Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v2.3.3
Skip to content
Opened
en
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke
Luke
11
NLDGBV
BSB
A
a
Luke 11
11
Luke
The journey to Jerusalem
Dutch
Jonah
, person
Solomon
, person
John
, person
Nineveh
, place
South
, place
Queen of Sheba
, person
Abel
, person
Zechariah
, person
Dutch
Berean Standard Bible
1
NLDGBV
Op een dag was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij klaar was, vroeg een van zijn leerlingen Hem: “Heer, leer ons bidden, zoals Johannes dat aan zijn leerlingen heeft geleerd.”
BSB
BSB:
One day in a place where Jesus had just finished praying, one of His disciples requested, “Lord, teach us to pray, just as John taught his disciples.”
2
NLDGBV
Jezus zei tegen hen: “Wanneer jullie bidden, zeg dan: Vader, laat de heiligheid van uw naam worden geëerd. Laat uw koninkrijk komen.
BSB
BSB:
So Jesus told them,
“When you pray, say: ‘Father, hallowed be Your name. Your kingdom come.
3
NLDGBV
Geef ons elke dag voldoende eten.
BSB
BSB:
Give us each day our daily bread.
4
NLDGBV
Vergeef ons onze zonden, want wij vergeven ieder die zich tegenover ons heeft schuldig gemaakt. En laat niet toe dat we in verzoeking komen.”
BSB
BSB:
And forgive us our sins, for we also forgive everyone who sins against us. And lead us not into temptation.’”
5
NLDGBV
Jezus zei tegen hen: “Stel dat een van jullie een vriend heeft naar wie je midden in de nacht toe gaat en zegt: ‘Vriend, wil je mij drie broden geven,
BSB
BSB:
Then Jesus said to them,
“Suppose one of you goes to his friend at midnight and says, ‘Friend, lend me three loaves of bread,
6
NLDGBV
want een kennis van mij die op reis is, is bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.’
BSB
BSB:
because a friend of mine has come to me on a journey, and I have nothing to set before him.’
7
NLDGBV
En stel dat die vriend vanuit zijn huis roept: ‘Val me niet lastig, want de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen al in bed. Ik kan niet opstaan om je iets te geven!’
BSB
BSB:
And suppose the one inside answers, ‘Do not bother me. My door is already shut, and my children and I are in bed. I cannot get up to give you anything.’
8
NLDGBV
Ik zeg jullie: zelfs als die vriend niet voor je opstaat en het aan je geeft omdat je zijn vriend bent, zal hij toch opstaan en je zoveel geven als je nodig hebt, omdat je aanhoudt.
BSB
BSB:
I tell you, even though he will not get up to provide for him because of his friendship, yet because of the man’s persistence, he will get up and give him as much as he needs.
9
NLDGBV
Daarom zeg Ik jullie: vraag en het zal je gegeven worden, zoek en je zal vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.
BSB
BSB:
So I tell you: Ask, and it will be given to you; seek, and you will find; knock, and the door will be opened to you.
10
NLDGBV
Want ieder die vraagt, zal ontvangen, en wie zoekt, zal vinden, en voor wie klopt, zal worden opengedaan.
BSB
BSB:
For everyone who asks receives; he who seeks finds; and to him who knocks, the door will be opened.
11
NLDGBV
Wie van jullie die vader is, zal als zijn zoon om een vis vraagt, hem een slang geven in plaats van een vis?
BSB
BSB:
What father among you, if his son asks for a fish, will give him a snake instead?
12
NLDGBV
Of als hij om een ei vraagt, geeft hij hem dan een schorpioen?
BSB
BSB:
Or if he asks for an egg, will give him a scorpion?
13
NLDGBV
Dus als jullie, die slecht zijn, goede geschenken weten te geven aan je kinderen, is het toch veel zekerder dat jullie Vader vanuit de hemel de Heilige Geest zal geven aan wie het Hem vraagt?”
BSB
BSB:
So if you who are evil know how to give good gifts to your children, how much more will your Father in heaven give the Holy Spirit to those who ask Him!”
