2 NLDGBV en die aan ons zijn overgeleverd door de mensen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en het nieuws hebben doorgegeven. BSB BSB: just as they were handed down to us by the initial eyewitnesses and servants of the word.
3 NLDGBV Daarom leek het ook mij goed om – nadat ik alles vanaf het begin nauwkeurig heb onderzocht – een ordelijk verslag voor u te schrijven, geachte Theofilus, BSB BSB: Therefore, having carefully investigated everything from the beginning, it seemed good also to me to write an orderly account for you, most excellent Theophilus,
4 NLDGBV zodat u er zeker van kan zijn dat hetgeen men u geleerd heeft, waar is. BSB BSB: so that you may know the certainty of the things you have been taught.
6 NLDGBV Ze waren allebei rechtvaardig in Gods ogen; ze hielden zich nauwgezet aan alle geboden en voorschriften van de Heer. BSB BSB: Both of them were righteous in the sight of God, walking blamelessly in all the commandments and decrees of the Lord.
7 NLDGBV Ze hadden geen kinderen, omdat Elisabet onvruchtbaar was, en ze waren allebei op leeftijd. BSB BSB: But they had no children, because Elizabeth was barren, and they were both well along in years.
8 NLDGBV Op een dag dat het de beurt van Zacharias' afdeling was om de priestertaken in Gods aanwezigheid uit te voeren, BSB BSB: One day while Zechariah’s division was on duty and he was serving as priest before God,
9 NLDGBV werd hij, door een loting die volgens de priesterlijke gebruiken werd uitgevoerd, aangewezen om het tempelgebouw van de Heer binnen te gaan en daar wierook te branden. BSB BSB: he was chosen by lot, according to the custom of the priesthood, to enter the temple of the Lord and burn incense.
10 NLDGBV Op het tijdstip dat het wierookoffer zou worden gebracht, stond een groot aantal Joodse mensen buiten te bidden. BSB BSB: And at the hour of the incense offering, the whole congregation was praying outside.
11 NLDGBV Toen verscheen aan Zacharias een engel van de Heer; hij stond rechts van het wierookaltaar. BSB BSB: Just then an angel of the Lord appeared to Zechariah, standing at the right side of the altar of incense.
12 NLDGBV Toen Zacharias de engel zag, schrok hij hevig en werd hij door angst bevangen. BSB BSB: When Zechariah saw him, he was startled and gripped with fear.
13 NLDGBV De engel zei echter tegen hem: “Wees niet bang, Zacharias, want je gebed is verhoord. Jij en je vrouw Elisabet zullen een zoon krijgen en je moet hem de naam Johannes geven. BSB BSB: But the angel said to him, “Do not be afraid, Zechariah, because your prayer has been heard. Your wife Elizabeth will bear you a son, and you are to give him the name John.
14 NLDGBV Hij zal een bron van grote vreugde en blijdschap voor je zijn en veel mensen zullen zich over zijn geboorte verheugen, BSB BSB: He will be a joy and delight to you, and many will rejoice at his birth,
15 NLDGBV want hij zal een groot man zijn in de ogen van de Heer. Hij mag geen wijn of andere alcoholische dranken nuttigen en hij zal worden vervuld van de Heilige Geest terwijl hij nog in de moederschoot is. BSB BSB: for he will be great in the sight of the Lord. He shall never take wine or strong drink, and he will be filled with the Holy Spirit even from his mother’s womb.
16 NLDGBV Hij zal veel Israëlieten terugleiden naar de Heer, hun God. BSB BSB: Many of the sons of Israel he will turn back to the Lord their God.
18 NLDGBV Zacharias vroeg de engel: “Hoe kan ik weten of dit waar is? Ik ben immers een oude man en mijn vrouw is op leeftijd.” BSB BSB: “How can I be sure of this?” Zechariah asked the angel. “I am an old man, and my wife is well along in years.”
19 NLDGBV De engel antwoordde: “Ik ben Gabriël. Ik sta in Gods dienst en ik ben gezonden om jou dit goede nieuws te vertellen. BSB BSB: “I am Gabriel,” replied the angel. “I stand in the presence of God, and I have been sent to speak to you and to bring you this good news.
