Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v2.3.0
Skip to content
Opened
en
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke
Luke
7
NLDGBV
BSB
A
a
Luke 7
7
Luke
Preparation and ministry in Galilee
Dutch
John
, person
Jesus
, person
Simon
, person
Israel
, person
Judea
, place
Capernaum
, place
Nain
, place
Dutch
Berean Standard Bible
1
NLDGBV
Nadat Jezus dit alles aan het luisterende volk had verteld, ging Hij Kafarnaüm binnen.
BSB
BSB:
When Jesus had concluded His discourse in the hearing of the people, He went to Capernaum.
2
NLDGBV
Daar was een centurio met een slaaf die veel voor hem betekende en die ernstig ziek was en op sterven lag.
BSB
BSB:
There a highly valued servant of a centurion was sick and about to die.
3
NLDGBV
Toen de centurio het nieuws over Jezus hoorde, stuurde hij oudsten van het Joodse volk naar Hem toe om Hem te vragen, zijn slaaf te komen genezen.
BSB
BSB:
When the centurion heard about Jesus, he sent some Jewish elders to ask Him to come and heal his servant.
4
NLDGBV
Toen die oudsten bij Jezus waren gekomen, drongen ze sterk bij Hem aan: “Hij is het waard dat U dit voor hem doet,
BSB
BSB:
They came to Jesus and pleaded with Him earnestly, “This man is worthy to have You grant this,
5
NLDGBV
want hij houdt van ons volk en heeft zelfs onze synagoge laten bouwen.”
BSB
BSB:
for he loves our nation and has built our synagogue.”
6
NLDGBV
Jezus ging met hen mee, maar toen Hij dicht bij het huis was, stuurde de centurio vrienden met de boodschap: “Heer, doe geen moeite, want ik ben het niet waard dat U mijn huis binnengaat.
BSB
BSB:
So Jesus went with them. But when He was not far from the house, the centurion sent friends with the message: “Lord, do not trouble Yourself, for I am not worthy to have You come under my roof.
7
NLDGBV
Daarom durfde ik niet zelf naar U toe te gaan, maar op uw bevel zal mijn knecht genezen.
BSB
BSB:
That is why I did not consider myself worthy to come to You. But just say the word, and my servant will be healed.
8
NLDGBV
Ik ben namelijk ook iemand die onder gezag staat en zelf soldaten heeft. Als ik tegen de ene ‘ga’ zeg, dan gaat hij, en tegen een andere ‘kom’, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: ‘doe dit’, dan doet hij het.”
BSB
BSB:
For I myself am a man under authority, with soldiers under me. I tell one to go, and he goes, and another to come, and he comes. I tell my servant to do something, and he does it.”
9
NLDGBV
Toen Jezus dat hoorde, verbaasde Hij zich over hem. Hij draaide zich om naar de menigte die Hem volgde en zei: “Ik zeg jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo'n groot geloof gevonden.”
BSB
BSB:
When Jesus heard this, He marveled at the centurion. Turning to the crowd following Him, He said,
“I tell you, not even in Israel have I found such great faith.”
10
NLDGBV
De vrienden die de centurio had gestuurd, keerden naar het huis terug en troffen de slaaf in goede gezondheid aan.
BSB
BSB:
And when the messengers returned to the house, they found the servant in good health.
11
NLDGBV
Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet. Zijn leerlingen en een grote menigte kwamen met Hem mee.
BSB
BSB:
Soon afterward, Jesus went to a town called Nain. His disciples went with Him, accompanied by a large crowd.
12
NLDGBV
Toen Jezus de stadspoort naderde, werd er een dode naar buiten gedragen om te worden begraven. Hij was de enige zoon van zijn moeder en zij was weduwe. Er kwam een grote menigte uit de stad met haar mee.
BSB
BSB:
As He approached the town gate, He saw a dead man being carried out, the only son of his mother, and she was a widow. And a large crowd from the town was with her.