14
NLDGBV
Jezus dreef eens een demon uit die niet kon spreken. Toen de demon was weggegaan, begon die persoon te spreken. De mensen stonden versteld,
BSB
BSB:
One day Jesus was driving out a demon that was mute. And when the demon was gone, the man who had been mute spoke. The crowds were amazed,
15
NLDGBV
maar sommigen zeiden: “Het is Beëlzebul, de heerser over de demonen, die Hem in staat stelt de demonen uit te drijven.”
BSB
BSB:
but some of them said, “It is by Beelzebul, the prince of the demons, that He drives out demons.”
16
NLDGBV
Anderen stelden Jezus op de proef door Hem te vragen om een teken uit de hemel.
BSB
BSB:
And others tested Him by demanding a sign from heaven.
17
NLDGBV
Jezus wist echter wat er in hen omging en zei tegen hen: “Ieder koninkrijk dat innerlijk verdeeld is, gaat te gronde, en verdeelde families komen ten val.
BSB
BSB:
Knowing their thoughts, Jesus said to them,
“Every kingdom divided against itself will be laid waste, and a house divided against a house will fall.
18
NLDGBV
Als Satan innerlijk verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen dat Ik de demonen uitdrijf doordat Beëlzebul Mij daartoe in staat stelt.
BSB
BSB:
If Satan is divided against himself, how can his kingdom stand? After all, you say that I drive out demons by Beelzebul.
19
NLDGBV
Maar als Ik de demonen uitdrijf doordat Beëlzebul Mij daartoe in staat stelt, wie stelt jullie aanhangers dan in staat om demonen uit te drijven? Die aanhangers zijn het bewijs dat jullie ongelijk hebben.
BSB
BSB:
And if I drive out demons by Beelzebul, by whom do your sons drive them out? So then, they will be your judges.
20
NLDGBV
Maar als Ik demonen uitdrijf doordat God Mij daartoe in staat stelt, dan blijkt daaruit dat Gods koninkrijk bij jullie is gekomen.
BSB
BSB:
But if I drive out demons by the finger of God, then the kingdom of God has come upon you.
21
NLDGBV
Wanneer een goed bewapende, sterke man zijn paleis bewaakt, zijn zijn bezittingen veilig.
BSB
BSB:
When a strong man, fully armed, guards his house, his possessions are secure.
22
NLDGBV
Maar wanneer er iemand komt die sterker is en hem verslaat, neemt de winnaar hem de wapenrusting af waarop hij had vertrouwd, en verdeelt hij de buit.
BSB
BSB:
But when someone stronger attacks and overpowers him, he takes away the armor in which the man trusted, and then he divides up his plunder.
23
NLDGBV
Wie niet voor Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen.
BSB
BSB:
He who is not with Me is against Me, and he who does not gather with Me scatters.
24
NLDGBV
Wanneer een onreine geest uit een mens is gekomen, trekt hij door dorre plaatsen op zoek naar een rustplaats, zonder die te vinden. Dan zegt hij: ‘Ik ga terug naar het huis waar ik vandaan kom.’
BSB
BSB:
When an unclean spirit comes out of a man, it passes through arid places seeking rest and does not find it. Then it says, ‘I will return to the house I left.’
25
NLDGBV
En wanneer hij aankomt, treft hij het huis geveegd en opgeruimd aan.
BSB
BSB:
On its return, it finds the house swept clean and put in order.
26
NLDGBV
Dan gaat hij weg om zeven andere geesten op te halen die nog slechter zijn dan hijzelf, en ze nemen er hun intrek. Dan is die persoon er slechter aan toe dan eerst.”
BSB
BSB:
Then it goes and brings seven other spirits more wicked than itself, and they go in and dwell there. And the final plight of that man is worse than the first.”
27
NLDGBV
Terwijl Jezus deze dingen zei, riep een vrouw vanuit de menigte: “Gezegend zijn de moederschoot waaruit U bent geboren en de borsten waarvan U heeft gedronken!”
BSB
BSB:
As Jesus was saying these things, a woman in the crowd raised her voice and said, “Blessed is the womb that bore You, and blessed are the breasts that nursed You!”
28
NLDGBV
Maar Jezus zei: “Het zijn veeleer de mensen die Gods boodschap horen en zich eraan houden, die gezegend zijn.”