20 NLDGBV Mijn woorden zullen op het juiste moment in vervulling gaan. Maar omdat je ze niet gelooft, zal je stom zijn en niet kunnen spreken tot het tijdstip waarop deze dingen plaatsvinden.” BSB BSB: And now you will be silent and unable to speak until the day this comes to pass, because you did not believe my words, which will be fulfilled at their proper time.”
21 NLDGBV Intussen wachtte het volk op Zacharias; men vroeg zich af waarom hij zo lang in het tempelgebouw bleef. BSB BSB: Meanwhile, the people were waiting for Zechariah and wondering why he took so long in the temple.
22 NLDGBV Toen hij uiteindelijk naar buiten kwam, was hij niet in staat om hen toe te spreken. Daaruit maakten ze op dat hij in het tempelgebouw een visioen had gehad, want hij bleef gebaren naar hen maken zonder te kunnen spreken. BSB BSB: When he came out and was unable to speak to them, they realized he had seen a vision in the temple. He kept making signs to them but remained unable to speak.
23 NLDGBV Toen zijn dienstperiode als priester voorbij was, ging Zacharias naar huis. BSB BSB: And when the days of his service were complete, he returned home.
24 NLDGBV Enige tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Vijf maanden lang zonderde ze zich af. Ze zei: BSB BSB: After these days, his wife Elizabeth became pregnant and for five months remained in seclusion. She declared,
25 NLDGBV “Dit heeft de Heer voor mij gedaan: Hij heeft zich over mij ontfermd en de schande weggenomen die ik in de ogen van de mensen droeg.” BSB BSB: “The Lord has done this for me. In these days He has shown me favor and taken away my disgrace among the people.”
27 NLDGBV naar een jonge vrouw die maagd was. Zij was verloofd met een man die Jozef heette en afstammeling van David was. De jonge vrouw heette Maria. BSB BSB: to a virgin pledged in marriage to a man named Joseph, who was of the house of David. And the virgin’s name was Mary.
28 NLDGBV De engel kwam bij haar thuis en zei: “Gegroet, jij bevoorrechte vrouw, de Heer is bij je.” BSB BSB: The angel appeared to her and said, “Greetings, you who are highly favored! The Lord is with you.”
29 NLDGBV Zij stond perplex van deze woorden en vroeg zich af wat de begroeting te betekenen had. BSB BSB: Mary was greatly troubled at his words and wondered what kind of greeting this might be.
30 NLDGBV De engel zei tegen haar: “Wees niet bang, Maria, God is je gunstig gezind. BSB BSB: So the angel told her, “Do not be afraid, Mary, for you have found favor with God.
31 NLDGBV Je zal zwanger worden en een zoon krijgen. Je moet Hem de naam Jezus geven. BSB BSB: Behold, you will conceive and give birth to a son, and you are to give Him the name Jesus.
32 NLDGBV Hij zal een groot man zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. De Heer God zal Hem de troon van zijn voorvader David schenken. BSB BSB: He will be great and will be called the Son of the Most High. The Lord God will give Him the throne of His father David,
33 NLDGBV Hij zal voor eeuwig over de afstammelingen van Jakob regeren en zijn heerschappij zal nooit eindigen.” BSB BSB: and He will reign over the house of Jacob forever. His kingdom will never end!”
35 NLDGBV De engel antwoordde: “De Heilige Geest zal naar je toe komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kindje heilig zijn en de Zoon van God worden genoemd. BSB BSB: The angel replied, “The Holy Spirit will come upon you, and the power of the Most High will overshadow you. So the Holy One to be born will be called the Son of God.
36 NLDGBV Bovendien is je bloedverwante Elisabet ook zwanger van een zoon, hoewel ze oud is. Ze werd als onvruchtbaar beschouwd, maar is nu in de zesde maand. BSB BSB: Look, even Elizabeth your relative has conceived a son in her old age, and she who was called barren is in her sixth month.
37 NLDGBV Voor God is namelijk niets onmogelijk.” BSB BSB: For no word from God will ever fail.”
39 NLDGBV Kort daarna maakte Maria zich klaar en begaf ze zich haastig naar een stad in het bergland van Juda. BSB BSB: In those days Mary got ready and hurried to a town in the hill country of Judah,
40 NLDGBV Daar ging ze naar het huis van Zacharias en begroette ze Elisabet. BSB BSB: where she entered the home of Zechariah and greeted Elizabeth.
