2 NLD1939 en zoals ze ons door de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord zijn overgeleverd, BSB BSB: just as they were handed down to us by the initial eyewitnesses and servants of the word.
3 NLD1939 kwam het ook mij wenselijk voor, beste Teófilus, na alles, van de aanvang af, nauwkeurig te hebben onderzocht, het ordelijk voor u te beschrijven, BSB BSB: Therefore, having carefully investigated everything from the beginning, it seemed good also to me to write an orderly account for you, most excellent Theophilus,
4 NLD1939 om u de waarachtigheid te doen zien van de leer, waarin ge onderwezen zijt. BSB BSB: so that you may know the certainty of the things you have been taught.
6 NLD1939 Beiden waren rechtschapen in de ogen van God, en leefden onberispelijk in al de geboden en voorschriften van den Heer. BSB BSB: Both of them were righteous in the sight of God, walking blamelessly in all the commandments and decrees of the Lord.
7 NLD1939 Ze hadden geen kinderen; want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren reeds hoogbejaard. BSB BSB: But they had no children, because Elizabeth was barren, and they were both well along in years.
8 NLD1939 Eens, dat zijn afdeling de beurt had, om de dienst voor God te verrichten, BSB BSB: One day while Zechariah’s division was on duty and he was serving as priest before God,
9 NLD1939 werd hij, zoals dit bij de priesters gebruikelijk was, door het lot aangewezen, om de tempel des Heren binnen te gaan en wierook te offeren. BSB BSB: he was chosen by lot, according to the custom of the priesthood, to enter the temple of the Lord and burn incense.
10 NLD1939 En al het volk stond buiten te bidden op het uur van het wierookoffer. BSB BSB: And at the hour of the incense offering, the whole congregation was praying outside.
11 NLD1939 Daar verscheen hem een engel des Heren, die rechts van het wierookaltaar stond. BSB BSB: Just then an angel of the Lord appeared to Zechariah, standing at the right side of the altar of incense.
12 NLD1939 Zakarias ontstelde bij dit gezicht, en beefde van angst. BSB BSB: When Zechariah saw him, he was startled and gripped with fear.
13 NLD1939 Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet, Zakarias, want uw gebed is verhoord; Elisabet, uw vrouw, zal u een zoon schenken, en ge zult hem Johannes noemen. BSB BSB: But the angel said to him, “Do not be afraid, Zechariah, because your prayer has been heard. Your wife Elizabeth will bear you a son, and you are to give him the name John.
14 NLD1939 Ge zult juichen en jubelen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. BSB BSB: He will be a joy and delight to you, and many will rejoice at his birth,
15 NLD1939 Want hij zal groot zijn voor den Heer; hij zal geen wijn drinken, noch sterke drank; en reeds van de schoot zijner moeder af zal hij worden vervuld van den Heiligen Geest. BSB BSB: for he will be great in the sight of the Lord. He shall never take wine or strong drink, and he will be filled with the Holy Spirit even from his mother’s womb.
16 NLD1939 En vele kinderen van Israël zal hij bekeren tot den Heer hun God; BSB BSB: Many of the sons of Israel he will turn back to the Lord their God.
18 NLD1939 Maar Zakarias zei tot den engel: Waaraan zal ik dat erkennen? Want ik ben oud, en ook mijn vrouw is reeds op jaren. BSB BSB: “How can I be sure of this?” Zechariah asked the angel. “I am an old man, and my wife is well along in years.”
19 NLD1939 De engel antwoordde hem: Ik ben Gábriël; ik sta voor Gods aanschijn, en ben gezonden, om u toe te spreken, en u deze blijde boodschap te brengen. BSB BSB: “I am Gabriel,” replied the angel. “I stand in the presence of God, and I have been sent to speak to you and to bring you this good news.
