Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v1.41.7
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Mark
Mark
5
NLDGBV
BSB
A
a
Mark 5
5
Mark
Ministry in Galilee
Dutch
Jesus
, person
Peter
, person
John
, person
James
, person
Gerasa
, place
Decapolis
, place
Jairus
, person
Dutch
Berean Standard Bible
1
NLDGBV
Ze kwamen aan bij de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen.
BSB
BSB:
On the other side of the sea, they arrived in the region of the Gerasenes.
2
NLDGBV
Zodra Jezus uit de boot stapte, kwam een man met een onreine geest van tussen de graven naar Hem toe.
BSB
BSB:
As soon as Jesus got out of the boat, He was met by a man with an unclean spirit, who was coming from the tombs.
3
NLDGBV
Hij leefde namelijk tussen die graven en niemand kon hem nog vastbinden, zelfs niet met een ketting.
BSB
BSB:
This man had been living in the tombs and could no longer be restrained, even with chains.
4
NLDGBV
Hij was namelijk al vaak aan handen en voeten geketend geweest, maar had telkens de ketens en boeien kapotgetrokken en vernield. Niemand kon hem in bedwang houden.
BSB
BSB:
Though he was often bound with chains and shackles, he had broken the chains and shattered the shackles. Now there was no one with the strength to subdue him.
5
NLDGBV
Dag en nacht was hij tussen de graven en in de bergen aan het schreeuwen en zichzelf met stenen aan het verminken.
BSB
BSB:
Night and day in the tombs and in the mountains he kept crying out and cutting himself with stones.
6
NLDGBV
Hij zag Jezus van ver, rende op Hem af en viel voor Hem op zijn knieën,
BSB
BSB:
When the man saw Jesus from a distance, he ran and fell on his knees before Him.
7
NLDGBV
terwijl hij riep: “Waarom bemoeit U zich met mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U in Gods naam: folter mij alstublieft niet!”
BSB
BSB:
And he shouted in a loud voice, “What do You want with me, Jesus, Son of the Most High God? I beg You before God not to torture me!”
8
NLDGBV
Jezus had namelijk tegen hem gezegd: “Onreine geest, ga uit die man weg!”
BSB
BSB:
For Jesus had already declared,
“Come out of this man, you unclean spirit!”
9
NLDGBV
Toen vroeg Jezus hem: “Hoe heet jij?” Hij antwoordde: “Mijn naam is Legio, want wij zijn met velen.”
BSB
BSB:
“What is your name?”
Jesus asked. “My name is Legion,” he replied, “for we are many.”
10
NLDGBV
Hij smeekte Jezus met aandrang om hen niet uit de streek te verjagen.
BSB
BSB:
And he begged Jesus repeatedly not to send them out of that region.
11
NLDGBV
Nu was er op de berghelling een grote kudde varkens aan het grazen.
BSB
BSB:
There on the nearby hillside a large herd of pigs was feeding.
12
NLDGBV
De onreine geesten smeekten Hem: “Stuur ons alstublieft die varkens in!”
BSB
BSB:
So the demons begged Jesus, “Send us to the pigs, so that we may enter them.”
13
NLDGBV
Jezus stemde toe en de onreine geesten kwamen naar buiten en drongen de varkens binnen. De kudde, ongeveer tweeduizend varkens, stormde de helling af, het meer in, waar ze verdronken.
BSB
BSB:
He gave them permission, and the unclean spirits came out and went into the pigs, and the herd of about two thousand rushed down the steep bank into the sea and drowned in the water.
14
NLDGBV
De varkenshoeders renden weg en brachten verslag uit in de stad en op het land. Daarom kwamen de mensen kijken wat er was gebeurd.
BSB
BSB:
Those tending the pigs ran off and reported this in the town and countryside, and the people went out to see what had happened.
15
NLDGBV
Toen ze bij Jezus kwamen, zagen ze de man zitten die door demonen bezeten was geweest; hij was gekleed en bij zijn volle verstand. Toen werden ze bang.