BSB
BSB:
But He replied,
“Blessed rather are those who hear the word of God and obey it.”
29
NLDGBV
Toen er nog meer mensen om Jezus heen kwamen staan, sprak Hij hen toe. Hij zei: “Jullie soort mensen is slecht. Jullie soort vraagt om een teken, maar het enige teken dat jullie zal worden gegeven is het teken van Jona.
BSB
BSB:
As the crowds were increasing, Jesus said,
“This is a wicked generation. It demands a sign, but none will be given it except the sign of Jonah.
30
NLDGBV
Want zoals Jona een teken werd voor de mensen van Nineve, zo zal de Mensenzoon een teken zijn voor jullie soort.
BSB
BSB:
For as Jonah was a sign to the Ninevites, so the Son of Man will be a sign to this generation.
31
NLDGBV
Bij het Oordeel zal tegelijk met jullie soort de koningin van het zuiden verrijzen en zij zal jullie veroordelen, want zij kwam van een van de uithoeken van de aarde naar Salomo's wijsheid luisteren en hier is Iemand die groter is dan Salomo.
BSB
BSB:
The Queen of the South will rise at the judgment with the men of this generation and condemn them; for she came from the ends of the earth to hear the wisdom of Solomon, and now One greater than Solomon is here.
32
NLDGBV
Bij het Oordeel zullen tegelijk met jullie soort de inwoners van Nineve verrijzen en zij zullen jullie veroordelen, want zij kwamen tot inkeer door Jona's verkondiging, en hier is Iemand die groter is dan Jona.
BSB
BSB:
The men of Nineveh will stand at the judgment with this generation and condemn it; for they repented at the preaching of Jonah, and now One greater than Jonah is here.
33
NLDGBV
Niemand die een olielamp heeft aangestoken, zet haar in de kelder of onder een bak. Integendeel, hij zet haar op een standaard, zodat de mensen die binnenkomen het licht zien.
BSB
BSB:
No one lights a lamp and puts it in a cellar or under a basket. Instead, he sets it on a stand, so those who enter can see the light.
34
NLDGBV
Je oog is de lamp van je lichaam; wanneer je oog helder is, is je hele lichaam verlicht, maar wanneer je oog troebel is, is je lichaam vol duisternis.
BSB
BSB:
Your eye is the lamp of your body. When your eyes are good, your whole body also is full of light. But when they are bad, your body is full of darkness.
35
NLDGBV
Zorg dus dat het licht binnenin jou geen duisternis wordt.
BSB
BSB:
Be careful, then, that the light within you is not darkness.
36
NLDGBV
Als je hele lichaam verlicht is, en geen enkel deel ervan is duister, dan is het even goed verlicht als wanneer je door het licht van een lamp wordt beschenen.”
BSB
BSB:
So if your whole body is full of light, with no part of it in darkness, you will be radiant, as though a lamp were shining on you.”
37
NLDGBV
Nadat Jezus had gesproken, werd Hij door een farizeeër uitgenodigd voor een maaltijd. Jezus ging met hem mee naar huis en nam plaats.
BSB
BSB:
As Jesus was speaking, a Pharisee invited Him to dine with him; so He went in and reclined at the table.
38
NLDGBV
De farizeeër was verbaasd toen hij zag dat Jezus zijn handen niet waste voor het eten.
BSB
BSB:
But the Pharisee was surprised to see that Jesus did not first wash before the meal.
39
NLDGBV
Maar de Heer zei tegen hem: “Jullie farizeeën reinigen wel de buitenkant van de beker en de schaal, maar vanbinnen zitten jullie vol zelfzucht en slechtheid.
BSB
BSB:
Then the Lord said,
“Now you Pharisees clean the outside of the cup and dish, but inside you are full of greed and wickedness.
40
NLDGBV
Dwazen, de Maker van de buitenkant heeft toch ook de binnenkant gemaakt?
BSB
BSB:
You fools! Did not the One who made the outside make the inside as well?
41
NLDGBV
Geef de inhoud weg als gift voor de armen; dan zal voor jullie alles rein zijn.
