Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Mark 14 (NLD) · Opened
Mark
Mark
14
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Peter
, person
Judas
, person
Galilee
, place
John
, person
Nazareth
, place
James
, person
Olives Mount
, place
3 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
BSB
BSB:
Now the Passover and the Feast of Unleavened Bread were two days away, and the chief priests and scribes were looking for a covert way to arrest Jesus and kill Him.
2
NLD
Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
BSB
BSB:
“But not during the feast,” they said, “or there may be a riot among the people.”
3
NLD
En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
BSB
BSB:
While Jesus was in Bethany reclining at the table in the home of Simon the Leper, a woman came with an alabaster jar of expensive perfume, made of pure nard. She broke open the jar and poured it on Jesus’ head.
4
NLD
En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
BSB
BSB:
Some of those present, however, expressed their indignation to one another: “Why this waste of perfume?
5
NLD
Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
BSB
BSB:
It could have been sold for over three hundred denarii and the money given to the poor.” And they scolded her.
6
NLD
Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
BSB
BSB:
But Jesus said, “Leave her alone; why are you bothering her? She has done a beautiful deed to Me.
7
NLD
Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
BSB
BSB:
The poor you will always have with you, and you can help them whenever you want. But you will not always have Me.
8
NLD
Zij heeft gedaan, hetgeen zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
BSB
BSB:
She has done what she could to anoint My body in advance of My burial.
9
NLD
Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
BSB
BSB:
And truly I tell you, wherever the gospel is preached in all the world, what she has done will also be told in memory of her.”
10
NLD
En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
BSB
BSB:
Then Judas Iscariot, one of the Twelve, went to the chief priests to betray Jesus to them.
11
NLD
En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
BSB
BSB:
They were delighted to hear this, and they promised to give him money. So Judas began to look for an opportunity to betray Jesus.
12
NLD
En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
BSB
BSB:
On the first day of the Feast of Unleavened Bread, when the Passover lamb was to be sacrificed, Jesus’ disciples asked Him, “Where do You want us to prepare for You to eat the Passover?”
13
NLD
En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
BSB
BSB:
So He sent two of His disciples and told them, “Go into the city, and a man carrying a jug of water will meet you. Follow him,
14
NLD
En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
BSB
BSB:
and whichever house he enters, say to the owner, ‘The Teacher asks: Where is My guest room, where I may eat the Passover with My disciples?’
15
NLD
En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
BSB
BSB:
And he will show you a large upper room, furnished and ready. Make preparations for us there.”
16
NLD
En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
BSB
BSB:
So the disciples left and went into the city, where they found everything as Jesus had described. And they prepared the Passover.
17
NLD
En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
BSB
BSB:
When evening came, Jesus arrived with the Twelve.
18
NLD
En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
BSB
BSB:
And while they were reclining and eating, Jesus said, “Truly I tell you, one of you who is eating with Me will betray Me.”
19
NLD
En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
BSB
BSB:
They began to be grieved and to ask Him one after another, “Surely not I?”
20
NLD
Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.
BSB
BSB:
He answered, “It is one of the Twelve—the one who is dipping his hand into the bowl with Me.
21
NLD
De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
BSB
BSB:
The Son of Man will go just as it is written about Him, but woe to that man by whom He is betrayed! It would be better for him if he had not been born.”
22
NLD
En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
BSB
BSB:
While they were eating, Jesus took bread, spoke a blessing and broke it, and gave it to the disciples, saying, “Take it; this is My body.”
23
NLD
En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
BSB
BSB:
Then He took the cup, gave thanks, and gave it to them, and they all drank from it.
24
NLD
En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
BSB
BSB:
He said to them, “This is My blood of the covenant, which is poured out for many.
25
NLD
Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
BSB
BSB:
Truly I tell you, I will no longer drink of the fruit of the vine until that day when I drink it anew in the kingdom of God.”
26
NLD
En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
BSB
BSB:
And when they had sung a hymn, they went out to the Mount of Olives.
27
NLD
En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
BSB
BSB:
Then Jesus said to them, “You will all fall away, for it is written: ‘I will strike the Shepherd, and the sheep will be scattered.’
28
NLD
Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
BSB
BSB:
But after I have risen, I will go ahead of you into Galilee.”
29
NLD
En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd wierden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
BSB
BSB:
Peter declared, “Even if all fall away, I never will.”
30
NLD
En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
BSB
BSB:
“Truly I tell you,” Jesus replied, “this very night, before the rooster crows twice, you will deny Me three times.”
31
NLD
Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.
BSB
BSB:
But Peter kept insisting, “Even if I have to die with You, I will never deny You.” And all the others said the same thing.
32
NLD
En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
BSB
BSB:
Then they came to a place called Gethsemane, and Jesus told His disciples, “Sit here while I pray.”
33
NLD
En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
BSB
BSB:
He took with Him Peter, James, and John, and began to be deeply troubled and distressed.
34
NLD
En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
BSB
BSB:
Then He said to them, “My soul is consumed with sorrow to the point of death. Stay here and keep watch.”
35
NLD
En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.
BSB
BSB:
Going a little farther, He fell to the ground and prayed that, if it were possible, the hour would pass from Him.
36
NLD
En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
BSB
BSB:
“Abba, Father,” He said, “all things are possible for You. Take this cup from Me. Yet not what I will, but what You will.”
