Opened
By The Kingdom Tribe (TKT).
Built by Paruto.
v1.39.3
Skip to content
Opened
Today
Ask
Read
Journey
More
Matt
Matthew
13
NLDGBV
BSB
A
a
Matthew 13
13
Matthew
Ministry in Galilee: words and deeds
Dutch
Jesus
, person
Isaiah
, person
Mary
, person
James
, person
Jude
, person
Joseph
, person
Simon
, person
Dutch
Berean Standard Bible
1
NLDGBV
Diezelfde dag verliet Jezus het huis en ging Hij bij het meer zitten.
BSB
BSB:
That same day Jesus went out of the house and sat by the sea.
2
NLDGBV
Er verzamelde zich zo'n grote mensenmassa om Hem heen, dat Hij in een boot plaatsnam, terwijl alle mensen op de oever bleven staan.
BSB
BSB:
Such large crowds gathered around Him that He got into a boat and sat down, while all the people stood on the shore.
3
NLDGBV
Hij vertelde hun van alles in de vorm van parabels. Hij zei: “Er was eens een zaaier die ging zaaien.
BSB
BSB:
And He told them many things in parables, saying,
“A farmer went out to sow his seed.
4
NLDGBV
Tijdens het zaaien vielen er wat zaadjes langs het pad en de vogels kwamen ze oppikken.
BSB
BSB:
And as he was sowing, some seed fell along the path, and the birds came and devoured it.
5
NLDGBV
Andere zaadjes vielen in ondiepe laagjes aarde op rotsgrond. De plantjes schoten meteen op, omdat de aarde ondiep was.
BSB
BSB:
Some fell on rocky ground, where it did not have much soil. It sprang up quickly because the soil was shallow.
6
NLDGBV
Maar toen de zon hoog kwam te staan, verschroeiden de plantjes; en omdat ze geen wortels hadden, gingen ze dood.
BSB
BSB:
But when the sun rose, the seedlings were scorched, and they withered because they had no root.
7
NLDGBV
Nog andere zaadjes vielen tussen het onkruid en het onkruid kwam op en verstikte hen.
BSB
BSB:
Other seed fell among thorns, which grew up and choked the seedlings.
8
NLDGBV
Weer andere zaadjes vielen in goede aarde en leverden een goede oogst op, wel honderd-, zestig- of dertigmaal zoveel als er was gezaaid.
BSB
BSB:
Still other seed fell on good soil and produced a crop—a hundredfold, sixtyfold, or thirtyfold.
9
NLDGBV
Als je oren hebt, luister dan!”
BSB
BSB:
He who has ears, let him hear.”
10
NLDGBV
Later kwamen Jezus' leerlingen Hem vragen: “Waarom spreekt U de mensen toe in de vorm van parabels?”
BSB
BSB:
Then the disciples came to Jesus and asked, “Why do You speak to the people in parables?”
11
NLDGBV
Hij antwoordde: “Omdat het jullie is gegeven de geheimen van Gods rijk te kennen, maar hun is dat niet gegeven.
BSB
BSB:
He replied,
“The knowledge of the mysteries of the kingdom of heaven has been given to you, but not to them.
12
NLDGBV
Want aan wie heeft, zal nog meer worden gegeven, zodat hij overvloed zal hebben. Maar van wie niets heeft, zal zelfs hetgeen hij heeft worden afgenomen.
BSB
BSB:
Whoever has will be given more, and he will have an abundance. Whoever does not have, even what he has will be taken away from him.
13
NLDGBV
Daarom spreek Ik hen toe in parabels, zodat ze wel zien maar niet begrijpen, en wel horen maar niet verstaan.
BSB
BSB:
This is why I speak to them in parables: ‘Though seeing, they do not see; though hearing, they do not hear or understand.’
14
NLDGBV
Voor hen is de volgende profetie van Jesaja in vervulling gegaan: ‘Jullie zullen wel horen maar niet verstaan, en wel zien maar niet begrijpen.
BSB
BSB:
In them the prophecy of Isaiah is fulfilled: ‘You will be ever hearing but never understanding; you will be ever seeing but never perceiving.
15
NLDGBV
Want het hart van dit volk is gevoelloos geworden, hun oren kunnen nauwelijks horen en hun ogen hebben ze gesloten. Anders zouden ze met hun ogen kunnen zien en met hun oren kunnen horen en met hun hart verstaan en zich bekeren en dan zou Ik hen gezond maken.’
BSB
BSB:
For this people’s heart has grown callous; they hardly hear with their ears, and they have closed their eyes. Otherwise they might see with their eyes, hear with their ears, understand with their hearts, and turn, and I would heal them.’
16
NLDGBV
Maar omdat jullie ogen zien en jullie oren horen, zijn ze gezegend.
BSB
BSB:
But blessed are your eyes because they see, and your ears because they hear.
17
NLDGBV
Want Ik verzeker jullie: veel profeten en rechtvaardige mensen wilden graag zien wat jullie zien, maar ze hebben het niet gezien. En ze wilden graag horen wat jullie horen, maar ze hebben het niet gehoord.