13
NLDGBV
Toen de Heer de vrouw zag, kreeg Hij medelijden met haar. Hij zei tegen haar: “Ween maar niet.”
BSB
BSB:
When the Lord saw her, He had compassion on her and said,
“Do not weep.”
14
NLDGBV
Hij ging naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers hielden stil en Jezus zei: “Jongeman, Ik zeg je, verrijs.”
BSB
BSB:
Then He went up and touched the coffin, and those carrying it stood still.
“Young man,”
He said,
“I tell you, get up!”
15
NLDGBV
De dode ging overeind zitten, begon te praten en werd door Jezus aan de moeder overgedragen.
BSB
BSB:
And the dead man sat up and began to speak! Then Jesus gave him back to his mother.
16
NLDGBV
Iedereen werd vervuld van ontzag en verheerlijkte God door te zeggen: “Er is een groot profeet onder ons opgestaan”, en: “God heeft acht geslagen op zijn volk.”
BSB
BSB:
A sense of awe swept over all of them, and they glorified God. “A great prophet has appeared among us!” they said. “God has visited His people!”
17
NLDGBV
Dit nieuws over Jezus verspreidde zich in heel Judea en de wijde omtrek.
BSB
BSB:
And the news about Jesus spread throughout Judea and all the surrounding region.
18
NLDGBV
De leerlingen van Johannes brachten hem over al deze dingen verslag uit. Daarom riep Johannes twee van zijn leerlingen bij zich
BSB
BSB:
Then John’s disciples informed him about all these things.
19
NLDGBV
en hij stuurde hen naar de Heer met de vraag: “Bent U degene die zou komen, of moeten we iemand anders verwachten?”
BSB
BSB:
So John called two of his disciples and sent them to ask the Lord, “Are You the One who was to come, or should we look for someone else?”
20
NLDGBV
De mannen kwamen bij Jezus en zeiden: “Johannes de Doper heeft ons gestuurd om U te vragen: Bent U degene die zou komen, of moeten we iemand anders verwachten?”
BSB
BSB:
When the men came to Jesus, they said, “John the Baptist sent us to ask, ‘Are You the One who was to come, or should we look for someone else?’”
21
NLDGBV
Jezus was op dat moment veel mensen aan het genezen van ziekten, aandoeningen en onreine geesten en Hij gaf veel blinden het zicht.
BSB
BSB:
At that very hour Jesus healed many people of their diseases, afflictions, and evil spirits, and He gave sight to many who were blind.
22
NLDGBV
Hij zei tegen Johannes' leerlingen: “Ga Johannes vertellen wat jullie hebben gezien en gehoord: blinde mensen kunnen weer zien, verlamde mensen beginnen te stappen, mensen met een huidziekte worden rein, dove mensen kunnen weer horen, dode mensen verrijzen, en aan arme mensen wordt het evangelie verkondigd.
BSB
BSB:
So He replied,
“Go back and report to John what you have seen and heard: The blind receive sight, the lame walk, the lepers are cleansed, the deaf hear, the dead are raised, and the good news is preached to the poor.
23
NLDGBV
Wie zich niet aan Mij ergert, is gezegend.”
BSB
BSB:
Blessed is the one who does not fall away on account of Me.”
24
NLDGBV
Toen de boodschappers waren vertrokken, zei Jezus over Johannes tegen de mensenmassa: “Wat zijn jullie gaan bekijken in de wildernis? Riet dat wuift in de wind?
BSB
BSB:
After John’s messengers had left, Jesus began to speak to the crowds about John:
“What did you go out into the wilderness to see? A reed swaying in the wind?
25
NLDGBV
Nee! Wat gingen jullie bekijken: een man in mooie kleren? Nee, zij die dure kledij dragen en in luxe leven, bevinden zich in paleizen.
BSB
BSB:
Otherwise, what did you go out to see? A man dressed in fine clothes? Look, those who wear elegant clothing and live in luxury are found in palaces.