37
NLD
En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
BSB
BSB:
Then Jesus returned and found them sleeping. “Simon, are you asleep?” He asked. “Were you not able to keep watch for one hour?
38
NLD
Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
BSB
BSB:
Watch and pray so that you will not enter into temptation. For the spirit is willing, but the body is weak.”
39
NLD
En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
BSB
BSB:
Again He went away and prayed, saying the same thing.
40
NLD
En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
BSB
BSB:
And again Jesus returned and found them sleeping, for their eyes were heavy. And they did not know what to answer Him.
41
NLD
En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
BSB
BSB:
When Jesus returned the third time, He said, “Are you still sleeping and resting? That is enough! The hour has come. Look, the Son of Man is betrayed into the hands of sinners.
42
NLD
Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
BSB
BSB:
Rise, let us go. See, My betrayer is approaching!”
43
NLD
En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.
BSB
BSB:
While Jesus was still speaking, Judas, one of the Twelve, arrived, accompanied by a crowd armed with swords and clubs, sent from the chief priests, scribes, and elders.
44
NLD
En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
BSB
BSB:
Now the betrayer had arranged a signal with them: “The One I kiss is the man; arrest Him and lead Him away securely.”
45
NLD
En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, en kuste Hem.
BSB
BSB:
Going directly to Jesus, he said, “Rabbi!” and kissed Him.
46
NLD
En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
BSB
BSB:
Then the men seized Jesus and arrested Him.
47
NLD
En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
BSB
BSB:
And one of the bystanders drew his sword and struck the servant of the high priest, cutting off his ear.
48
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
BSB
BSB:
Jesus asked the crowd, “Have you come out with swords and clubs to arrest Me as you would an outlaw?
49
NLD
Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
BSB
BSB:
Every day I was with you, teaching in the temple courts, and you did not arrest Me. But this has happened that the Scriptures would be fulfilled.”
50
NLD
En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
BSB
BSB:
Then everyone deserted Him and fled.
51
NLD
En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
BSB
BSB:
One young man who had been following Jesus was wearing a linen cloth around his body. They caught hold of him,
52
NLD
En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.
BSB
BSB:
but he pulled free of the linen cloth and ran away naked.
53
NLD
En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de Schriftgeleerden.
BSB
BSB:
They led Jesus away to the high priest, and all the chief priests, elders, and scribes assembled.
54
NLD
En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
BSB
BSB:
Peter followed Him at a distance, right into the courtyard of the high priest. And he sat with the officers and warmed himself by the fire.
55
NLD
En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
BSB
BSB:
Now the chief priests and the whole Sanhedrin were seeking testimony against Jesus to put Him to death, but they did not find any.
56
NLD
Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
BSB
BSB:
For many bore false witness against Jesus, but their testimony was inconsistent.
57
NLD
En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
BSB
BSB:
Then some men stood up and testified falsely against Him:
58
NLD
Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.
BSB
BSB:
“We heard Him say, ‘I will destroy this man-made temple, and in three days I will build another that is made without hands.’”
59
NLD
En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
BSB
BSB:
But even their testimony was inconsistent.
60
NLD
En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U;
BSB
BSB:
So the high priest stood up before them and questioned Jesus, “Have You no answer? What are these men testifying against You?”
61
NLD
Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
BSB
BSB:
But Jesus remained silent and made no reply. Again the high priest questioned Him, “Are You the Christ, the Son of the Blessed One?”
62
NLD
En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
BSB
BSB:
“I am,” said Jesus, “and you will see the Son of Man sitting at the right hand of Power and coming with the clouds of heaven.”
63
NLD
En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
BSB
BSB:
At this, the high priest tore his clothes and declared, “Why do we need any more witnesses?
64
NLD
Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.
BSB
BSB:
You have heard the blasphemy. What is your verdict?” And they all condemned Him as deserving of death.
65
NLD
En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
BSB
BSB:
Then some of them began to spit on Him. They blindfolded Him, struck Him with their fists, and said to Him, “Prophesy!” And the officers received Him with slaps in His face.
66
NLD
En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
BSB
BSB:
While Peter was in the courtyard below, one of the servant girls of the high priest came down
67
NLD
En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
BSB
BSB:
and saw him warming himself there. She looked at Peter and said, “You also were with Jesus the Nazarene.”
68
NLD
Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
BSB
BSB:
But he denied it. “I do not know or even understand what you are talking about,” he said. Then he went out to the gateway, and the rooster crowed.
69
NLD
En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
BSB
BSB:
There the servant girl saw him and again said to those standing nearby, “This man is one of them.”
70
NLD
Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
BSB
BSB:
But he denied it again. After a little while, those standing nearby said once more to Peter, “Surely you are one of them, for you too are a Galilean.”
71
NLD
En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
BSB
BSB:
But he began to curse and swear, “I do not know this man of whom you speak!”
72
NLD
En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
BSB
BSB:
And immediately the rooster crowed a second time. Then Peter remembered the word that Jesus had spoken to him: “Before the rooster crows twice, you will deny Me three times.” And he broke down and wept.
Chapter complete
You’ve read Mark 14
Chapter 14 of 16 in Mark
Up next
Mark 15
Read Mark 15
Listen
Back to Mark 13
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Mark 14
A question this chapter raises
Was Jesus a Muslim?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Mark 13
Mark 14
Mark 15