41 NLDGBV Toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde, trappelde het kindje in haar buik en raakte ze vervuld van de Heilige Geest. BSB BSB: When Elizabeth heard Mary’s greeting, the baby leaped in her womb, and Elizabeth was filled with the Holy Spirit.
42 NLDGBV Ze riep luid: “Jij bent gezegend onder de vrouwen! Ook het kindje in je buik is gezegend! BSB BSB: In a loud voice she exclaimed, “Blessed are you among women, and blessed is the fruit of your womb!
43 NLDGBV Hoe is het mogelijk dat het mij overkomt dat de moeder van mijn Heer bij mij komt? BSB BSB: And why am I so honored, that the mother of my Lord should come to me?
44 NLDGBV Zodra ik je begroeting hoorde, trappelde het kindje in mijn buik van vreugde. BSB BSB: For as soon as the sound of your greeting reached my ears, the baby in my womb leaped for joy.
45 NLDGBV Zij die gelooft dat hetgeen de Heer haar had beloofd zou gebeuren, is gezegend!” BSB BSB: Blessed is she who has believed that the Lord’s word to her will be fulfilled.”
47 NLDGBV en mijn geest verheugt zich in God, mijn redder, BSB BSB: and my spirit rejoices in God my Savior!
49 NLDGBV want de Machtige heeft grote dingen voor mij gedaan en zijn naam is heilig. BSB BSB: For the Mighty One has done great things for me. Holy is His name.
50 NLDGBV Zijn mededogen geldt voor wie ontzag voor Hem hebben, de ene generatie na de andere. BSB BSB: His mercy extends to those who fear Him, from generation to generation.
51 NLDGBV Met zijn sterke arm heeft Hij zijn kracht getoond, Hij heeft uiteengejaagd wie arrogante gedachten koesterden. BSB BSB: He has performed mighty deeds with His arm; He has scattered those who are proud in the thoughts of their hearts.
52 NLDGBV Heersers heeft Hij onttroond, aan eenvoudigen gaf Hij een eervolle plaats. BSB BSB: He has brought down rulers from their thrones, but has exalted the humble.
53 NLDGBV Hongerigen heeft Hij verzadigd met het goede, rijken stuurde Hij met lege handen weg. BSB BSB: He has filled the hungry with good things, but has sent the rich away empty.
54 NLDGBV Hij heeft zijn dienaar Israël geholpen; Hij had mededogen, BSB BSB: He has helped His servant Israel, remembering to be merciful,
55 NLDGBV overeenkomstig Zijn eeuwige belofte aan onze voorouders, aan Abraham en zijn afstammelingen.” BSB BSB: as He promised to our fathers, to Abraham and his descendants forever.”
56 NLDGBV Maria bleef ongeveer drie maanden bij Elisabet en ging toen terug naar huis. BSB BSB: Mary stayed with Elizabeth for about three months and then returned home.
57 NLDGBV Toen voor Elisabet de tijd was aangebroken om haar kind te baren, kreeg ze een zoon. BSB BSB: When the time came for Elizabeth to have her child, she gave birth to a son.
58 NLDGBV Haar buren en familieleden hoorden dat de Heer mededogen met haar had gehad en haar had gezegend, en ze kwamen dat met haar vieren. BSB BSB: Her neighbors and relatives heard that the Lord had shown her great mercy, and they rejoiced with her.
59 NLDGBV Toen ze op de achtste dag het kind kwamen besnijden, wilden ze hem de naam Zacharias geven, naar zijn vader. BSB BSB: On the eighth day, when they came to circumcise the child, they were going to name him after his father Zechariah.
60 NLDGBV Maar zijn moeder reageerde: “Nee, hij moet Johannes heten.” BSB BSB: But his mother replied, “No! He shall be called John.”
61 NLDGBV Ze vroegen haar: “Maar er is toch niemand in je familie die zo heet?” BSB BSB: They said to her, “There is no one among your relatives who bears this name.”
