Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke 10 (NLD) · Opened
Luke
Luke
10
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Martha
, person
Tyre
, place
Sidon
, place
Mary
, person
Jerusalem
, place
Jericho
, place
Sodom
, place
4 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou.
BSB
BSB:
After this, the Lord appointed seventy-two others and sent them two by two ahead of Him to every town and place He was about to visit.
2
NLD
Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
BSB
BSB:
And He told them,
“The harvest is plentiful, but the workers are few. Ask the Lord of the harvest, therefore, to send out workers into His harvest.
3
NLD
Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven.
BSB
BSB:
Go! I am sending you out like lambs among wolves.
4
NLD
Draagt geen buidel, noch male, noch schoenen; en groet niemand op den weg.
BSB
BSB:
Carry no purse or bag or sandals. Do not greet anyone along the road.
5
NLD
En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize!
BSB
BSB:
Whatever house you enter, begin by saying, ‘Peace to this house.’
6
NLD
En indien aldaar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten; maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren.
BSB
BSB:
If a man of peace is there, your peace will rest on him; if not, it will return to you.
7
NLD
En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van hen voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het ene huis in het andere huis.
BSB
BSB:
Stay at the same house, eating and drinking whatever you are offered. For the worker is worthy of his wages. Do not move around from house to house.
8
NLD
En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt.
BSB
BSB:
If you enter a town and they welcome you, eat whatever is set before you.
9
NLD
En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.
BSB
BSB:
Heal the sick who are there and tell them, ‘The kingdom of God is near you.’
10
NLD
Maar in wat stad gij zult ingaan, en zij u niet ontvangen, uitgaande op haar straten, zo zegt:
BSB
BSB:
But if you enter a town and they do not welcome you, go into the streets and declare,
11
NLD
Ook het stof, dat uit uw stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.
BSB
BSB:
‘Even the dust of your town that clings to our feet, we wipe off as a testimony against you. Yet be sure of this: The kingdom of God is near.’
12
NLD
En Ik zeg u, dat het dien van Sodom verdragelijker wezen zal in dien dag, dan dezelve stad.
BSB
BSB:
I tell you, it will be more bearable on that day for Sodom than for that town.
13
NLD
Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaida, want zo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en as zittende, zich bekeerd hebben.
BSB
BSB:
Woe to you, Chorazin! Woe to you, Bethsaida! For if the miracles that were performed in you had been performed in Tyre and Sidon, they would have repented long ago, sitting in sackcloth and ashes.
14
NLD
Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden.
BSB
BSB:
But it will be more bearable for Tyre and Sidon at the judgment than for you.
15
NLD
En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden.
BSB
BSB:
And you, Capernaum, will you be lifted up to heaven? No, you will be brought down to Hades!
16
NLD
Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.
BSB
BSB:
Whoever listens to you listens to Me; whoever rejects you rejects Me; and whoever rejects Me rejects the One who sent Me.”
17
NLD
En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.
BSB
BSB:
The seventy-two returned with joy and said, “Lord, even the demons submit to us in Your name.”
18
NLD
En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.
BSB
BSB:
So He told them,
“I saw Satan fall like lightning from heaven.
19
NLD
Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.
BSB
BSB:
Behold, I have given you authority to tread on snakes and scorpions, and over all the power of the enemy. Nothing will harm you.
20
NLD
Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.
BSB
BSB:
Nevertheless, do not rejoice that the spirits submit to you, but rejoice that your names are written in heaven.”
21
NLD
Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.
BSB
BSB:
At that time Jesus rejoiced in the Holy Spirit and declared,
“I praise You, Father, Lord of heaven and earth, because You have hidden these things from the wise and learned, and revealed them to little children. Yes, Father, for this was well-pleasing in Your sight.
22
NLD
Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.
BSB
BSB:
All things have been entrusted to Me by My Father. No one knows who the Son is except the Father, and no one knows who the Father is except the Son and those to whom the Son chooses to reveal Him.”
23
NLD
En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.
BSB
BSB:
Then Jesus turned to the disciples and said privately,
“Blessed are the eyes that see what you see.
24
NLD
Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.
BSB
BSB:
For I tell you that many prophets and kings desired to see what you see but did not see it, and to hear what you hear but did not hear it.”
25
NLD
En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?
BSB
BSB:
One day an expert in the law stood up to test Him. “Teacher,” he asked, “what must I do to inherit eternal life?”
26
NLD
En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?
BSB
BSB:
“What is written in the Law?”
Jesus replied.
“How do you read it?”
27
NLD
En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.
BSB
BSB:
He answered, “‘Love the Lord your God with all your heart and with all your soul and with all your strength and with all your mind’ and ‘Love your neighbor as yourself.’”
28
NLD
En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.
BSB
BSB:
“You have answered correctly,”
Jesus said.
“Do this and you will live.”
29
NLD
Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?
BSB
BSB:
But wanting to justify himself, he asked Jesus, “And who is my neighbor?”
30
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.
BSB
BSB:
Jesus took up this question and said,
“A man was going down from Jerusalem to Jericho when he fell into the hands of robbers. They stripped him, beat him, and went away, leaving him half dead.
31
NLD
En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.
BSB
BSB:
Now by chance a priest was going down the same road, but when he saw him, he passed by on the other side.
32
NLD
En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.
BSB
BSB:
So too, when a Levite came to that spot and saw him, he passed by on the other side.
33
NLD
Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.
BSB
BSB:
But a Samaritan on a journey came upon him, and when he saw him, he had compassion.
34
NLD
En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.
BSB
BSB:
He went to him and bandaged his wounds, pouring on oil and wine. Then he put him on his own animal, brought him to an inn, and took care of him.
35
NLD
En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.
BSB
BSB:
The next day he took out two denarii and gave them to the innkeeper. ‘Take care of him,’ he said, ‘and on my return I will repay you for any additional expense.’
36
NLD
Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?
BSB
BSB:
Which of these three do you think was a neighbor to the man who fell into the hands of robbers?”
37
NLD
En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.
BSB
BSB:
“The one who showed him mercy,” replied the expert in the law. Then Jesus told him,
“Go and do likewise.”
38
NLD
En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.
BSB
BSB:
As they traveled along, Jesus entered a village where a woman named Martha welcomed Him into her home.
39
NLD
En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.
BSB
BSB:
She had a sister named Mary, who sat at the Lord’s feet listening to His message.
40
NLD
Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.
BSB
BSB:
But Martha was distracted by all the preparations to be made. She came to Jesus and said, “Lord, do You not care that my sister has left me to serve alone? Tell her to help me!”
41
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen;
BSB
BSB:
“Martha, Martha,”
the Lord replied,
“you are worried and upset about many things.
42
NLD
Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.
BSB
BSB:
But only one thing is necessary. Mary has chosen the good portion, and it will not be taken away from her.”
Chapter complete
You’ve read Luke 10
Chapter 10 of 24 in Luke
Up next
Luke 11
Read Luke 11
Listen
Back to Luke 9
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 10
A question this chapter raises
Does the Bible silence women?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 9
Luke 10
Luke 11