20 NLD1939 Zie, ge zult stom zijn en niet kunnen spreken, tot de dag waarop dit geschieden zal; omdat ge mijn woorden niet hebt geloofd, die te hunner tijd in vervulling zullen gaan. BSB BSB: And now you will be silent and unable to speak until the day this comes to pass, because you did not believe my words, which will be fulfilled at their proper time.”
21 NLD1939 Intussen stond het volk op Zakarias te wachten, en verwonderde zich er over, dat hij zolang in de tempel bleef. BSB BSB: Meanwhile, the people were waiting for Zechariah and wondering why he took so long in the temple.
22 NLD1939 Maar toen hij buiten kwam, en niet tot hen kon spreken, begrepen ze, dat hij in de tempel een verschijning gezien had; wel maakte hij gebaren, maar hij bleef stom. BSB BSB: When he came out and was unable to speak to them, they realized he had seen a vision in the temple. He kept making signs to them but remained unable to speak.
23 NLD1939 Toen zijn diensttijd voorbij was, ging hij naar huis. BSB BSB: And when the days of his service were complete, he returned home.
24 NLD1939 Enige tijd later kwam zijn vrouw Elisabet in gezegende omstandigheden; ze verborg zich vijf maanden lang, en sprak: BSB BSB: After these days, his wife Elizabeth became pregnant and for five months remained in seclusion. She declared,
25 NLD1939 Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij neerzag, om mijn schande bij de mensen weg te nemen. BSB BSB: “The Lord has done this for me. In these days He has shown me favor and taken away my disgrace among the people.”
27 NLD1939 tot een maagd, die verloofd was aan een man, die Josef heette, en uit het huis van David was; de naam van de maagd was Maria. BSB BSB: to a virgin pledged in marriage to a man named Joseph, who was of the house of David. And the virgin’s name was Mary.
28 NLD1939 De engel trad bij haar binnen, en sprak: Wees gegroet, vol van genade. De Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen. BSB BSB: The angel appeared to her and said, “Greetings, you who are highly favored! The Lord is with you.”
29 NLD1939 Ze verschrok van dit woord, en vroeg zich af, wat die groet kon beduiden. BSB BSB: Mary was greatly troubled at his words and wondered what kind of greeting this might be.
30 NLD1939 De engel zeide haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. BSB BSB: So the angel told her, “Do not be afraid, Mary, for you have found favor with God.
31 NLD1939 Zie, gij zult in uw schoot ontvangen, en een Zoon baren; en gij zult Hem Jesus noemen. BSB BSB: Behold, you will conceive and give birth to a son, and you are to give Him the name Jesus.
32 NLD1939 Hij zal groot zijn, en Zoon van den Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven; Hij zal koning zijn over het huis van Jakob in eeuwigheid, BSB BSB: He will be great and will be called the Son of the Most High. The Lord God will give Him the throne of His father David,
33 NLD1939 en aan zijn koningschap zal geen einde komen. BSB BSB: and He will reign over the house of Jacob forever. His kingdom will never end!”
35 NLD1939 De engel antwoordde haar: De Heilige Geest zal op u neerdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat uit u wordt geboren, heilig zijn, en de Zoon van God worden genoemd. BSB BSB: The angel replied, “The Holy Spirit will come upon you, and the power of the Most High will overshadow you. So the Holy One to be born will be called the Son of God.
36 NLD1939 Zie, uw bloedverwant Elisabet heeft ook een zoon ontvangen in haar ouderdom, en zij, die onvruchtbaar heette, is in haar zesde maand; BSB BSB: Look, even Elizabeth your relative has conceived a son in her old age, and she who was called barren is in her sixth month.
37 NLD1939 want niets is onmogelijk bij God. BSB BSB: For no word from God will ever fail.”
39 NLD1939 In die dagen ging Maria op weg, en spoedde zich het bergland in, naar een stad van Juda. BSB BSB: In those days Mary got ready and hurried to a town in the hill country of Judah,
40 NLD1939 Ze kwam in het huis van Zakarias, en begroette Elisabet. BSB BSB: where she entered the home of Zechariah and greeted Elizabeth.
