Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke 22 (NLD) · Opened
Luke
Luke
22
NLD
BSB
A
a
Peter
, person
Jesus
, person
Judas
, person
Israel
, person
John
, person
Olives Mount
, place
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij.
BSB
BSB:
Now the Feast of Unleavened Bread, called the Passover, was approaching,
2
NLD
En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk.
BSB
BSB:
and the chief priests and scribes were looking for a way to put Jesus to death, for they feared the people.
3
NLD
En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven.
BSB
BSB:
Then Satan entered Judas Iscariot, who was one of the Twelve.
4
NLD
En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.
BSB
BSB:
And Judas went to discuss with the chief priests and temple officers how he might betray Jesus to them.
5
NLD
En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden.
BSB
BSB:
They were delighted and agreed to give him money.
6
NLD
En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.
BSB
BSB:
Judas consented, and began to look for an opportunity to betray Jesus to them in the absence of a crowd.
7
NLD
En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden.
BSB
BSB:
Then came the day of Unleavened Bread on which the Passover lamb was to be sacrificed.
8
NLD
En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.
BSB
BSB:
Jesus sent Peter and John, saying,
“Go and make preparations for us to eat the Passover.”
9
NLD
En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?
BSB
BSB:
“Where do You want us to prepare it?” they asked.
10
NLD
En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat.
BSB
BSB:
He answered,
“When you enter the city, a man carrying a jug of water will meet you. Follow him to the house he enters,
11
NLD
En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
BSB
BSB:
and say to the owner of that house, ‘The Teacher asks: Where is the guest room, where I may eat the Passover with My disciples?’
12
NLD
En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.
BSB
BSB:
And he will show you a large upper room, already furnished. Make preparations there.”
13
NLD
En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
BSB
BSB:
So they went and found it just as Jesus had told them. And they prepared the Passover.
14
NLD
En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.
BSB
BSB:
When the hour had come, Jesus reclined at the table with His apostles.
15
NLD
En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
BSB
BSB:
And He said to them,
“I have eagerly desired to eat this Passover with you before My suffering.
16
NLD
Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.
BSB
BSB:
For I tell you that I will not eat it again until it is fulfilled in the kingdom of God.”
17
NLD
En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.
BSB
BSB:
After taking the cup, He gave thanks and said,
“Take this and divide it among yourselves.
18
NLD
Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
BSB
BSB:
For I tell you that I will not drink of the fruit of the vine from now on until the kingdom of God comes.”
19
NLD
En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
BSB
BSB:
And He took the bread, gave thanks and broke it, and gave it to them, saying,
“This is My body, given for you; do this in remembrance of Me.”
20
NLD
Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.
BSB
BSB:
In the same way, after supper He took the cup, saying,
“This cup is the new covenant in My blood, which is poured out for you.
21
NLD
Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
BSB
BSB:
Look! The hand of My betrayer is with Mine on the table.
22
NLD
En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!
BSB
BSB:
Indeed, the Son of Man will go as it has been determined, but woe to that man who betrays Him.”
23
NLD
En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.
BSB
BSB:
Then they began to question among themselves which of them was going to do this.
24
NLD
En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.
BSB
BSB:
A dispute also arose among the disciples as to which of them should be considered the greatest.
25
NLD
En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd.
BSB
BSB:
So Jesus declared,
“The kings of the Gentiles lord it over them, and those in authority over them call themselves benefactors.
26
NLD
Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient.
BSB
BSB:
But you shall not be like them. Instead, the greatest among you should be like the youngest, and the one who leads like the one who serves.
27
NLD
Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.
BSB
BSB:
For who is greater, the one who reclines at the table or the one who serves? Is it not the one who reclines? But I am among you as one who serves.
28
NLD
En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.
BSB
BSB:
You are the ones who have stood by Me in My trials.
29
NLD
En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;
BSB
BSB:
And I bestow on you a kingdom, just as My Father has bestowed one on Me,
30
NLD
Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.
BSB
BSB:
so that you may eat and drink at My table in My kingdom and sit on thrones, judging the twelve tribes of Israel.
31
NLD
En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe;
BSB
BSB:
Simon, Simon, Satan has asked to sift all of you like wheat.
32
NLD
Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.
BSB
BSB:
But I have prayed for you, Simon, that your faith will not fail. And when you have turned back, strengthen your brothers.”
33
NLD
En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.
BSB
BSB:
“Lord,” said Peter, “I am ready to go with You even to prison and to death.”
34
NLD
Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.
BSB
BSB:
But Jesus replied,
“I tell you, Peter, the rooster will not crow today until you have denied three times that you know Me.”
35
NLD
En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets.
BSB
BSB:
Then Jesus asked them,
“When I sent you out without purse or bag or sandals, did you lack anything?”
“Nothing,” they answered.
36
NLD
Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard.
BSB
BSB:
“Now, however,”
He told them,
“the one with a purse should take it, and likewise a bag; and the one without a sword should sell his cloak and buy one.
37
NLD
Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde.
