Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Mark 15 (NLD) · Opened
Mark
Mark
15
NLD
BSB
A
a
Pilate
, person
Jesus
, person
Barabbas
, person
Elias
, person
Magdalene
, place
Mary Magdalene
, person
Joseph
, person
Joses
, person
13 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En terstond, des morgens vroeg, hielden de overpriesters te zamen raad, met de ouderlingen en Schriftgeleerden, en den gehelen raad, en Jezus gebonden hebbende, brachten zij Hem heen, en gaven Hem aan Pilatus over.
BSB
BSB:
Early in the morning, the chief priests, elders, scribes, and the whole Sanhedrin devised a plan. They bound Jesus, led Him away, and handed Him over to Pilate.
2
NLD
En Pilatus vraagde Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordende, zeide tot hem: Gij zegt het.
BSB
BSB:
So Pilate questioned Him, “Are You the King of the Jews?” “You have said so,” Jesus replied.
3
NLD
En de overpriesters beschuldigden Hem van vele zaken; maar Hij antwoordde niets.
BSB
BSB:
And the chief priests began to accuse Him of many things.
4
NLD
En Pilatus vraagde Hem wederom, zeggende: Antwoordt Gij niet? Zie, hoe vele zaken zij tegen U getuigen!
BSB
BSB:
Then Pilate questioned Him again, “Have You no answer? Look how many charges they are bringing against You!”
5
NLD
En Jezus heeft niet meer geantwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.
BSB
BSB:
But to Pilate’s amazement, Jesus made no further reply.
6
NLD
En op het feest liet hij hun een gevangene los, wien zij ook begeerden.
BSB
BSB:
Now it was Pilate’s custom at the feast to release to the people a prisoner of their choosing.
7
NLD
En er was een, genaamd Bar-abbas, gevangen met andere medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had.
BSB
BSB:
And a man named Barabbas was imprisoned with the rebels who had committed murder during the insurrection.
8
NLD
En de schare riep uit, en begon te begeren, dat hij deed, gelijk hij hun altijd gedaan had.
BSB
BSB:
So the crowd went up and began asking Pilate to keep his custom.
9
NLD
En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate?
BSB
BSB:
“Do you want me to release to you the King of the Jews?” Pilate asked.
10
NLD
(Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.)
BSB
BSB:
For he knew it was out of envy that the chief priests had handed Jesus over.
11
NLD
Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten.
BSB
BSB:
But the chief priests stirred up the crowd to have him release Barabbas to them instead.
12
NLD
En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik met Hem doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt?
BSB
BSB:
So Pilate asked them again, “What then do you want me to do with the One you call the King of the Jews?”
13
NLD
En zij riepen wederom: Kruis Hem.
BSB
BSB:
And they shouted back, “Crucify Him!”
14
NLD
Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
BSB
BSB:
“Why?” asked Pilate. “What evil has He done?” But they shouted all the louder, “Crucify Him!”
15
NLD
Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij Hem gegeseld had, om gekruist te worden.
BSB
BSB:
And wishing to satisfy the crowd, Pilate released Barabbas to them. But he had Jesus flogged, and handed Him over to be crucified.
16
NLD
En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen;
BSB
BSB:
Then the soldiers led Jesus away into the palace (that is, the Praetorium) and called the whole company together.
17
NLD
En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op;
BSB
BSB:
They dressed Him in a purple robe, twisted together a crown of thorns, and set it on His head.
18
NLD
En begonnen Hem te groeten, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
BSB
BSB:
And they began to salute Him: “Hail, King of the Jews!”
19
NLD
En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem.
BSB
BSB:
They kept striking His head with a staff and spitting on Him. And they knelt down and bowed before Him.
20
NLD
En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.
BSB
BSB:
After they had mocked Him, they removed the purple robe and put His own clothes back on Him. Then they led Him out to crucify Him.
21
NLD
En zij dwongen een Simon van Cyrene, die daar voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.
BSB
BSB:
Now Simon of Cyrene, the father of Alexander and Rufus, was passing by on his way in from the country, and the soldiers forced him to carry the cross of Jesus.
22
NLD
En zij brachten Hem tot de plaats Golgotha, hetwelk is, overgezet zijnde, Hoofdschedelplaats.
BSB
BSB:
They brought Jesus to a place called Golgotha, which means The Place of the Skull.
23
NLD
En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam dien niet.
BSB
BSB:
There they offered Him wine mixed with myrrh, but He did not take it.
24
NLD
En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou.
BSB
BSB:
And they crucified Him. They also divided His garments by casting lots to decide what each of them would take.
25
NLD
En het was de derde ure, en zij kruisigden Hem.
BSB
BSB:
It was the third hour when they crucified Him.
26
NLD
En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING DER JODEN.
BSB
BSB:
And the charge inscribed against Him read: THE KING OF THE JEWS.
27
NLD
En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter-, en een aan Zijn linkerzijde.