BSB
BSB:
When they came to Jesus, they saw the man who had been possessed by the legion of demons sitting there, clothed and in his right mind; and they were afraid.
16
NLDGBV
Zij die hadden gezien wat er met de bezeten man en met de varkens was gebeurd, legden het aan hen uit.
BSB
BSB:
Those who had seen it described what had happened to the demon-possessed man and also to the pigs.
17
NLDGBV
Toen begonnen de mensen Jezus te smeken hun streek te verlaten.
BSB
BSB:
And the people began to beg Jesus to leave their region.
18
NLDGBV
Toen Hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om met Hem mee te mogen.
BSB
BSB:
As He was getting into the boat, the man who had been possessed by the demons begged to go with Him.
19
NLDGBV
Jezus liet dat niet toe, maar zei tegen hem: “Ga naar huis en vertel je familie wat de Heer voor jou heeft gedaan en hoe Hij jou zijn mededogen heeft getoond.”
BSB
BSB:
But Jesus would not allow him.
“Go home to your own people,”
He said,
“and tell them how much the Lord has done for you, and what mercy He has shown you.”
20
NLDGBV
De man vertrok en begon in de Dekapolis te verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan. En iedereen was diep onder de indruk.
BSB
BSB:
So the man went away and began to proclaim throughout the Decapolis how much Jesus had done for him. And everyone was amazed.
21
NLDGBV
Toen Jezus naar de overkant was teruggevaren, kwam een grote menigte om Hem heen staan. Hij was nog bij het meer,
BSB
BSB:
When Jesus had again crossed by boat to the other side, a large crowd gathered around Him beside the sea.
22
NLDGBV
toen er een synagogebestuurder aankwam die Jaïrus heette. Hij zag Jezus, viel aan zijn voeten neer,
BSB
BSB:
A synagogue leader named Jairus arrived, and seeing Jesus, he fell at His feet
23
NLDGBV
en smeekte vurig: “Mijn dochtertje is stervende. Kom haar alstublieft de handen opleggen, zodat ze zal genezen en in leven blijven!”
BSB
BSB:
and pleaded with Him urgently, “My little daughter is near death. Please come and place Your hands on her, so that she will be healed and live.”
24
NLDGBV
Jezus ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem en drong tegen Hem aan.
BSB
BSB:
So Jesus went with him, and a large crowd followed and pressed around Him.
25
NLDGBV
Er was een vrouw bij die al twaalf jaar last had van bloedingen.
BSB
BSB:
And a woman was there who had suffered from bleeding for twelve years.
26
NLDGBV
Ze had allerlei behandelingen van vele dokters ondergaan en had daar al haar geld aan uitgegeven, maar in plaats van beter te worden was ze verslechterd.
BSB
BSB:
She had borne much agony under the care of many physicians and had spent all she had, but to no avail. Instead, her condition had only grown worse.
27
NLDGBV
Toen zij over Jezus hoorde, wrong ze zich tussen de mensen door en raakte ze van achteren zijn mantel aan,
BSB
BSB:
When the woman heard about Jesus, she came up through the crowd behind Him and touched His cloak.
28
NLDGBV
want ze dacht: “Als ik slechts zijn mantel aanraak, zal ik genezen.”
BSB
BSB:
For she kept saying, “If only I touch His garments, I will be healed.”
29
NLDGBV
Meteen stopte het bloeden en voelde ze aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen.
BSB
BSB:
Immediately her bleeding stopped, and she sensed in her body that she was healed of her affliction.
30
NLDGBV
Jezus merkte meteen dat er kracht van Hem was uitgegaan. Hij draaide zich om in de menigte en vroeg: “Wie heeft mijn kleren aangeraakt?”
BSB
BSB:
At once Jesus was aware that power had gone out from Him. Turning to the crowd, He asked,
“Who touched My garments?”
31
NLDGBV
Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: “U ziet toch hoe de menigte zich om U verdringt? Hoe kan U dan vragen wie U heeft aangeraakt?”
