Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v2.6.0
Skip to content
Opened
en
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke
Luke
15
NLDGBV
BSB
A
a
Luke 15
15
Luke
The journey to Jerusalem
Dutch
Dutch
Berean Standard Bible
1
NLDGBV
Alle belastinginners en zondaars kwamen naar Jezus luisteren.
BSB
BSB:
Now all the tax collectors and sinners were gathering around to listen to Jesus.
2
NLDGBV
De farizeeën en Schriftgeleerden mopperden: “Deze Man ontvangt zondaars en eet samen met hen.”
BSB
BSB:
So the Pharisees and scribes began to grumble: “This man welcomes sinners and eats with them.”
3
NLDGBV
Daarom vertelde Hij hun de volgende parabel:
BSB
BSB:
Then Jesus told them this parable:
4
NLDGBV
“Stel dat iemand van jullie honderd schapen heeft en er een van kwijtraakt. Zou hij dan niet de negenennegentig op het veld achterlaten en het verloren dier achternagaan totdat hij het terugvindt?
BSB
BSB:
“What man among you, if he has a hundred sheep and loses one of them, does not leave the ninety-nine in the pasture and go after the one that is lost, until he finds it?
5
NLDGBV
En wanneer hij het heeft gevonden, is hij verheugd en legt hij het op zijn schouders.
BSB
BSB:
And when he finds it, he joyfully puts it on his shoulders,
6
NLDGBV
Dan gaat hij naar huis, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt hij tegen hen: ‘Verheug je samen met mij, want ik heb mijn verloren schaap teruggevonden.’
BSB
BSB:
comes home, and calls together his friends and neighbors to tell them, ‘Rejoice with me, for I have found my lost sheep!’
7
NLDGBV
Ik zeg jullie dat het in de hemel ook zo is: daar zal meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardige mensen die geen inkeer nodig hebben.
BSB
BSB:
I tell you that in the same way there will be more joy in heaven over one sinner who repents than over ninety-nine righteous ones who do not need to repent.
8
NLDGBV
Stel dat een vrouw tien zilveren munten heeft en er een van kwijtraakt. Zou ze dan niet een lamp aansteken, het huis schoonvegen en grondig zoeken totdat ze hem terugvindt?
BSB
BSB:
Or what woman who has ten silver coins and loses one of them does not light a lamp, sweep her house, and search carefully until she finds it?
9
NLDGBV
En wanneer ze hem heeft gevonden, roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt ze: ‘Verheug je samen met mij, want ik heb mijn verloren munt teruggevonden.’
BSB
BSB:
And when she finds it, she calls together her friends and neighbors to say, ‘Rejoice with me, for I have found my lost coin.’
10
NLDGBV
Ik zeg jullie dat het met Gods engelen ook zo is: zij verheugen zich over één zondaar die zich bekeert.”
BSB
BSB:
In the same way, I tell you, there is joy in the presence of God’s angels over one sinner who repents.”
11
NLDGBV
Jezus vertelde: “Een man had twee zonen.
BSB
BSB:
Then Jesus said,
“There was a man who had two sons.
12
NLDGBV
De jongste zei tegen de vader: ‘Vader, geef mij mijn aandeel van de erfenis.’ Daarop verdeelde de vader zijn vermogen tussen de zonen.
BSB
BSB:
The younger son said to him, ‘Father, give me my share of the estate.’ So he divided his property between them.
13
NLDGBV
Enkele dagen later maakte de jongste zoon alles te gelde en vertrok hij naar een ver land, waar hij zijn erfenis verbraste door losbandig te leven.
BSB
BSB:
After a few days, the younger son got everything together and journeyed to a distant country, where he squandered his wealth in wild living.
14
NLDGBV
Toen hij alles had opgemaakt, brak in heel dat land een zware hongersnood uit en begon hij gebrek te lijden.
BSB
BSB:
After he had spent all he had, a severe famine swept through that country, and he began to be in need.
15
NLDGBV
Daarom vroeg hij een van de burgers van dat land om werk en die stuurde hem de velden in om de varkens te hoeden.
BSB
BSB:
So he went and hired himself out to a citizen of that country, who sent him into his fields to feed the pigs.
16
NLDGBV
Hij had graag zijn honger gestild met de schillen die door de varkens werden opgegeten, maar niemand gaf hem iets.
BSB
BSB:
He longed to fill his belly with the pods the pigs were eating, but no one would give him a thing.
17
NLDGBV
Toen kwam hij tot zichzelf en zei hij: ‘De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, terwijl ik hier omkom van de honger.
