Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v2.7.0
Skip to content
Opened
en
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke
Luke
20
NLDGBV
BSB
A
a
Luke 20
20
Luke
Jerusalem
Dutch
Jesus
, person
David
, person
Caesar
, person
Moses
, person
John
, person
Jacob
, person
Abraham
, person
Isaac
, person
Dutch
Berean Standard Bible
1
NLDGBV
Op een dag, toen Jezus op het tempelterrein het volk onderwees en het evangelie verkondigde, kwamen de hoofdpriesters en de Schriftgeleerden samen met de oudsten naar Hem toe.
BSB
BSB:
One day as Jesus was teaching the people in the temple courts and proclaiming the gospel, the chief priests and scribes, together with the elders, came up to Him.
2
NLDGBV
Ze vroegen Hem: “Vertel ons, op grond van welke bevoegdheid doet U deze dingen en wie is het die U die bevoegdheid heeft gegeven?”
BSB
BSB:
“Tell us,” they said, “by what authority are You doing these things, and who gave You this authority?”
3
NLDGBV
Jezus antwoordde: “Ik zal jullie ook een vraag stellen en dan mogen jullie Mij antwoord geven.
BSB
BSB:
“I will also ask you a question,”
Jesus replied.
“Tell Me:
4
NLDGBV
De doop van Johannes, kwam die van God of van de mensen?”
BSB
BSB:
John’s baptism—was it from heaven, or from men?”
5
NLDGBV
Ze overlegden met elkaar: “Als we zeggen: van God, zal Hij zeggen: Waarom geloven jullie hem dan niet?
BSB
BSB:
They deliberated among themselves and said, “If we say, ‘From heaven,’ He will ask, ‘Why did you not believe him?’
6
NLDGBV
Maar als we zeggen: van de mensen, zal heel het volk ons stenigen, want de mensen zijn ervan overtuigd dat Johannes een profeet was.”
BSB
BSB:
But if we say, ‘From men,’ all the people will stone us, for they are convinced that John was a prophet.”
7
NLDGBV
Daarom antwoordden ze: “Wij weten niet vanwaar.”
BSB
BSB:
So they answered that they did not know where it was from.
8
NLDGBV
Toen zei Jezus tegen hen: “Dan vertel Ik jullie ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.”
BSB
BSB:
And Jesus replied,
“Neither will I tell you by what authority I am doing these things.”
9
NLDGBV
Jezus vertelde de volgende parabel aan het volk: “Iemand plantte een wijngaard aan, verhuurde deze aan wijnbouwers en ging lange tijd op reis.
BSB
BSB:
Then He proceeded to tell the people this parable:
“A man planted a vineyard, rented it out to some tenants, and went away for a long time.
10
NLDGBV
In de oogsttijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers, opdat die hem zijn aandeel van de opbrengst van de wijngaard zouden geven. De wijnbouwers sloegen hem echter in elkaar en stuurden hem met lege handen weg.
BSB
BSB:
At harvest time, he sent a servant to the tenants to collect his share of the fruit of the vineyard. But the tenants beat the servant and sent him away empty-handed.
11
NLDGBV
Vervolgens zond hij nog een knecht naar hen toe. Ook die werd door hen in elkaar geslagen, vernederd en met lege handen weggestuurd.
BSB
BSB:
So he sent another servant, but they beat him and treated him shamefully, sending him away empty-handed.
12
NLDGBV
Vervolgens zond hij een derde en ook hij werd verwond de wijngaard uitgegooid.
BSB
BSB:
Then he sent a third, but they wounded him and threw him out.
13
NLDGBV
Toen zei de eigenaar van de wijngaard: ‘Wat zal ik doen? Ik zal mijn dierbare zoon sturen; misschien zullen ze hem respecteren.’
BSB
BSB:
‘What shall I do?’ asked the owner of the vineyard. ‘I will send my beloved son. Perhaps they will respect him.’
14
NLDGBV
Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, overlegden ze met elkaar: ‘Dit is de erfgenaam. Laten we hem doden; dan zal de erfenis van ons zijn.’
BSB
BSB:
But when the tenants saw the son, they discussed it among themselves and said, ‘This is the heir. Let us kill him, and the inheritance will be ours.’
15
NLDGBV
Ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wat gaat de eigenaar van de wijngaard nu met hen doen?
BSB
BSB:
So they threw him out of the vineyard and killed him. What then will the owner of the vineyard do to them?
