Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
John
John
5
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Jerusalem
, place
Moses
, person
John
, person
Sheep Gate
, place
Bethesda
, place
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.
BSB
BSB:
Some time later there was a feast of the Jews, and Jesus went up to Jerusalem.
2
NLD
En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen.
BSB
BSB:
Now there is in Jerusalem near the Sheep Gate a pool with five covered colonnades, which in Hebrew is called Bethesda.
3
NLD
In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters.
BSB
BSB:
On these walkways lay a great number of the sick, the blind, the lame, and the paralyzed.
4
NLD
Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was.
BSB
BSB:
Not in the BSB
Not in the earliest manuscripts
5
NLD
En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had.
BSB
BSB:
One man there had been an invalid for thirty-eight years.
6
NLD
Jezus, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?
BSB
BSB:
When Jesus saw him lying there and realized that he had spent a long time in this condition, He asked him,
“Do you want to get well?”
7
NLD
De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder.
BSB
BSB:
“Sir,” the invalid replied, “I have no one to help me into the pool when the water is stirred. While I am on my way, someone else goes in before me.”
8
NLD
Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel.
BSB
BSB:
Then Jesus told him,
“Get up, pick up your mat, and walk.”
9
NLD
En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.
BSB
BSB:
Immediately the man was made well, and he picked up his mat and began to walk. Now this happened on the Sabbath day,
10
NLD
De Joden zeiden dan tot dengene, die genezen was: Het is sabbat; het is u niet geoorloofd het beddeken te dragen.
BSB
BSB:
so the Jews said to the man who had been healed, “This is the Sabbath! It is unlawful for you to carry your mat.”
11
NLD
Hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft mij gezegd: Neem uw beddeken op, en wandel.
BSB
BSB:
But he answered, “The man who made me well told me,
‘Pick up your mat and walk.’”
12
NLD
Zij vraagden hem dan: Wie is de Mens, Die u gezegd heeft: Neem uw beddeken op, en wandel?
BSB
BSB:
“Who is this man who told you to pick it up and walk?” they asked.
13
NLD
En die gezond gemaakt was, wist niet, Wie Hij was; want Jezus was ontweken, alzo er een grote schare in die plaats was.
BSB
BSB:
But the man who was healed did not know who it was, for Jesus had slipped away while the crowd was there.
14
NLD
Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.
BSB
BSB:
Afterward, Jesus found the man at the temple and said to him,
“See, you have been made well. Stop sinning, or something worse may happen to you.”
15
NLD
De mens ging heen, en boodschapte den Joden, dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had.
BSB
BSB:
And the man went away and told the Jews that it was Jesus who had made him well.
16
NLD
En daarom vervolgden de Joden Jezus, en zochten Hem te doden, omdat Hij deze dingen op den sabbat deed.
BSB
BSB:
Now because Jesus was doing these things on the Sabbath, the Jews began to persecute Him.
17
NLD
En Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook.
BSB
BSB:
But Jesus answered them,
“To this very day My Father is at His work, and I too am working.”
18
NLD
Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen den sabbat brak, maar ook zeide, dat God Zijn eigen Vader was, Zichzelven Gode evengelijk makende.
BSB
BSB:
Because of this, the Jews tried all the harder to kill Him. Not only was He breaking the Sabbath, but He was even calling God His own Father, making Himself equal with God.
19
NLD
Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks.
BSB
BSB:
So Jesus replied,
“Truly, truly, I tell you, the Son can do nothing by Himself, unless He sees the Father doing it. For whatever the Father does, the Son also does.
20
NLD
Want de Vader heeft den Zoon lief, en toont Hem alles, wat Hij doet; en Hij zal Hem groter werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert.
BSB
BSB:
The Father loves the Son and shows Him all He does. And to your amazement, He will show Him even greater works than these.
21
NLD
Want gelijk de Vader de doden opwekt en levend maakt, alzo maakt ook de Zoon levend, Die Hij wil.
BSB
BSB:
For just as the Father raises the dead and gives them life, so also the Son gives life to whom He wishes.
22
NLD
Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;
BSB
BSB:
Furthermore, the Father judges no one, but has assigned all judgment to the Son,
23
NLD
Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft.
BSB
BSB:
so that all may honor the Son just as they honor the Father. Whoever does not honor the Son does not honor the Father who sent Him.