41 NLD1939 Toen Elisabet de groet van Maria vernam, sprong het kind op in haar schoot, en werd Elisabet van den Heiligen Geest vervuld. BSB BSB: When Elizabeth heard Mary’s greeting, the baby leaped in her womb, and Elizabeth was filled with the Holy Spirit.
42 NLD1939 Met luider stem hief ze aan: Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot! BSB BSB: In a loud voice she exclaimed, “Blessed are you among women, and blessed is the fruit of your womb!
43 NLD1939 Wat valt mij te beurt, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt? BSB BSB: And why am I so honored, that the mother of my Lord should come to me?
44 NLD1939 Want zie, zodra de klank van uw groet mij in de oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. BSB BSB: For as soon as the sound of your greeting reached my ears, the baby in my womb leaped for joy.
45 NLD1939 Zalig zij, die geloofd heeft; want wat haar namens den Heer is gezegd, zal worden vervuld. BSB BSB: Blessed is she who has believed that the Lord’s word to her will be fulfilled.”
47 NLD1939 In God, mijn Redder; BSB BSB: and my spirit rejoices in God my Savior!
49 NLD1939 Want de Machtige heeft aan mij grote dingen gedaan: Zijn Naam is heilig! BSB BSB: For the Mighty One has done great things for me. Holy is His name.
50 NLD1939 Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht Over hen, die Hem vrezen; BSB BSB: His mercy extends to those who fear Him, from generation to generation.
51 NLD1939 Hij toont de kracht van zijn arm, En slaat de trotsen van harte uiteen. BSB BSB: He has performed mighty deeds with His arm; He has scattered those who are proud in the thoughts of their hearts.
52 NLD1939 De machtigen haalt Hij neer van de troon, Maar Hij verheft de geringen; BSB BSB: He has brought down rulers from their thrones, but has exalted the humble.
53 NLD1939 Behoeftigen overlaadt Hij met gaven, En rijken zendt Hij ledig heen. BSB BSB: He has filled the hungry with good things, but has sent the rich away empty.
54 NLD1939 Hij heeft Zich over Israël, zijn dienaar, ontfermd; Zijn barmhartigheid indachtig: BSB BSB: He has helped His servant Israel, remembering to be merciful,
55 NLD1939 Zoals Hij tot onze vaderen sprak: Aan Abraham en zijn zaad voor altijd. BSB BSB: as He promised to our fathers, to Abraham and his descendants forever.”
56 NLD1939 Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze terug naar huis. BSB BSB: Mary stayed with Elizabeth for about three months and then returned home.
57 NLD1939 Zo kwam voor Elisabet de tijd van haar moederschap, en ze baarde een zoon. BSB BSB: When the time came for Elizabeth to have her child, she gave birth to a son.
58 NLD1939 Haar buren en familie hoorden, dat de Heer haar grote barmhartigheid had betoond, en ze deelden in haar vreugde. BSB BSB: Her neighbors and relatives heard that the Lord had shown her great mercy, and they rejoiced with her.
59 NLD1939 Op de achtste dag kwam men het kind besnijden, en men wilde het Zakarias noemen, naar de naam van zijn vader. BSB BSB: On the eighth day, when they came to circumcise the child, they were going to name him after his father Zechariah.
60 NLD1939 Maar zijn moeder nam het woord en sprak: Neen, Johannes zal hij heten. BSB BSB: But his mother replied, “No! He shall be called John.”
61 NLD1939 Ze zeiden haar: Er is niemand in uw familie, die deze naam heeft. BSB BSB: They said to her, “There is no one among your relatives who bears this name.”
62 NLD1939 Nu gaven ze zijn vader een teken, hoe hij hem wilde noemen. BSB BSB: So they made signs to his father to find out what he wanted to name the child.