16
NLDGBV
Hij zal naar de wijnbouwers gaan, hen ombrengen en de wijngaard aan anderen geven.” Toen de mensen dat hoorden, zeiden ze: “Zoiets mag absoluut niet gebeuren!”
BSB
BSB:
He will come and kill those tenants and give the vineyard to others.”
And when the people heard this, they said, “May such a thing never happen!”
17
NLDGBV
Jezus keek hen echter aan en zei: “Wat zou dit Schriftgedeelte dan betekenen: ‘De steen die de bouwers hebben afgekeurd, is de hoeksteen geworden’?
BSB
BSB:
But Jesus looked directly at them and said,
“Then what is the meaning of that which is written: ‘The stone the builders rejected has become the cornerstone’?
18
NLDGBV
Ieder die over deze steen valt, raakt verbrijzeld, en degene op wie hij valt, wordt verpletterd.”
BSB
BSB:
Everyone who falls on this stone will be broken to pieces, but he on whom it falls will be crushed.”
19
NLDGBV
De Schriftgeleerden en de hoofdpriesters probeerden Jezus op dat moment op te pakken, maar ze waren bang voor het volk. Ze beseften dat de parabel die Hij had verteld, over hen ging.
BSB
BSB:
When the scribes and chief priests realized that Jesus had spoken this parable against them, they sought to arrest Him that very hour. But they were afraid of the people.
20
NLDGBV
Daarom hielden ze Hem in de gaten en stuurden ze spionnen die zich als integer voordeden, met de bedoeling om Hem in zijn eigen woorden te vangen en Hem dan aan de rechtspraak en het gezag van de gouverneur over te leveren.
BSB
BSB:
So they watched Him closely and sent spies who pretended to be sincere. They were hoping to catch Him in His words in order to hand Him over to the rule and authority of the governor.
21
NLDGBV
De spionnen vroegen Jezus: “Leraar, wij weten dat uw uitspraken en uw onderwijs correct zijn, en dat U niet partijdig bent, maar naar waarheid onderwijst hoe men Gods weg moet bewandelen.
BSB
BSB:
“Teacher,” they inquired, “we know that You speak and teach correctly. You show no partiality but teach the way of God in accordance with the truth.
22
NLDGBV
Is het toegestaan dat wij belasting aan de keizer betalen, of niet?”
BSB
BSB:
Is it lawful for us to pay taxes to Caesar or not?”
23
NLDGBV
Jezus merkte dat het een strikvraag was en zei tegen hen:
BSB
BSB:
But Jesus saw through their duplicity and said to them,
24
NLDGBV
“Toon Mij een denarie. Wiens afbeelding en naam staan erop?” Ze antwoordden: “Van de keizer.”
BSB
BSB:
“Show Me a denarius. Whose image and inscription are on it?”
“Caesar’s,” they answered.
25
NLDGBV
Hij zei tegen hen: “Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.”
BSB
BSB:
So Jesus told them,
“Give to Caesar what is Caesar’s, and to God what is God’s.”
26
NLDGBV
Ze konden Hem niet in zijn eigen woorden vangen in de aanwezigheid van het volk. Ze verbaasden zich over zijn antwoord en zwegen.
BSB
BSB:
And they were unable to trap Him in His words before the people. And amazed at His answer, they fell silent.
27
NLDGBV
Toen werd Jezus benaderd door enkele van de sadduceeën. (Zij beweren dat er geen verrijzenis is.) Zij vroegen:
BSB
BSB:
Then some of the Sadducees, who say there is no resurrection, came to question Him.
28
NLDGBV
“Leraar, volgens de geschriften van Mozes moet iemand van wie de broer sterft en een vrouw maar geen kinderen nalaat, met zijn schoonzus trouwen en zo voor nakomelingen zorgen voor zijn gestorven broer.
BSB
BSB:
“Teacher,” they said, “Moses wrote for us that if a man’s brother dies and leaves a wife but no children, the man is to marry his brother’s widow and raise up offspring for him.
29
NLDGBV
Maar er waren eens zeven broers. De eerste trouwde, maar hij stierf kinderloos.
BSB
BSB:
Now there were seven brothers. The first one married a wife but died childless.
30
NLDGBV
Ook de tweede
BSB
BSB:
Then the second
31
NLDGBV
en de derde trouwden met die vrouw, en zo verging het alle zeven: ze stierven zonder kinderen achter te laten.