BSB
BSB:
For I tell you that this Scripture must be fulfilled in Me: ‘And He was numbered with the transgressors.’ For what is written about Me is reaching its fulfillment.”
38
NLD
En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.
BSB
BSB:
So they said, “Look, Lord, here are two swords.”
“That is enough,”
He answered.
39
NLD
En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
BSB
BSB:
Jesus went out as usual to the Mount of Olives, and the disciples followed Him.
40
NLD
En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
BSB
BSB:
When He came to the place, He told them,
“Pray that you will not enter into temptation.”
41
NLD
En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,
BSB
BSB:
And He withdrew about a stone’s throw beyond them, where He knelt down and prayed,
42
NLD
Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
BSB
BSB:
“Father, if You are willing, take this cup from Me. Yet not My will, but Yours be done.”
The angel and the sweat like drops of blood
43
NLD
En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.
BSB
BSB:
Then an angel from heaven appeared to Him and strengthened Him.
44
NLD
En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
BSB
BSB:
And in His anguish, He prayed more earnestly, and His sweat became like drops of blood falling to the ground.
45
NLD
En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
BSB
BSB:
When Jesus rose from prayer and returned to the disciples, He found them asleep, exhausted from sorrow.
46
NLD
En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.
BSB
BSB:
“Why are you sleeping?”
He asked.
“Get up and pray so that you will not enter into temptation.”
47
NLD
En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.
BSB
BSB:
While He was still speaking, a crowd arrived, led by the man called Judas, one of the Twelve. He approached Jesus to kiss Him.
48
NLD
En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?
BSB
BSB:
But Jesus asked him,
“Judas, are you betraying the Son of Man with a kiss?”
49
NLD
En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan?
BSB
BSB:
Those around Jesus saw what was about to happen and said, “Lord, should we strike with our swords?”
50
NLD
En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.
BSB
BSB:
And one of them struck the servant of the high priest, cutting off his right ear.
51
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.
BSB
BSB:
But Jesus answered,
“No more of this!”
And He touched the man’s ear and healed him.
52
NLD
En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?
BSB
BSB:
Then Jesus said to the chief priests, temple officers, and elders who had come for Him,
“Have you come out with swords and clubs as you would against an outlaw?
53
NLD
Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.
BSB
BSB:
Every day I was with you in the temple courts, and you did not lay a hand on Me. But this hour belongs to you and to the power of darkness.”
54
NLD
En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre.
BSB
BSB:
Then they seized Jesus, led Him away, and took Him into the house of the high priest. And Peter followed at a distance.
55
NLD
En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen.
BSB
BSB:
When those present had kindled a fire in the middle of the courtyard and sat down together, Peter sat down among them.
56
NLD
En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.
BSB
BSB:
A servant girl saw him seated in the firelight and looked intently at him. “This man also was with Him,” she said.
57
NLD
Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.
BSB
BSB:
But Peter denied it. “Woman, I do not know Him,” he said.
58
NLD
En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet.
BSB
BSB:
A short time later, someone else saw him and said, “You also are one of them.” But Peter said, “Man, I am not.”
59
NLD
En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer.
BSB
BSB:
About an hour later, another man insisted, “Certainly this man was with Him, for he too is a Galilean.”
60
NLD
Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan.
BSB
BSB:
“Man, I do not know what you are talking about,” Peter replied. And immediately, while he was still speaking, the rooster crowed.
61
NLD
En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.
BSB
BSB:
And the Lord turned and looked at Peter. Then Peter remembered the word that the Lord had spoken to him:
“Before the rooster crows today, you will deny Me three times.”
62
NLD
En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.
BSB
BSB:
And he went outside and wept bitterly.
63
NLD
En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.
BSB
BSB:
The men who were holding Jesus began to mock Him and beat Him.
64
NLD
En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft?
BSB
BSB:
They blindfolded Him and kept demanding, “Prophesy! Who hit You?”
65
NLD
En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.
BSB
BSB:
And they said many other blasphemous things against Him.
66
NLD
En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad,
BSB
BSB:
At daybreak the council of the elders of the people, both the chief priests and scribes, met together. They led Jesus into their Sanhedrin and said,
67
NLD
Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;
BSB
BSB:
“If You are the Christ, tell us.” Jesus answered,
“If I tell you, you will not believe.
68
NLD
En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten;
BSB
BSB:
And if I ask you a question, you will not answer.
69
NLD
Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods.
BSB
BSB:
But from now on the Son of Man will be seated at the right hand of the power of God.”
70
NLD
En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben.
BSB
BSB:
So they all asked, “Are You then the Son of God?” He replied,
“You say that I am.”
71
NLD
En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.
BSB
BSB:
“Why do we need any more testimony?” they declared. “We have heard it for ourselves from His own lips.”
Chapter complete
You’ve read Luke 22
Chapter 22 of 24 in Luke
Up next
Luke 23
Read Luke 23
Listen
Back to Luke 21
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 22
A question this chapter raises
Did Jesus come to bring a sword, not peace?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 21
Luke 22
Luke 23