BSB
BSB:
For truly I tell you, many prophets and righteous men longed to see what you see but did not see it, and to hear what you hear but did not hear it.
18
NLDGBV
Luister dus naar de uitleg van de parabel van de zaaier:
BSB
BSB:
Consider, then, the parable of the sower:
19
NLDGBV
Telkens wanneer iemand de boodschap van het koninkrijk hoort en deze niet begrijpt, komt de duivel weggrissen wat in het hart van die persoon was gezaaid. Dit is wat langs het pad is gezaaid.
BSB
BSB:
When anyone hears the message of the kingdom but does not understand it, the evil one comes and snatches away what was sown in his heart. This is the seed sown along the path.
20
NLDGBV
Wat op de rotsgrond is gezaaid, is als de persoon die de boodschap hoort en haar meteen vol vreugde aanvaardt.
BSB
BSB:
The seed sown on rocky ground is the one who hears the word and at once receives it with joy.
21
NLDGBV
Maar hij is oppervlakkig en het raakt niet diep in hem geworteld. Zodra er verdrukking of vervolging komt omwille van het evangelie, komt hij ten val.
BSB
BSB:
But since he has no root, he remains for only a season. When trouble or persecution comes because of the word, he quickly falls away.
22
NLDGBV
En wat tussen het onkruid is gezaaid, is als de persoon die de boodschap hoort, maar de zorgen van dit leven en de misleiding van de rijkdom verstikken de boodschap, zodat deze niets oplevert.
BSB
BSB:
The seed sown among the thorns is the one who hears the word, but the worries of this life and the deceitfulness of wealth choke the word, and it becomes unfruitful.
23
NLDGBV
Wat in goede aarde is gezaaid, is als de persoon die het evangelie hoort, het begrijpt en vruchten voortbrengt; in het ene geval honderd-, in het andere zestig- en in nog een ander geval dertigmaal zoveel als er was gezaaid.”
BSB
BSB:
But the seed sown on good soil is the one who hears the word and understands it. He indeed bears fruit and produces a crop—a hundredfold, sixtyfold, or thirtyfold.”
24
NLDGBV
Jezus vertelde hun nog een parabel: “Het is met Gods rijk als met iemand die goed zaad in zijn akker zaaide.
BSB
BSB:
Jesus put before them another parable:
“The kingdom of heaven is like a man who sowed good seed in his field.
25
NLDGBV
Maar terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand schadelijk onkruid tussen het graan zaaien en ging hij weer weg.
BSB
BSB:
But while everyone was asleep, his enemy came and sowed weeds among the wheat, and slipped away.
26
NLDGBV
Toen de plantjes opkwamen en aren vormden, verscheen ook het schadelijk onkruid.
BSB
BSB:
When the wheat sprouted and bore grain, then the weeds also appeared.
27
NLDGBV
De knechten van de landeigenaar vroegen hem: ‘Meneer, u had toch goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dat schadelijk onkruid dan vandaan?’
BSB
BSB:
The owner’s servants came to him and said, ‘Sir, didn’t you sow good seed in your field? Where then did the weeds come from?’
28
NLDGBV
Hij antwoordde: ‘Dat heeft een vijand gedaan.’ De knechten vroegen hem: ‘Wilt u dat we gaan wieden?’
BSB
BSB:
‘An enemy did this,’ he replied. So the servants asked him, ‘Do you want us to go and pull them up?’
29
NLDGBV
Maar hij antwoordde: ‘Nee, want als jullie het onkruid zouden wieden, zouden jullie ook de wortels van het graan lostrekken.
BSB
BSB:
‘No,’ he said, ‘if you pull the weeds now, you might uproot the wheat with them.
30
NLDGBV
Laat het allemaal samen opgroeien tot de oogsttijd. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen: Breng eerst het onkruid bijeen en maak er bundels van om te verbranden, en oogst dan het graan en breng het naar mijn schuur.’”
BSB
BSB:
Let both grow together until the harvest. At that time I will tell the harvesters: First collect the weeds and tie them in bundles to be burned; then gather the wheat into my barn.’”
31
NLDGBV
Jezus vertelde hun nog een parabel: “Het is met Gods rijk als met een mosterdzaadje dat iemand in zijn akker zaaide.
BSB
BSB:
He put before them another parable:
“The kingdom of heaven is like a mustard seed that a man took and planted in his field.
32
NLDGBV
Het is kleiner dan alle andere zaden, maar wanneer het uitgroeit, is het de grootste van de moestuinplanten en wordt het een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen.”
BSB
BSB:
Although it is the smallest of all seeds, yet it grows into the largest of garden plants and becomes a tree, so that the birds of the air come and nest in its branches.”
33
NLDGBV
Hij vertelde hun nog een parabel: “Het is met Gods rijk als met desem die door een vrouw vermengd werd met drie porties meel, totdat het deeg volledig doordesemd was.”
BSB
BSB:
He told them still another parable:
“The kingdom of heaven is like leaven that a woman took and mixed into three measures of flour, until all of it was leavened.”
34
NLDGBV
Jezus vertelde dat alles aan de mensenmassa in de vorm van parabels; Hij vertelde hun niets zonder parabels te gebruiken.