24
NLD
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.
BSB
BSB:
Truly, truly, I tell you, whoever hears My word and believes Him who sent Me has eternal life and will not come under judgment. Indeed, he has crossed over from death to life.
25
NLD
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven.
BSB
BSB:
Truly, truly, I tell you, the hour is coming and has now come when the dead will hear the voice of the Son of God, and those who hear will live.
26
NLD
Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven;
BSB
BSB:
For as the Father has life in Himself, so also He has granted the Son to have life in Himself.
27
NLD
En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is.
BSB
BSB:
And He has given Him authority to execute judgment, because He is the Son of Man.
28
NLD
Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen;
BSB
BSB:
Do not be amazed at this, for the hour is coming when all who are in their graves will hear His voice
29
NLD
En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.
BSB
BSB:
and come out—those who have done good to the resurrection of life, and those who have done evil to the resurrection of judgment.
30
NLD
Ik kan van Mijzelven niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar den wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft.
BSB
BSB:
I can do nothing by Myself; I judge only as I hear. And My judgment is just, because I do not seek My own will, but the will of Him who sent Me.
31
NLD
Indien Ik van Mijzelven getuig, Mijn getuigenis is niet waarachtig.
BSB
BSB:
If I testify about Myself, My testimony is not valid.
32
NLD
Er is een ander, die van Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis, welke hij van Mij getuigt, waarachtig is.
BSB
BSB:
There is another who testifies about Me, and I know that His testimony about Me is valid.
33
NLD
Gijlieden hebt tot Johannes gezonden, en hij heeft der waarheid getuigenis gegeven.
BSB
BSB:
You have sent to John, and he has testified to the truth.
34
NLD
Doch Ik neem geen getuigenis van een mens; maar dit zeg Ik, opdat gijlieden zoudt behouden worden.
BSB
BSB:
Even though I do not accept human testimony, I say these things so that you may be saved.
35
NLD
Hij was een brandende en lichtende kaars; en gij hebt ulieden voor een korten tijd in zijn licht willen verheugen.
BSB
BSB:
John was a lamp that burned and gave light, and you were willing for a season to bask in his light.
36
NLD
Maar Ik heb een getuigenis meerder, dan die van Johannes; want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft, om die te volbrengen, dezelve werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat Mij de Vader gezonden heeft.
BSB
BSB:
But I have testimony more substantial than that of John. For the works that the Father has given Me to accomplish—the very works I am doing—testify about Me that the Father has sent Me.
37
NLD
En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. Gij hebt noch Zijn stem ooit gehoord, noch Zijn gedaante gezien.
BSB
BSB:
And the Father who sent Me has Himself testified about Me. You have never heard His voice nor seen His form,
38
NLD
En Zijn woord hebt gij niet in u blijvende; want gij gelooft Dien niet, Dien Hij gezonden heeft.
BSB
BSB:
nor does His word abide in you, because you do not believe the One He sent.
39
NLD
Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.
BSB
BSB:
You pore over the Scriptures because you presume that by them you possess eternal life. These are the very words that testify about Me,
40
NLD
En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.
BSB
BSB:
yet you refuse to come to Me to have life.
41
NLD
Ik neem geen eer van mensen;
BSB
BSB:
I do not accept glory from men,
42
NLD
Maar Ik ken ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt.
BSB
BSB:
but I know you, that you do not have the love of God within you.
43
NLD
Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.
BSB
BSB:
I have come in My Father’s name, and you have not received Me; but if someone else comes in his own name, you will receive him.
44
NLD
Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt?
BSB
BSB:
How can you believe if you accept glory from one another, yet do not seek the glory that comes from the only God?
45
NLD
Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt.
BSB
BSB:
Do not think that I will accuse you before the Father. Your accuser is Moses, in whom you have put your hope.
46
NLD
Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven.
BSB
BSB:
If you had believed Moses, you would believe Me, because he wrote about Me.
47
NLD
Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?
BSB
BSB:
But since you do not believe what he wrote, how will you believe what I say?”
Chapter complete
You’ve read John 5
Chapter 5 of 21 in John
Up next
John 6
Read John 6
Listen
Back to John 4
Go deeper
Commentary
What the commentators say on John 5
A question this chapter raises
Did Jesus really do miracles?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
John 4
John 5
John 6