Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke 11 (NLD) · Opened
Luke
Luke
11
NLD
BSB
A
a
Jonah
, person
Solomon
, person
John
, person
Nineveh
, place
South
, place
Queen of Sheba
, person
Abel
, person
Zechariah
, person
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
BSB
BSB:
One day in a place where Jesus had just finished praying, one of His disciples requested, “Lord, teach us to pray, just as John taught his disciples.”
2
NLD
En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
BSB
BSB:
So Jesus told them,
“When you pray, say: ‘Father, hallowed be Your name. Your kingdom come.
3
NLD
Geef ons elken dag ons dagelijks brood.
BSB
BSB:
Give us each day our daily bread.
4
NLD
En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
BSB
BSB:
And forgive us our sins, for we also forgive everyone who sins against us. And lead us not into temptation.’”
5
NLD
En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;
BSB
BSB:
Then Jesus said to them,
“Suppose one of you goes to his friend at midnight and says, ‘Friend, lend me three loaves of bread,
6
NLD
Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;
BSB
BSB:
because a friend of mine has come to me on a journey, and I have nothing to set before him.’
7
NLD
En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.
BSB
BSB:
And suppose the one inside answers, ‘Do not bother me. My door is already shut, and my children and I are in bed. I cannot get up to give you anything.’
8
NLD
Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.
BSB
BSB:
I tell you, even though he will not get up to provide for him because of his friendship, yet because of the man’s persistence, he will get up and give him as much as he needs.
9
NLD
En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
BSB
BSB:
So I tell you: Ask, and it will be given to you; seek, and you will find; knock, and the door will be opened to you.
10
NLD
Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
BSB
BSB:
For everyone who asks receives; he who seeks finds; and to him who knocks, the door will be opened.
11
NLD
En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?
BSB
BSB:
What father among you, if his son asks for a fish, will give him a snake instead?
12
NLD
Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?
BSB
BSB:
Or if he asks for an egg, will give him a scorpion?
13
NLD
Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
BSB
BSB:
So if you who are evil know how to give good gifts to your children, how much more will your Father in heaven give the Holy Spirit to those who ask Him!”
14
NLD
En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.
BSB
BSB:
One day Jesus was driving out a demon that was mute. And when the demon was gone, the man who had been mute spoke. The crowds were amazed,
15
NLD
Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen.
BSB
BSB:
but some of them said, “It is by Beelzebul, the prince of the demons, that He drives out demons.”
16
NLD
En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.
BSB
BSB:
And others tested Him by demanding a sign from heaven.
17
NLD
Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt.
BSB
BSB:
Knowing their thoughts, Jesus said to them,
“Every kingdom divided against itself will be laid waste, and a house divided against a house will fall.
18
NLD
Indien nu ook de satan tegen zichzelven verdeeld is, hoe zal zijn rijk bestaan? Dewijl gij zegt, dat Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp.
BSB
BSB:
If Satan is divided against himself, how can his kingdom stand? After all, you say that I drive out demons by Beelzebul.
19
NLD
En indien Ik door Beelzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn.
BSB
BSB:
And if I drive out demons by Beelzebul, by whom do your sons drive them out? So then, they will be your judges.
20
NLD
Maar indien Ik door den vinger Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.
BSB
BSB:
But if I drive out demons by the finger of God, then the kingdom of God has come upon you.
21
NLD
Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede.
BSB
BSB:
When a strong man, fully armed, guards his house, his possessions are secure.
22
NLD
Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit.
BSB
BSB:
But when someone stronger attacks and overpowers him, he takes away the armor in which the man trusted, and then he divides up his plunder.
23
NLD
Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit.
BSB
BSB:
He who is not with Me is against Me, and he who does not gather with Me scatters.
24
NLD
Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben.
BSB
BSB:
When an unclean spirit comes out of a man, it passes through arid places seeking rest and does not find it. Then it says, ‘I will return to the house I left.’
25
NLD
En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd.
BSB
BSB:
On its return, it finds the house swept clean and put in order.
26
NLD
Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.
BSB
BSB:
Then it goes and brings seven other spirits more wicked than itself, and they go in and dwell there. And the final plight of that man is worse than the first.”
27
NLD
En het geschiedde, als Hij deze dingen sprak, dat een zekere vrouw, de stem verheffende uit de schare, tot Hem zeide: Zalig is de buik, die U gedragen heeft, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
BSB
BSB:
As Jesus was saying these things, a woman in the crowd raised her voice and said, “Blessed is the womb that bore You, and blessed are the breasts that nursed You!”
28
NLD
Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.
BSB
BSB:
But He replied,
“Blessed rather are those who hear the word of God and obey it.”
29
NLD
En als de scharen dicht bijeenvergaderden, begon Hij te zeggen: Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en hetzelve zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet.
BSB
BSB:
As the crowds were increasing, Jesus said,
“This is a wicked generation. It demands a sign, but none will be given it except the sign of Jonah.
30
NLD
Want gelijk Jonas den Ninevieten een teken geweest is, alzo zal ook de Zoon des mensen zijn dezen geslachte.
BSB
BSB:
For as Jonah was a sign to the Ninevites, so the Son of Man will be a sign to this generation.
31
NLD
De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier.
