Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
John 3 (NLD) · Opened
John
John
3
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
John
, person
Nicodemus
, person
Israel
, person
Moses
, person
Jordan
, place
Judea
, place
Aenon
, place
1 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;
BSB
BSB:
Now there was a man of the Pharisees named Nicodemus, a leader of the Jews.
2
NLD
Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.
BSB
BSB:
He came to Jesus at night and said, “Rabbi, we know that You are a teacher who has come from God. For no one could perform the signs You are doing if God were not with him.”
3
NLD
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
BSB
BSB:
Jesus replied,
“Truly, truly, I tell you, no one can see the kingdom of God unless he is born again.”
4
NLD
Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden?
BSB
BSB:
“How can a man be born when he is old?” Nicodemus asked. “Can he enter his mother’s womb a second time to be born?”
5
NLD
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.
BSB
BSB:
Jesus answered,
“Truly, truly, I tell you, no one can enter the kingdom of God unless he is born of water and the Spirit.
6
NLD
Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
BSB
BSB:
Flesh is born of flesh, but spirit is born of the Spirit.
7
NLD
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
BSB
BSB:
Do not be amazed that I said, ‘You must be born again.’
8
NLD
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.
BSB
BSB:
The wind blows where it wishes. You hear its sound, but you do not know where it comes from or where it is going. So it is with everyone born of the Spirit.”
9
NLD
Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden?
BSB
BSB:
“How can this be?” Nicodemus asked.
10
NLD
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet?
BSB
BSB:
“You are Israel’s teacher,”
said Jesus,
“and you do not understand these things?
11
NLD
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan.
BSB
BSB:
Truly, truly, I tell you, we speak of what we know, and we testify to what we have seen, and yet you people do not accept our testimony.
12
NLD
Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?
BSB
BSB:
If I have told you about earthly things and you do not believe, how will you believe if I tell you about heavenly things?
13
NLD
En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is.
BSB
BSB:
No one has ascended into heaven except the One who descended from heaven—the Son of Man.
14
NLD
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;
BSB
BSB:
Just as Moses lifted up the snake in the wilderness, so the Son of Man must be lifted up,
15
NLD
Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
BSB
BSB:
that everyone who believes in Him may have eternal life.
16
NLD
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
BSB
BSB:
For God so loved the world that He gave His one and only Son, that everyone who believes in Him shall not perish but have eternal life.
17
NLD
Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
BSB
BSB:
For God did not send His Son into the world to condemn the world, but to save the world through Him.
18
NLD
Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
BSB
BSB:
Whoever believes in Him is not condemned, but whoever does not believe has already been condemned, because he has not believed in the name of God’s one and only Son.
19
NLD
En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.
BSB
BSB:
And this is the verdict: The Light has come into the world, but men loved the darkness rather than the Light because their deeds were evil.
20
NLD
Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
BSB
BSB:
Everyone who does evil hates the Light, and does not come into the Light for fear that his deeds will be exposed.
21
NLD
Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.
BSB
BSB:
But whoever practices the truth comes into the Light, so that it may be seen clearly that what he has done has been accomplished in God.”
22
NLD
Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.
BSB
BSB:
After this, Jesus and His disciples went into the Judean countryside, where He spent some time with them and baptized.
23
NLD
En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt.
BSB
BSB:
Now John was also baptizing at Aenon near Salim, because the water was plentiful there, and people kept coming to be baptized.
24
NLD
Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.
BSB
BSB:
(For John had not yet been thrown into prison.)
25
NLD
Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.
BSB
BSB:
Then a dispute arose between John’s disciples and a certain Jew over the issue of ceremonial washing.
26
NLD
En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
BSB
BSB:
So John’s disciples came to him and said, “Look, Rabbi, the One who was with you beyond the Jordan, the One you testified about—He is baptizing, and everyone is going to Him.”
27
NLD
Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.
BSB
BSB:
John replied, “A man can receive only what is given him from heaven.
28
NLD
Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.
BSB
BSB:
You yourselves can testify that I said, ‘I am not the Christ, but am sent ahead of Him.’
29
NLD
Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.
BSB
BSB:
The bride belongs to the bridegroom. The friend of the bridegroom stands and listens for him, and is overjoyed to hear the bridegroom’s voice. That joy is mine, and it is now complete.
30
NLD
Hij moet wassen, maar ik minder worden.
BSB
BSB:
He must increase; I must decrease.
31
NLD
Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.
BSB
BSB:
The One who comes from above is above all. The one who is from the earth belongs to the earth and speaks as one from the earth. The One who comes from heaven is above all.
32
NLD
En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan.
BSB
BSB:
He testifies to what He has seen and heard, yet no one accepts His testimony.
33
NLD
Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.
BSB
BSB:
Whoever accepts His testimony has certified that God is truthful.
34
NLD
Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest niet met mate.
BSB
BSB:
For the One whom God has sent speaks the words of God, for God gives the Spirit without limit.
35
NLD
De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.
BSB
BSB:
The Father loves the Son and has placed all things in His hands.
36
NLD
Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
BSB
BSB:
Whoever believes in the Son has eternal life. Whoever rejects the Son will not see life. Instead, the wrath of God remains on him.”
Chapter complete
You’ve read John 3
Chapter 3 of 21 in John
Up next
John 4
Read John 4
Listen
Back to John 2
Go deeper
Commentary
What the commentators say on John 3
A question this chapter raises
How can a loving God send people to hell?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
John 2
John 3
John 4