26
NLDGBV
Wat gingen jullie dan wel bekijken? Een profeet? Jazeker, zeg Ik jullie, iemand die meer is dan een profeet.
BSB
BSB:
What then did you go out to see? A prophet? Yes, I tell you, and more than a prophet.
27
NLDGBV
Hij is het over wie werd geschreven: ‘Ik stuur mijn boodschapper voor Je uit, die de weg voor Je zal banen.’
BSB
BSB:
This is the one about whom it is written: ‘Behold, I will send My messenger ahead of You, who will prepare Your way before You.’
28
NLDGBV
Ik zeg jullie: onder hen die uit een vrouw zijn geboren, is niemand belangrijker dan Johannes de Doper, maar in Gods koninkrijk is de geringste belangrijker dan Hij.
BSB
BSB:
I tell you, among those born of women there is no one greater than John, yet even the least in the kingdom of God is greater than he.”
29
NLDGBV
Door zich te laten dopen met de doop van Johannes erkende heel het volk dat naar hem had geluisterd, ook de belastinginners, dat Gods eisen juist zijn.
BSB
BSB:
All the people who heard this, even the tax collectors, acknowledged God’s justice. For they had received the baptism of John.
30
NLDGBV
De farizeeën en Wetgeleerden lieten zich echter niet door hem dopen en weigerden te doen wat God van hen wilde.
BSB
BSB:
But the Pharisees and experts in the law rejected God’s purpose for themselves, because they had not been baptized by John.
31
NLDGBV
Waarmee zal Ik dit soort mensen vergelijken, waar lijken ze op?
BSB
BSB:
“To what, then, can I compare the men of this generation? What are they like?
32
NLDGBV
Ze zijn als kinderen die op het marktplein zitten en naar elkaar roepen: ‘Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebben niet gedanst; we hebben een klaaglied gezongen en jullie hebben niet geweend!’
BSB
BSB:
They are like children sitting in the marketplace and calling out to one another: ‘We played the flute for you, and you did not dance; we sang a dirge, and you did not weep.’
33
NLDGBV
Want toen Johannes de Doper was gekomen, die geen brood at en geen wijn dronk, zeiden jullie: ‘Hij heeft een demon in zich.’
BSB
BSB:
For John the Baptist came neither eating bread nor drinking wine, and you say, ‘He has a demon!’
34
NLDGBV
En nu de Mensenzoon is gekomen, die wel eet en drinkt, zeggen jullie: ‘Kijk, een veelvraat en een dronkaard, een vriend van belastinginners en zondaars!’
BSB
BSB:
The Son of Man came eating and drinking, and you say, ‘Look at this glutton and drunkard, a friend of tax collectors and sinners!’
35
NLDGBV
Maar de juistheid van wijsheid wordt aangetoond door allen die wijze daden doen.”
BSB
BSB:
But wisdom is vindicated by all her children.”
36
NLDGBV
Eén van de farizeeën nodigde Jezus uit voor een maaltijd bij hem thuis. Jezus ging naar het huis van die farizeeër en nam plaats aan tafel.
BSB
BSB:
Then one of the Pharisees invited Jesus to eat with him, and He entered the Pharisee’s house and reclined at the table.
37
NLDGBV
Er was een vrouw die in die stad bekendstond als een zondares. Zij kwam te weten dat Jezus aan de maaltijd deelnam in het huis van de farizeeër en ging erheen met een albasten flesje geurige olie.
BSB
BSB:
When a sinful woman from that town learned that Jesus was dining there, she brought an alabaster jar of perfume.
38
NLDGBV
Ze ging wenend achter Jezus staan, bij zijn voeten. Door haar tranen werden zijn voeten nat en zij droogde ze met haar haren. Ook kuste ze zijn voeten en zalfde deze met de olie.
BSB
BSB:
As she stood behind Him at His feet weeping, she began to wet His feet with her tears and wipe them with her hair. Then she kissed His feet and anointed them with the perfume.
