.”
19
NLD
En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.
BSB
BSB:
So Jesus got up and went with him, along with His disciples.
20
NLD
(En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;
BSB
BSB:
Suddenly a woman who had suffered from bleeding for twelve years came up behind Him and touched the fringe of His cloak.
21
NLD
Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.
BSB
BSB:
She said to herself, “If only I touch His cloak, I will be healed.”
22
NLD
En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)
BSB
BSB:
Jesus turned and saw her. “Take courage, daughter,” He said, “your faith has healed you.” And the woman was healed from that very hour.
23
NLD
En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,
BSB
BSB:
When Jesus entered the house of the synagogue leader, He saw the flute players and the noisy crowd.
24
NLD
Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.
BSB
BSB:
“Go away,” He told them. “The girl is not dead, but asleep.” And they laughed at Him.
25
NLD
Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.
BSB
BSB:
After the crowd had been put outside, Jesus went in and took the girl by the hand, and she got up.
26
NLD
En dit gerucht ging uit door dat gehele land.
BSB
BSB:
And the news about this spread throughout that region.
27
NLD
En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer!
BSB
BSB:
As Jesus went on from there, two blind men followed Him, crying out, “Have mercy on us, Son of David!”
28
NLD
En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!
BSB
BSB:
After Jesus had entered the house, the blind men came to Him. “Do you believe that I am able to do this?” He asked. “Yes, Lord,” they answered.
29
NLD
Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.
BSB
BSB:
Then He touched their eyes and said, “According to your faith will it be done to you.”
30
NLD
En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete.
BSB
BSB:
And their eyes were opened. Jesus warned them sternly, “See that no one finds out about this!”
31
NLD
Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land.
BSB
BSB:
But they went out and spread the news about Him throughout the land.
32
NLD
Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.
BSB
BSB:
As they were leaving, a demon-possessed man who was mute was brought to Jesus.
33
NLD
En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israel gezien!
BSB
BSB:
And when the demon had been driven out, the man began to speak. The crowds were amazed and said, “Nothing like this has ever been seen in Israel!”
34
NLD
Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.
BSB
BSB:
But the Pharisees said, “It is by the prince of demons that He drives out demons.”
35
NLD
En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk.
BSB
BSB:
Jesus went through all the towns and villages, teaching in their synagogues, preaching the gospel of the kingdom, and healing every disease and sickness.
36
NLD
En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben.
BSB
BSB:
When He saw the crowds, He was moved with compassion for them, because they were harassed and helpless, like sheep without a shepherd.
37
NLD
Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige;
BSB
BSB:
Then He said to His disciples, “The harvest is plentiful, but the workers are few.
38
NLD
Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
BSB
BSB:
Ask the Lord of the harvest, therefore, to send out workers into His harvest.”
Chapter complete
You’ve read Matthew 9
Chapter 9 of 28 in Matthew
Up next
Matthew 10
Read Matthew 10
Listen
Back to Matthew 8
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Matthew 9
Ask Opened AI
Ask anything about Matthew 9
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com