Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v1.42.4
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Rom
Romans
9
NLD
BSB
A
a
Romans 9
9
Romans
God's purposes for Israel
Dutch Bible 1917
Israel
, person
Christ
, person
Isaac
, person
Isaiah
, person
Zion
, place
Moses
, person
Abraham
, person
Pharaoh
, person
6 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),
BSB
BSB:
I speak the truth in Christ; I am not lying, as confirmed by my conscience in the Holy Spirit.
2
NLD
Dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige smart is.
BSB
BSB:
I have deep sorrow and unceasing anguish in my heart.
3
NLD
Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees;
BSB
BSB:
For I could wish that I myself were cursed and cut off from Christ for the sake of my brothers, my own flesh and blood,
4
NLD
Welke Israelieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen;
BSB
BSB:
the people of Israel. Theirs is the adoption as sons; theirs the divine glory and the covenants; theirs the giving of the law, the temple worship, and the promises.
5
NLD
Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
BSB
BSB:
Theirs are the patriarchs, and from them proceeds the human descent of Christ, who is God over all, forever worthy of praise! Amen.
6
NLD
Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn.
BSB
BSB:
It is not as though God’s word has failed. For not all who are descended from Israel are Israel.
7
NLD
Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.
BSB
BSB:
Nor because they are Abraham’s descendants are they all his children. On the contrary, “Through Isaac your offspring will be reckoned.”
8
NLD
Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.
BSB
BSB:
So it is not the children of the flesh who are God’s children, but it is the children of the promise who are regarded as offspring.
9
NLD
Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben.
BSB
BSB:
For this is what the promise stated: “At the appointed time I will return, and Sarah will have a son.”
10
NLD
En niet alleenlijk deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaak, onzen vader.
BSB
BSB:
Not only that, but Rebecca’s children were conceived by one man, our father Isaac.
11
NLD
Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende;
BSB
BSB:
Yet before the twins were born or had done anything good or bad, in order that God’s plan of election might stand,
12
NLD
Zo werd tot haar gezegd: De meerdere zal den mindere dienen.
BSB
BSB:
not by works but by Him who calls, she was told, “The older will serve the younger.”
13
NLD
Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.
BSB
BSB:
So it is written: “Jacob I loved, but Esau I hated.”
14
NLD
Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Dat zij verre.
BSB
BSB:
What then shall we say? Is God unjust? Certainly not!
15
NLD
Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.
BSB
BSB:
For He says to Moses: “I will have mercy on whom I have mercy, and I will have compassion on whom I have compassion.”
16
NLD
Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.
BSB
BSB:
So then, it does not depend on man’s desire or effort, but on God’s mercy.
17
NLD
Want de Schrift zegt tot Farao: Tot ditzelve heb Ik u verwekt, opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde.
BSB
BSB:
For the Scripture says to Pharaoh: “I raised you up for this very purpose, that I might display My power in you, and that My name might be proclaimed in all the earth.”
18
NLD
Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil.
BSB
BSB:
Therefore God has mercy on whom He wants to have mercy, and He hardens whom He wants to harden.
19
NLD
Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?
BSB
BSB:
One of you will say to me, “Then why does God still find fault? For who can resist His will?”
20
NLD
Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?
BSB
BSB:
But who are you, O man, to talk back to God? Shall what is formed say to Him who formed it, “Why did You make me like this?”
21
NLD
Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere?
BSB
BSB:
Does not the potter have the right to make from the same lump of clay one vessel for special occasions and another for common use?
22
NLD
En of God, willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken, met vele lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid;
BSB
BSB:
What if God, intending to show His wrath and make His power known, bore with great patience the vessels of His wrath, prepared for destruction?
23
NLD
En opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?
BSB
BSB:
What if He did this to make the riches of His glory known to the vessels of His mercy, whom He prepared in advance for glory—
24
NLD
Welke Hij ook geroepen heeft, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.
BSB
BSB:
including us, whom He has called not only from the Jews, but also from the Gentiles?
25
NLD
Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde.
BSB
BSB:
As He says in Hosea: “I will call them ‘My People’ who are not My people, and I will call her ‘My Beloved’ who is not My beloved,”
26
NLD
En het zal zijn, in de plaats, waar tot hen gezegd was: Gijlieden zijt Mijn volk niet, aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden.
BSB
BSB:
and, “It will happen that in the very place where it was said to them, ‘You are not My people,’ they will be called ‘sons of the living God.’”
27
NLD
En Jesaja roept over Israel: Al ware het getal der kinderen Israels gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.
BSB
BSB:
Isaiah cries out concerning Israel: “Though the number of the Israelites is like the sand of the sea, only the remnant will be saved.
28
NLD
Want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.
BSB
BSB:
For the Lord will carry out His sentence on the earth thoroughly and decisively.”
29
NLD
En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft: Indien de Heere Sebaoth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sodom geworden, en Gomorra gelijk gemaakt geweest.
BSB
BSB:
It is just as Isaiah foretold: “Unless the Lord of Hosts had left us descendants, we would have become like Sodom, we would have resembled Gomorrah.”
30
NLD
Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben, doch de rechtvaardigheid, die uit het geloof is.
BSB
BSB:
What then will we say? That the Gentiles, who did not pursue righteousness, have obtained it, a righteousness that is by faith;
31
NLD
Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen.
BSB
BSB:
but Israel, who pursued a law of righteousness, has not attained it.
32
NLD
Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;
BSB
BSB:
Why not? Because their pursuit was not by faith, but as if it were by works. They stumbled over the stumbling stone,
33
NLD
Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.
BSB
BSB:
as it is written: “See, I lay in Zion a stone of stumbling and a rock of offense; and the one who believes in Him will never be put to shame.”
Chapter complete
You’ve read Romans 9
Chapter 9 of 16 in Romans
Up next
Romans 10
Read Romans 10
Listen
Back to Romans 8
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Romans 9
A question this chapter raises
Isn’t the New Testament antisemitic?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Romans 8
Romans 9
Romans 10