BSB
BSB:
The Queen of the South will rise at the judgment with the men of this generation and condemn them; for she came from the ends of the earth to hear the wisdom of Solomon, and now One greater than Solomon is here.
32
NLD
De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!
BSB
BSB:
The men of Nineveh will stand at the judgment with this generation and condemn it; for they repented at the preaching of Jonah, and now One greater than Jonah is here.
33
NLD
En niemand, die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.
BSB
BSB:
No one lights a lamp and puts it in a cellar or under a basket. Instead, he sets it on a stand, so those who enter can see the light.
34
NLD
De kaars des lichaams is het oog: wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister.
BSB
BSB:
Your eye is the lamp of your body. When your eyes are good, your whole body also is full of light. But when they are bad, your body is full of darkness.
35
NLD
Zie dan toe, dat niet het licht, hetwelk in u is, duisternis zij.
BSB
BSB:
Be careful, then, that the light within you is not darkness.
36
NLD
Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel, dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn, gelijk wanneer de kaars met het schijnsel u verlicht.
BSB
BSB:
So if your whole body is full of light, with no part of it in darkness, you will be radiant, as though a lamp were shining on you.”
37
NLD
Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.
BSB
BSB:
As Jesus was speaking, a Pharisee invited Him to dine with him; so He went in and reclined at the table.
38
NLD
En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.
BSB
BSB:
But the Pharisee was surprised to see that Jesus did not first wash before the meal.
39
NLD
En de Heere zeide tot hem: Nu gij Farizeen, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid.
BSB
BSB:
Then the Lord said,
“Now you Pharisees clean the outside of the cup and dish, but inside you are full of greed and wickedness.
40
NLD
Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt?
BSB
BSB:
You fools! Did not the One who made the outside make the inside as well?
41
NLD
Doch geeft tot aalmoes, hetgeen daarin is; en ziet, alles is u rein.
BSB
BSB:
But give as alms the things that are within you, and behold, everything will be clean for you.
42
NLD
Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten.
BSB
BSB:
Woe to you Pharisees! For you pay tithes of mint, rue, and every herb, but you disregard justice and the love of God. You should have practiced the latter without neglecting the former.
43
NLD
Wee u, Farizeen, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten.
BSB
BSB:
Woe to you Pharisees! For you love the chief seats in the synagogues and the greetings in the marketplaces.
44
NLD
Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.
BSB
BSB:
Woe to you! For you are like unmarked graves, which men walk over without even noticing.”
45
NLD
En een van de wetgeleerden, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! als Gij deze dingen zegt, zo doet Gij ook ons smaadheid aan.
BSB
BSB:
One of the experts in the law told Him, “Teacher, when You say these things, You insult us as well.”
46
NLD
Doch Hij zeide: Wee ook u, wetgeleerden! want gij belast de mensen met lasten, zwaar om te dragen, en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingeren.
BSB
BSB:
“Woe to you as well, experts in the law!”
He replied.
“For you weigh men down with heavy burdens, but you yourselves will not lift a finger to lighten their load.
47
NLD
Wee u, want gij bouwt de graven der profeten, en uw vaders hebben dezelve gedood.
BSB
BSB:
Woe to you! For you build tombs for the prophets, but it was your fathers who killed them.
48
NLD
Zo getuigt gij dan, dat gij mede behagen hebt aan de werken uwer vaderen; want zij hebben ze gedood, en gij bouwt hun graven.
BSB
BSB:
So you are witnesses consenting to the deeds of your fathers: They killed the prophets, and you build their tombs.
49
NLD
Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en apostelen tot hen zenden, en van die zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij uitjagen;
BSB
BSB:
Because of this, the wisdom of God said, ‘I will send them prophets and apostles; some of them they will kill and others they will persecute.’
50
NLD
Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af.
BSB
BSB:
As a result, this generation will be charged with the blood of all the prophets that has been shed since the foundation of the world,
51
NLD
Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeeist worden van dit geslacht!
BSB
BSB:
from the blood of Abel to the blood of Zechariah, who was killed between the altar and the sanctuary. Yes, I tell you, all of it will be charged to this generation.
52
NLD
Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt den sleutel der kennis weggenomen; gijzelven zijt niet ingegaan, en die ingingen, hebt gij verhinderd.
BSB
BSB:
Woe to you experts in the law! For you have taken away the key to knowledge. You yourselves have not entered, and you have hindered those who were entering.”
53
NLD
En als Hij deze dingen tot hen zeide, begonnen de Schriftgeleerden en Farizeen hard aan te houden, en Hem van vele dingen te doen spreken;
BSB
BSB:
As Jesus went on from there, the scribes and Pharisees began to oppose Him bitterly and to ply Him with questions about many things,
54
NLD
Hem lagen leggende, en zoekende iets uit Zijn mond te bejagen, opdat zij Hem beschuldigen mochten.
BSB
BSB:
waiting to catch Him in something He might say.
Chapter complete
You’ve read Luke 11
Chapter 11 of 24 in Luke
Up next
Luke 12
Read Luke 12
Listen
Back to Luke 10
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 11
A question this chapter raises
Did Jesus really do miracles?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 10
Luke 11
Luke 12