62 NLDGBV Ze gebaarden naar de vader van het kind, om te vragen hoe hij wilde dat het zou heten. BSB BSB: So they made signs to his father to find out what he wanted to name the child.
63 NLDGBV Hij vroeg om een schrijfplankje en schreef: “Zijn naam is Johannes.” Iedereen was verbaasd. BSB BSB: Zechariah asked for a tablet and wrote, “His name is John.” And they were all amazed.
64 NLDGBV Onmiddellijk kon Zacharias zijn mond en tong weer gebruiken. Hij sprak weer en hij prees God. BSB BSB: Immediately Zechariah’s mouth was opened and his tongue was released, and he began to speak, praising God.
65 NLDGBV Alle buren waren vol ontzag en al deze dingen waren onderwerp van gesprek in het hele bergland van Judea. BSB BSB: All their neighbors were filled with awe, and people throughout the hill country of Judea were talking about these events.
66 NLDGBV Allen die ervan hoorden, dachten erover na en vroegen zich af: “Wat zal er van dit kind terechtkomen?” Het was namelijk duidelijk dat de zegen van de Heer op hem rustte. BSB BSB: And all who heard this wondered in their hearts and asked, “What then will this child become?” For the Lord’s hand was with him.
67 NLDGBV Toen werd zijn vader Zacharias vervuld van de Heilige Geest en profeteerde hij: BSB BSB: Then his father Zechariah was filled with the Holy Spirit and prophesied:
68 NLDGBV “Ik prijs de Heer, de God van Israël, want Hij heeft naar zijn volk omgekeken en het verlost. BSB BSB: “Blessed be the Lord, the God of Israel, because He has visited and redeemed His people.
69 NLDGBV Uit het nageslacht van zijn dienaar David heeft Hij een machtige redder doen opstaan, BSB BSB: He has raised up a horn of salvation for us in the house of His servant David,
70 NLDGBV zoals Hij lang geleden had beloofd bij monde van zijn heilige profeten. BSB BSB: as He spoke through His holy prophets, those of ages past,
71 NLDGBV Hij is het die ons redt van onze vijanden en uit de greep van allen die ons verachten. BSB BSB: salvation from our enemies and from the hand of all who hate us,
72 NLDGBV Zo betoont Hij ons het mededog en dat Hij ook aan onze voorouders heeft betoond. En zo bevestigt Hij zijn heilig verbond, BSB BSB: to show mercy to our fathers and to remember His holy covenant,
73 NLDGBV en de eed die Hij aan Abraham, onze voorvader, heeft gezworen. BSB BSB: the oath He swore to our father Abraham, to grant us
74 NLDGBV Bevrijd uit de greep van onze vijanden, mogen wij Hem nu onbevreesd vereren, BSB BSB: deliverance from hostile hands, that we may serve Him without fear,
75 NLDGBV in heiligheid en rechtvaardigheid, terwijl Hij op ons toekijkt, ons leven lang. BSB BSB: in holiness and righteousness before Him all the days of our lives.
76 NLDGBV En jij, kind, zal een profeet van de Allerhoogste worden genoemd, want je zal voor de Heer uitgaan om de weg voor Hem gereed te maken, BSB BSB: And you, child, will be called a prophet of the Most High; for you will go on before the Lord to prepare the way for Him,
77 NLDGBV om de redding, de vergeving van hun zonden, aan zijn volk bekend te maken. BSB BSB: to give to His people the knowledge of salvation through the forgiveness of their sins,
78 NLDGBV Wegens Gods grote mededogen voor ons, zal vanuit de hemel de zon voor ons opgaan. BSB BSB: because of the tender mercy of our God, by which the Dawn will visit us from on high,
79 NLDGBV Zij zal schijnen op de mensen die in het duister en in de schaduw van de dood leven, en zij zal onze voeten naar de weg van de vrede leiden.” BSB BSB: to shine on those who live in darkness and in the shadow of death, to guide our feet into the path of peace.”
80 NLDGBV Het kind groeide op en zijn geest werd steeds sterker. Hij leefde op afgelegen plaatsen tot de dag waarop hij zich publiekelijk aan Israël vertoonde. BSB BSB: And the child grew and became strong in spirit; and he lived in the wilderness until the time of his public appearance to Israel.