BSB
BSB:
Along with Jesus, they crucified two robbers, one on His right and one on His left.
28
NLD
En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.
BSB
BSB:
Not in the BSB
Not in the earliest manuscripts
29
NLD
En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,
BSB
BSB:
And those who passed by heaped abuse on Him, shaking their heads and saying, “Aha! You who are going to destroy the temple and rebuild it in three days,
30
NLD
Behoud Uzelven, en kom af van het kruis.
BSB
BSB:
come down from the cross and save Yourself!”
31
NLD
En insgelijks ook de overpriesters, met de Schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen.
BSB
BSB:
In the same way, the chief priests and scribes mocked Him among themselves, saying, “He saved others, but He cannot save Himself!
32
NLD
De Christus, de Koning Israels, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.
BSB
BSB:
Let the Christ, the King of Israel, come down now from the cross, so that we may see and believe!” And even those who were crucified with Him berated Him.
33
NLD
En als de zesde ure gekomen was, werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
BSB
BSB:
From the sixth hour until the ninth hour darkness came over all the land.
34
NLD
En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?
BSB
BSB:
At the ninth hour, Jesus cried out in a loud voice, “Eloi, Eloi, lema sabachthani?” which means, “My God, My God, why have You forsaken Me?”
35
NLD
En sommigen van die daarbij stonden, dit horende, zeiden: Ziet, Hij roept Elias.
BSB
BSB:
When some of those standing nearby heard this, they said, “Behold, He is calling Elijah.”
36
NLD
En er liep een, en vulde een spons met edik, en stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken, zeggende: Houdt stil, laat ons zien, of Elias komt, om Hem af te nemen.
BSB
BSB:
And someone ran and filled a sponge with sour wine. He put it on a reed and held it up for Jesus to drink, saying, “Leave Him alone. Let us see if Elijah comes to take Him down.”
37
NLD
En Jezus, een grote stem van Zich gegeven hebbende, gaf den geest.
BSB
BSB:
But Jesus let out a loud cry and breathed His last.
38
NLD
En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden.
BSB
BSB:
And the veil of the temple was torn in two from top to bottom.
39
NLD
En de hoofdman over honderd, die daarbij tegenover Hem stond, ziende, dat Hij alzo roepende den geest gegeven had, zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!
BSB
BSB:
When the centurion standing there in front of Jesus saw how He had breathed His last, he said, “Truly this man was the Son of God!”
40
NLD
En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;
BSB
BSB:
And there were also women watching from a distance. Among them were Mary Magdalene, Mary the mother of James the younger and of Joses, and Salome.
41
NLD
Welke ook, toen Hij in Galilea was, Hem waren gevolgd, en Hem gediend hadden; en vele andere vrouwen, die met Hem naar Jeruzalem opgekomen waren.
BSB
BSB:
These women had followed Jesus and ministered to Him while He was in Galilee, and there were many other women who had come up to Jerusalem with Him.
42
NLD
En als het nu avond was geworden, dewijl het de voorbereiding was, welke is de voorsabbat;
BSB
BSB:
Now it was already evening. Since it was Preparation Day (that is, the day before the Sabbath),
43
NLD
Kwam Jozef, die van Arimathea was, een eerlijk raadsheer, die ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende, en zich verstoutende, ging hij in tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus.
BSB
BSB:
Joseph of Arimathea, a prominent Council member who himself was waiting for the kingdom of God, boldly went to Pilate to ask for the body of Jesus.
44
NLD
En Pilatus verwonderde zich, dat Hij alrede gestorven was; en den hoofdman over honderd tot zich geroepen hebbende, vraagde hem, of Hij lang gestorven was.
BSB
BSB:
Pilate was surprised to hear that Jesus was already dead, so he summoned the centurion to ask if this was so.
45
NLD
En als hij het van den hoofdman over honderd verstaan had, schonk hij Jozef het lichaam.
BSB
BSB:
When Pilate had confirmed it with the centurion, he granted the body to Joseph.
46
NLD
En hij kocht fijn lijnwaad, en Hem afgenomen hebbende, wond Hem in dat fijne lijnwaad, en leide Hem in een graf, hetwelk uit een steenrots gehouwen was; en hij wentelde een steen tegen de deur des grafs.
BSB
BSB:
So Joseph bought a linen cloth, took down the body of Jesus, wrapped it in the cloth, and placed it in a tomb that had been cut out of the rock. Then he rolled a stone against the entrance to the tomb.
47
NLD
En Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Joses, aanschouwden, waar Hij gelegd werd.
BSB
BSB:
Mary Magdalene and Mary the mother of Joseph saw where His body was placed.
Chapter complete
You’ve read Mark 15
Chapter 15 of 16 in Mark
Up next
Mark 16
Read Mark 16
Listen
Back to Mark 14
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Mark 15
A question this chapter raises
Did Jesus really die on the cross?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Mark 14
Mark 15
Mark 16