BSB
BSB:
But give as alms the things that are within you, and behold, everything will be clean for you.
42
NLDGBV
Maar wee jullie, farizeeën, want jullie geven God een tiende deel van de munt, de wijnruit en de andere kruiden, maar jullie negeren Gods gerechtigheid en liefde, terwijl dat de dingen zijn die je moet nastreven zonder het andere na te laten.
BSB
BSB:
Woe to you Pharisees! For you pay tithes of mint, rue, and every herb, but you disregard justice and the love of God. You should have practiced the latter without neglecting the former.
43
NLDGBV
Wee jullie, farizeeën, want jullie houden ervan de beste plaatsen in de synagogen in te nemen en met respect te worden begroet op het marktplein.
BSB
BSB:
Woe to you Pharisees! For you love the chief seats in the synagogues and the greetings in the marketplaces.
44
NLDGBV
Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen wandelen zonder het te beseffen.”
BSB
BSB:
Woe to you! For you are like unmarked graves, which men walk over without even noticing.”
45
NLDGBV
Een van de Wetgeleerden reageerde: “Leraar, U beledigt ook ons door dat te zeggen.”
BSB
BSB:
One of the experts in the law told Him, “Teacher, when You say these things, You insult us as well.”
46
NLDGBV
Maar Jezus zei: “Wat jullie Wetgeleerden betreft, wee ook jullie, want jullie leggen moeilijk te dragen lasten aan de mensen op, maar steken zelf geen vinger naar die lasten uit.
BSB
BSB:
“Woe to you as well, experts in the law!”
He replied.
“For you weigh men down with heavy burdens, but you yourselves will not lift a finger to lighten their load.
47
NLDGBV
Wee jullie, want jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten die door jullie voorouders zijn gedood.
BSB
BSB:
Woe to you! For you build tombs for the prophets, but it was your fathers who killed them.
48
NLDGBV
Door dat te doen, bewijzen jullie dat je de daden van je voorouders goedkeurt, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen graven voor hen.
BSB
BSB:
So you are witnesses consenting to the deeds of your fathers: They killed the prophets, and you build their tombs.
49
NLDGBV
Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: ‘Ik zal profeten en apostelen naar hen toe sturen en ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.’
BSB
BSB:
Because of this, the wisdom of God said, ‘I will send them prophets and apostles; some of them they will kill and others they will persecute.’
50
NLDGBV
Daarom zal jullie soort mensen verantwoordelijk worden gesteld voor het bloed van alle profeten dat vergoten is sinds de schepping van de wereld,
BSB
BSB:
As a result, this generation will be charged with the blood of all the prophets that has been shed since the foundation of the world,
51
NLDGBV
van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die werd omgebracht tussen het altaar en Gods huis. Jazeker, ik zeg jullie, jullie soort zal ervoor verantwoordelijk worden gesteld.
BSB
BSB:
from the blood of Abel to the blood of Zechariah, who was killed between the altar and the sanctuary. Yes, I tell you, all of it will be charged to this generation.
52
NLDGBV
Wee jullie, Wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen zonder zelf naar binnen te gaan, en jullie houden de mensen tegen die naar binnen willen.”
BSB
BSB:
Woe to you experts in the law! For you have taken away the key to knowledge. You yourselves have not entered, and you have hindered those who were entering.”
53
NLDGBV
Toen Jezus naar buiten ging, keerden de Schriftgeleerden en de farizeeën zich tegen Hem en bestookten ze Hem met allerlei vragen
BSB
BSB:
As Jesus went on from there, the scribes and Pharisees began to oppose Him bitterly and to ply Him with questions about many things,
54
NLDGBV
om een strafbare uitspraak bij Hem uit te lokken.
BSB
BSB:
waiting to catch Him in something He might say.
Chapter complete
You’ve read Luke 11
Chapter 11 of 24 in Luke
Up next
Luke 12
Read Luke 12
Back to Luke 10
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 11
A question this chapter raises
Did Jesus really do miracles?
NLDGBV
Dutch. Copyright © Operation Mobilization International. Licensed under CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0). Text from eBible.org; verses renumbered to the KJV scheme where they differ, otherwise unchanged.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 10
Luke 11
Luke 12