BSB
BSB:
and the third married the widow, and in the same way all seven died, leaving no children.
32
NLDGBV
Uiteindelijk stierf ook de vrouw.
BSB
BSB:
And last of all, the woman died.
33
NLDGBV
Van wie wordt zij de echtgenote bij de verrijzenis? Ze zijn alle zeven met haar getrouwd geweest!”
BSB
BSB:
So then, in the resurrection, whose wife will she be? For all seven were married to her.”
34
NLDGBV
Jezus zei tegen hen: “De mensen van de huidige wereld trouwen.
BSB
BSB:
Jesus answered,
“The sons of this age marry and are given in marriage.
35
NLDGBV
Maar de mensen die naar de volgende wereld mogen en uit de dood verrijzen, trouwen niet.
BSB
BSB:
But those who are considered worthy to share in the age to come and in the resurrection from the dead will neither marry nor be given in marriage.
36
NLDGBV
Dan kunnen ze ook niet meer sterven, want ze zijn dan als de engelen. En als verrezen mensen zijn ze kinderen van God.
BSB
BSB:
In fact, they can no longer die, because they are like the angels. And since they are sons of the resurrection, they are sons of God.
37
NLDGBV
Zelfs Mozes toont in het gedeelte over de doornstruik aan dat de doden verrijzen, want hij noemt de Heer ‘de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’
BSB
BSB:
Even Moses demonstrates that the dead are raised, in the passage about the burning bush. For he calls the Lord ‘the God of Abraham, the God of Isaac, and the God of Jacob.’
38
NLDGBV
Hij is niet de God van doden maar van levenden, want voor Hem leven alle mensen.”
BSB
BSB:
He is not the God of the dead, but of the living, for to Him all are alive.”
39
NLDGBV
Sommige Schriftgeleerden antwoordden: “Leraar, U heeft dat goed gezegd.”
BSB
BSB:
Some of the scribes answered, “Teacher, You have spoken well!”
40
NLDGBV
Niemand durfde Jezus nog vragen te stellen.
BSB
BSB:
And they did not dare to question Him any further.
41
NLDGBV
Jezus vroeg hen: “Waarom wordt er gezegd dat de Messias de Zoon van David is?
BSB
BSB:
Then Jesus declared,
“How can it be said that the Christ is the Son of David?
42
NLDGBV
David zegt toch zelf in het boek Psalmen:
BSB
BSB:
For David himself says in the book of Psalms: ‘The Lord said to my Lord, “Sit at My right hand
43
NLDGBV
‘De Heer zei tegen mijn Heer: neem plaats aan mijn rechterzijde, totdat Ik je vijanden aan Je heb onderworpen.’
BSB
BSB:
until I make Your enemies a footstool for Your feet.”’
44
NLDGBV
David noemt Hem dus ‘Heer’. Hoe kan Hij dan ook zijn zoon zijn?”
BSB
BSB:
Thus David calls Him ‘Lord.’ So how can He be David’s son?”
45
NLDGBV
Terwijl heel het volk luisterde, zei Jezus tegen zijn leerlingen:
BSB
BSB:
In the hearing of all the people, Jesus said to His disciples,
46
NLDGBV
“Pas op voor de Schriftgeleerden. Zij houden ervan rond te wandelen in prachtige gewaden. Ook zijn ze erop gesteld met respect te worden begroet op het marktplein en de beste plaatsen in te nemen in de synagogen en bij feestmalen.
BSB
BSB:
“Beware of the scribes. They like to walk around in long robes, and they love the greetings in the marketplaces, the chief seats in the synagogues, and the places of honor at banquets.
47
NLDGBV
Maar ze slokken de huizen van weduwen op en bidden lange gebeden voor de schijn. Ze zullen extra zwaar worden gestraft.”
BSB
BSB:
They defraud widows of their houses, and for a show make lengthy prayers. These men will receive greater condemnation.”
Chapter complete
You’ve read Luke 20
Chapter 20 of 24 in Luke
Up next
Luke 21
Read Luke 21
Back to Luke 19
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 20
Ask Study Help
Ask anything about Luke 20
NLDGBV
Dutch. Copyright © Operation Mobilization International. Licensed under CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0). Text from eBible.org; verses renumbered to the KJV scheme where they differ, otherwise unchanged.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 19
Luke 20
Luke 21