63 NLD1939 Hij vroeg een schrijfbordje, en schreef: Zijn naam is Johannes. Allen waren er over verwonderd. BSB BSB: Zechariah asked for a tablet and wrote, “His name is John.” And they were all amazed.
64 NLD1939 Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond en tong los; hij sprak, en zegende God. BSB BSB: Immediately Zechariah’s mouth was opened and his tongue was released, and he began to speak, praising God.
65 NLD1939 Al hun buren werden met ontzag vervuld, en in heel het bergland van Judea werden al deze dingen besproken. BSB BSB: All their neighbors were filled with awe, and people throughout the hill country of Judea were talking about these events.
66 NLD1939 Allen, die het hoorden, dachten er over na, en zeiden: Wat zal er toch worden van dat kind? Waarachtig, de hand des Heren was met hem! BSB BSB: And all who heard this wondered in their hearts and asked, “What then will this child become?” For the Lord’s hand was with him.
67 NLD1939 En zijn vader Zakarias, vervuld van den Heiligen Geest, profeteerde en sprak: BSB BSB: Then his father Zechariah was filled with the Holy Spirit and prophesied:
68 NLD1939 Geloofd zij de Heer, Israëls God! Want Hij heeft zijn volk bezocht en verlost, BSB BSB: “Blessed be the Lord, the God of Israel, because He has visited and redeemed His people.
69 NLD1939 En ons een hoorn van redding verwekt In het huis van David, zijn dienaar. BSB BSB: He has raised up a horn of salvation for us in the house of His servant David,
70 NLD1939 Zoals Hij eeuwen geleden beloofd had Door de mond zijner heilige profeten: BSB BSB: as He spoke through His holy prophets, those of ages past,
71 NLD1939 Om ons redding te brengen van onze vijanden, En uit de hand van al, die ons haten. BSB BSB: salvation from our enemies and from the hand of all who hate us,
72 NLD1939 Om Zich te ontfermen over onze vaderen, En zijn heilig Verbond te gedenken, BSB BSB: to show mercy to our fathers and to remember His holy covenant,
73 NLD1939 De eed, die Hij zwoer, Aan Abraham, onzen vader. BSB BSB: the oath He swore to our father Abraham, to grant us
74 NLD1939 Om ons te vergunnen, om zonder vrees, Uit de hand onzer vijanden verlost, BSB BSB: deliverance from hostile hands, that we may serve Him without fear,
75 NLD1939 Hem te dienen, vroom en rechtschapen, Voor zijn aanschijn al onze dagen. BSB BSB: in holiness and righteousness before Him all the days of our lives.
76 NLD1939 En Gij nu, kleine knaap, Zult profeet van den Allerhoogste worden genoemd; Want ge zult uitgaan voor den Heer, Om zijn wegen te bereiden. BSB BSB: And you, child, will be called a prophet of the Most High; for you will go on before the Lord to prepare the way for Him,
77 NLD1939 Om zijn volk het heil te doen kennen In de vergiffenis zijner zonden, BSB BSB: to give to His people the knowledge of salvation through the forgiveness of their sins,
78 NLD1939 Door de tedere ontferming van onzen God, Die ons de Dageraad uit den hoge zal brengen. BSB BSB: because of the tender mercy of our God, by which the Dawn will visit us from on high,
79 NLD1939 Om te verlichten, die in duisternis zijn, En in de schaduw van de dood zijn gezeten; Om onze schreden te richten Naar de weg van de vrede. BSB BSB: to shine on those who live in darkness and in the shadow of death, to guide our feet into the path of peace.”
80 NLD1939 En de knaap groeide op, en kreeg een krachtige geest. Hij bleef in de woestijn tot de dag, dat hij voor Israël zou optreden. BSB BSB: And the child grew and became strong in spirit; and he lived in the wilderness until the time of his public appearance to Israel.