Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v1.42.2
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Rom
Romans
6
NLD
BSB
A
a
Romans 6
6
Romans
New life and the Spirit
Dutch Bible 1917
Christ
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?
BSB
BSB:
What then shall we say? Shall we continue in sin so that grace may increase?
2
NLD
Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?
BSB
BSB:
Certainly not! How can we who died to sin live in it any longer?
3
NLD
Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?
BSB
BSB:
Or aren’t you aware that all of us who were baptized into Christ Jesus were baptized into His death?
4
NLD
Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.
BSB
BSB:
We were therefore buried with Him through baptism into death, in order that, just as Christ was raised from the dead through the glory of the Father, we too may walk in newness of life.
5
NLD
Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;
BSB
BSB:
For if we have been united with Him like this in His death, we will certainly also be united with Him in His resurrection.
6
NLD
Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.
BSB
BSB:
We know that our old self was crucified with Him so that the body of sin might be rendered powerless, that we should no longer be slaves to sin.
7
NLD
Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.
BSB
BSB:
For anyone who has died has been freed from sin.
8
NLD
Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;
BSB
BSB:
Now if we died with Christ, we believe that we will also live with Him.
9
NLD
Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.
BSB
BSB:
For we know that since Christ was raised from the dead, He cannot die again; death no longer has dominion over Him.
10
NLD
Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode.
BSB
BSB:
The death He died, He died to sin once for all; but the life He lives, He lives to God.
11
NLD
Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere.
BSB
BSB:
So you too must count yourselves dead to sin, but alive to God in Christ Jesus.
12
NLD
Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams.
BSB
BSB:
Therefore do not let sin reign in your mortal body so that you obey its desires.
13
NLD
En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.
BSB
BSB:
Do not present the parts of your body to sin as instruments of wickedness, but present yourselves to God as those who have been brought from death to life; and present the parts of your body to Him as instruments of righteousness.
14
NLD
Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.
BSB
BSB:
For sin shall not be your master, because you are not under law, but under grace.
15
NLD
Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.
BSB
BSB:
What then? Shall we sin because we are not under law, but under grace? Certainly not!
16
NLD
Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
BSB
BSB:
Do you not know that when you offer yourselves as obedient slaves, you are slaves to the one you obey, whether you are slaves to sin leading to death, or to obedience leading to righteousness?
17
NLD
Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt;
BSB
BSB:
But thanks be to God that, though you once were slaves to sin, you wholeheartedly obeyed the form of teaching to which you were committed.
18
NLD
En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.
BSB
BSB:
You have been set free from sin and have become slaves to righteousness.
19
NLD
Ik spreek op menselijke wijze, om der zwakheid uws vleses wil; want gelijk gij uw leden gesteld hebt, om dienstbaar te zijn der onreinigheid en der ongerechtigheid, tot ongerechtigheid, alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking.
BSB
BSB:
I am speaking in human terms because of the weakness of your flesh. Just as you used to offer the parts of your body in slavery to impurity and to escalating wickedness, so now offer them in slavery to righteousness leading to holiness.
20
NLD
Want toen gij dienstknechten waart der zonde, zo waart gij vrij van de gerechtigheid.
BSB
BSB:
For when you were slaves to sin, you were free of obligation to righteousness.
21
NLD
Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood.
BSB
BSB:
What fruit did you reap at that time from the things of which you are now ashamed? The outcome of those things is death.
22
NLD
Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven.
BSB
BSB:
But now that you have been set free from sin and have become slaves to God, the fruit you reap leads to holiness, and the outcome is eternal life.
23
NLD
Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
BSB
BSB:
For the wages of sin is death, but the gift of God is eternal life in Christ Jesus our Lord.
Chapter complete
You’ve read Romans 6
Chapter 6 of 16 in Romans
Up next
Romans 7
Read Romans 7
Listen
Back to Romans 5
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Romans 6
Ask Study Help
Ask anything about Romans 6
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Romans 5
Romans 6
Romans 7