39
NLDGBV
Toen de farizeeër die Jezus had uitgenodigd dit zag, dacht hij: “Als Jezus een profeet was, zou Hij weten wie het is die Hem aanraakt en wat voor vrouw zij is. Ze is een zondares.”
BSB
BSB:
When the Pharisee who had invited Jesus saw this, he said to himself, “If this man were a prophet, He would know who this is and what kind of woman is touching Him—for she is a sinner!”
40
NLDGBV
Daarom zei Jezus tegen hem: “Simon, Ik heb je iets te vertellen.” Hij antwoordde: “Leraar, zegt U het maar.”
BSB
BSB:
But Jesus answered him,
“Simon, I have something to tell you.”
“Tell me, Teacher,” he said.
41
NLDGBV
“Twee mensen stonden in de schuld bij een geldschieter; de een voor vijfhonderd denarie, de ander voor vijftig.
BSB
BSB:
“Two men were debtors to a certain moneylender. One owed him five hundred denarii, and the other fifty.
42
NLDGBV
Toen ze niet konden betalen, schold hij hun allebei hun schuld kwijt. Wie van hen zou het meest van hem houden?”
BSB
BSB:
When they were unable to repay him, he forgave both of them. Which one, then, will love him more?”
43
NLDGBV
Simon antwoordde: “Ik veronderstel de persoon aan wie het grootste bedrag was kwijtgescholden.” Jezus zei tegen hem: “Je hebt het juiste antwoord gegeven.”
BSB
BSB:
“I suppose the one who was forgiven more,” Simon replied.
“You have judged correctly,”
Jesus said.
44
NLDGBV
Hij keerde zich naar de vrouw toe en zei: “Simon, zie je deze vrouw? Ik ben naar je huis gekomen en je hebt Mij geen water gegeven voor mijn voeten. Maar zij heeft mijn voeten gewassen met haar tranen en ze gedroogd met haar haren.
BSB
BSB:
And turning toward the woman, He said to Simon,
“Do you see this woman? When I entered your house, you did not give Me water for My feet, but she wet My feet with her tears and wiped them with her hair.
45
NLDGBV
Jij hebt Mij niet met een kus verwelkomd, maar sinds Ik ben binnengekomen heeft zij zonder ophouden mijn voeten gekust.
BSB
BSB:
You did not greet Me with a kiss, but she has not stopped kissing My feet since I arrived.
46
NLDGBV
Jij hebt mijn hoofd niet met olijfolie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met geurige olie.
BSB
BSB:
You did not anoint My head with oil, but she has anointed My feet with perfume.
47
NLDGBV
Daarom zeg Ik je: haar vele zonden zijn vergeven; ze heeft namelijk veel liefde betoond. Maar wie weinig werd vergeven, betoont weinig liefde.”
BSB
BSB:
Therefore I tell you, her many sins have been forgiven, for she has loved much. But he who has been forgiven little loves little.”
48
NLDGBV
Toen zei Hij tegen haar: “Je zonden zijn vergeven.”
BSB
BSB:
Then Jesus said to her,
“Your sins are forgiven.”
49
NLDGBV
De andere gasten begonnen onder elkaar te zeggen: “Wie is dit, dat Hij zelfs zonden vergeeft?”
BSB
BSB:
But those at the table began to say to themselves, “Who is this who even forgives sins?”
50
NLDGBV
Jezus zei tegen de vrouw: “Je geloof heeft je gered. Ga in vrede.”
BSB
BSB:
And Jesus told the woman,
“Your faith has saved you; go in peace.”
Chapter complete
You’ve read Luke 7
Chapter 7 of 24 in Luke
Up next
Luke 8
Read Luke 8
Back to Luke 6
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 7
Ask Study Help
Ask anything about Luke 7
NLDGBV
Dutch. Copyright © Operation Mobilization International. Licensed under CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0). Text from eBible.org; verses renumbered to the KJV scheme where they differ, otherwise unchanged.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 6
Luke 7
Luke 8