BSB
BSB:
Finally he came to his senses and said, ‘How many of my father’s hired servants have plenty of food, but here I am, starving to death!
18
NLDGBV
Ik zal naar mijn vader toe gaan en tegen hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen God en tegen u.
BSB
BSB:
I will get up and go back to my father and say to him, “Father, I have sinned against heaven and against you.
19
NLDGBV
Ik ben het niet langer waard uw zoon genoemd te worden. Stel me aan als een van uw dagloners.’
BSB
BSB:
I am no longer worthy to be called your son. Make me like one of your hired servants.”’
20
NLDGBV
Hij ging op weg, terug naar zijn vader. Maar zijn vader zag hem al van ver, kreeg medelijden, rende naar hem toe, omarmde hem en gaf hem een kus.
BSB
BSB:
So he got up and went to his father. But while he was still in the distance, his father saw him and was filled with compassion. He ran to his son, embraced him, and kissed him.
21
NLDGBV
De zoon zei: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen God en tegen u. Ik ben het niet langer waard uw zoon te worden genoemd.’
BSB
BSB:
The son declared, ‘Father, I have sinned against heaven and against you. I am no longer worthy to be called your son.’
22
NLDGBV
Maar de vader zei tegen zijn knechten: ‘Snel, breng het mooiste feestgewaad, trek hem dat aan en doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
BSB
BSB:
But the father said to his servants, ‘Quick! Bring the best robe and put it on him. Put a ring on his finger and sandals on his feet.
23
NLDGBV
En haal dan het gemeste kalf, slacht het en laten we eten en feest vieren,
BSB
BSB:
Bring the fattened calf and kill it. Let us feast and celebrate.
24
NLDGBV
want mijn zoon hier was dood en is weer tot leven gekomen, ik was hem kwijt en hij is teruggevonden.’ Toen begonnen ze feest te vieren.
BSB
BSB:
For this son of mine was dead and is alive again! He was lost and is found!’ So they began to celebrate.
25
NLDGBV
De oudste zoon was nog op het land, maar toen hij thuiskwam, hoorde hij muziek en feestgeluiden.
BSB
BSB:
Meanwhile the older son was in the field, and as he approached the house, he heard music and dancing.
26
NLDGBV
Hij riep een van de dienaren en vroeg wat er aan de hand was.
BSB
BSB:
So he called one of the servants and asked what was going on.
27
NLDGBV
De dienaar zei: ‘Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem veilig en wel heeft teruggekregen.’
BSB
BSB:
‘Your brother has returned,’ he said, ‘and your father has killed the fattened calf, because he has him back safe and sound.’
28
NLDGBV
De oudste zoon werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen kwam zijn vader naar buiten om hem over te halen.
BSB
BSB:
The older son became angry and refused to go in. So his father came out and pleaded with him.
29
NLDGBV
Maar hij zei tegen zijn vader: ‘Ik heb u jarenlang gediend en ik heb nooit een bevel van u genegeerd, maar u heeft mij nooit een jonge geit gegeven om met mijn vrienden een feestje te houden.
BSB
BSB:
But he answered his father, ‘Look, all these years I have served you and never disobeyed a commandment of yours. Yet you never gave me even a young goat so I could celebrate with my friends.
30
NLDGBV
En nu is die zoon van u gekomen, die uw vermogen aan hoeren heeft verkwist, en u heeft het gemeste kalf voor hem geslacht.’
BSB
BSB:
But when this son of yours returns from squandering your wealth with prostitutes, you kill the fattened calf for him!’
31
NLDGBV
De vader antwoordde: ‘Zoon, jij bent altijd bij mij geweest en alles wat van mij is, is van jou.
BSB
BSB:
‘Son, you are always with me,’ the father said, ‘and all that is mine is yours.
32
NLDGBV
We konden toch niet anders dan verheugd zijn en feest vieren? Je broer hier was immers dood en nu leeft hij; hij was verloren en nu is hij teruggevonden.’”
BSB
BSB:
But it was fitting to celebrate and be glad, because this brother of yours was dead and is alive again; he was lost and is found.’”
Chapter complete
You’ve read Luke 15
Chapter 15 of 24 in Luke
Up next
Luke 16
Read Luke 16
Back to Luke 14
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 15
A question this chapter raises
Isn’t karma fairer than grace?
NLDGBV
Dutch. Copyright © Operation Mobilization International. Licensed under CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0). Text from eBible.org; verses renumbered to the KJV scheme where they differ, otherwise unchanged.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 14
Luke 15
Luke 16