BSB
BSB:
His disciples answered, “You can see the crowd pressing in on You, and yet You ask,
‘Who touched Me?’”
32
NLDGBV
Hij bleef echter om zich heen kijken om te zien wie het had gedaan.
BSB
BSB:
But He kept looking around to see who had done this.
33
NLDGBV
De vrouw, die nu beefde van angst omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar voren, liet zich voor Hem neervallen en vertelde Hem de hele waarheid.
BSB
BSB:
Then the woman, knowing what had happened to her, came and fell down before Him trembling in fear, and she told Him the whole truth.
34
NLDGBV
Hij zei tegen haar: “Mijn dochter, je geloof heeft je genezen. Ga in vrede en wees genezen van je kwaal.”
BSB
BSB:
“Daughter,”
said Jesus,
“your faith has healed you. Go in peace and be free of your affliction.”
35
NLDGBV
Terwijl Jezus nog sprak, kwamen mensen uit het huishouden van Jaïrus de synagogebestuurder zeggen: “Uw dochtertje is gestorven. Waarom zou u de Leraar nog lastigvallen?”
BSB
BSB:
While He was still speaking, messengers from the house of Jairus arrived and said, “Your daughter is dead; why bother the Teacher anymore?”
36
NLDGBV
Jezus hoorde hun bericht, maar zei tegen de synagogebestuurder: “Wees niet bang; je moet enkel geloven.”
BSB
BSB:
But Jesus overheard their conversation and said to Jairus,
“Do not be afraid; just believe.”
37
NLDGBV
Hij liet niet toe dat er iemand met Hem meeging, behalve Petrus en de broers Jakobus en Johannes.
BSB
BSB:
And He did not allow anyone to accompany Him except Peter, James, and John the brother of James.
38
NLDGBV
Toen ze bij het huis van de synagogebestuurder waren aangekomen, zag Jezus een grote drukte. Er werd geweend en luid gejammerd.
BSB
BSB:
When they arrived at the house of the synagogue leader, Jesus saw the commotion and the people weeping and wailing loudly.
39
NLDGBV
Hij ging naar binnen en zei: “Waarom deze drukte en dit geween? Het kind is niet dood, het slaapt alleen maar.”
BSB
BSB:
He went inside and asked,
“Why all this commotion and weeping? The child is not dead, but asleep.”
40
NLDGBV
Ze lachten Hem uit, maar Hij stuurde iedereen naar buiten behalve de vader en moeder van het kind en de leerlingen die Hem vergezelden. Hij ging de kamer binnen waar het kind lag,
BSB
BSB:
And they laughed at Him. After He had put them all outside, He took the child’s father and mother and His own companions, and went in to see the child.
41
NLDGBV
nam haar hand vast en zei tegen haar: “Talita koem.” Dat betekent: “Meisje, Ik zeg je: sta op.”
BSB
BSB:
Taking her by the hand, Jesus said,
“Talitha koum!”
which means,
“Little girl, I say to you, get up!”
42
NLDGBV
Het meisje stond meteen op en begon te stappen. Ze was twaalf jaar oud. Men was buiten zichzelf van verbazing.
BSB
BSB:
Immediately the girl got up and began to walk around (she was twelve years old). And at once they were utterly astounded.
43
NLDGBV
Hij droeg hun op dat niemand dit te weten mocht komen en zei dat ze haar wat eten moesten geven.
BSB
BSB:
Then Jesus gave strict orders that no one should know about this, and He told them to give her something to eat.
Chapter complete
You’ve read Mark 5
Chapter 5 of 16 in Mark
Up next
Mark 6
Read Mark 6
Listen
Back to Mark 4
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Mark 5
A question this chapter raises
Why did God strike Uzzah for steadying the ark?
NLDGBV
Dutch. Copyright © Operation Mobilization International. Licensed under CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0). Text from eBible.org; verses renumbered to the KJV scheme where they differ, otherwise unchanged.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Mark 4
Mark 5
Mark 6