BSB
BSB:
Jesus spoke all these things to the crowds in parables. He did not tell them anything without using a parable.
35
NLDGBV
Zo gingen de volgende woorden van de profeet Jesaja in vervulling: “Ik open mijn mond om in parabels te spreken, ik maak bekend wat vanaf de schepping van de wereld verborgen is geweest.”
BSB
BSB:
So was fulfilled what was spoken through the prophet: “I will open My mouth in parables; I will utter things hidden since the foundation of the world.”
36
NLDGBV
Nadat Hij afscheid had genomen van de mensenmassa, ging Hij naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: “Wilt U de parabel van het schadelijk onkruid op de akker aan ons uitleggen?”
BSB
BSB:
Then Jesus dismissed the crowds and went into the house. His disciples came to Him and said, “Explain to us the parable of the weeds in the field.”
37
NLDGBV
Jezus antwoordde: “De zaaier van het goede zaad is de Mensenzoon.
BSB
BSB:
He replied,
“The One who sows the good seed is the Son of Man.
38
NLDGBV
De akker is de wereld en het goede zaad zijn de onderdanen van het koninkrijk. Het schadelijk onkruid, dat zijn de onderdanen van de duivel.
BSB
BSB:
The field is the world, and the good seed represents the sons of the kingdom. The weeds are the sons of the evil one,
39
NLDGBV
De vijand die hen zaaide is de duivel, de oogst is het einde van de wereld en zij die de oogst binnenhalen zijn engelen.
BSB
BSB:
and the enemy who sows them is the devil. The harvest is the end of the age, and the harvesters are angels.
40
NLDGBV
En zoals het schadelijk onkruid bijeengebracht en verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij het einde van de wereld.
BSB
BSB:
As the weeds are collected and burned in the fire, so will it be at the end of the age.
41
NLDGBV
De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen alles uit zijn koninkrijk dat tot zonde aanzet en ieder die het slechte doet bijeenbrengen.
BSB
BSB:
The Son of Man will send out His angels, and they will weed out of His kingdom every cause of sin and all who practice lawlessness.
42
NLDGBV
Die zullen in de brandende oven worden gegooid en daar zal worden geweend en met de tanden geknarst.
BSB
BSB:
And they will throw them into the fiery furnace, where there will be weeping and gnashing of teeth.
43
NLDGBV
Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Als je oren hebt, luister dan!
BSB
BSB:
Then the righteous will shine like the sun in the kingdom of their Father. He who has ears, let him hear.
44
NLDGBV
Het is met Gods rijk als met een schat die in een akker is verborgen, en die door iemand wordt gevonden en weer toegedekt. Hij is er zo blij over dat hij weggaat, alles verkoopt wat hij heeft en die akker koopt.
BSB
BSB:
The kingdom of heaven is like treasure hidden in a field. When a man found it, he hid it again, and in his joy he went and sold all he had and bought that field.
45
NLDGBV
Het is met Gods rijk ook als met een zakenman die op zoek was naar mooie parels.
BSB
BSB:
Again, the kingdom of heaven is like a merchant in search of fine pearls.
46
NLDGBV
Hij vond een parel die zo kostbaar was, dat hij al zijn bezittingen verkocht om die parel te kopen.
BSB
BSB:
When he found one very precious pearl, he went away and sold all he had and bought it.
47
NLDGBV
Het is met Gods rijk ook als met een lang visnet dat in het meer werd gegooid en waarin allerlei vissen werden gevangen.
BSB
BSB:
Once again, the kingdom of heaven is like a net that was cast into the sea and caught all kinds of fish.
48
NLDGBV
Toen het vol was, werd het aan wal getrokken en men ging zitten om de goede vissen in emmers te doen en de slechte weg te gooien.
BSB
BSB:
When it was full, the men pulled it ashore. Then they sat down and sorted the good fish into containers, but threw the bad away.
49
NLDGBV
Zo zal het zijn bij het einde van de wereld. De engelen zullen eropuit gaan en de slechte mensen scheiden van de rechtvaardige.
BSB
BSB:
So will it be at the end of the age: The angels will come and separate the wicked from the righteous
50
NLDGBV
Ze zullen de slechte mensen in de brandende oven gooien en daar zal worden geweend en met de tanden geknarst.
BSB
BSB:
and throw them into the fiery furnace, where there will be weeping and gnashing of teeth.
51
NLDGBV
Hebben jullie dit alles begrepen?” De leerlingen antwoordden: “Ja.”
BSB
BSB:
Have you understood all these things?”
“Yes,” they answered.
52
NLDGBV
Jezus zei tegen hen: “Daarom is iedere Schriftgeleerde die een leerling in Gods rijk is geworden, als een huiseigenaar die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.”
BSB
BSB:
Then He told them,
“For this reason, every scribe who has been discipled in the kingdom of heaven is like a homeowner who brings out of his storeroom new treasures as well as old.”
53
NLDGBV
Toen Jezus deze parabels had afgerond, vertrok Hij daarvandaan.
BSB
BSB:
When Jesus had finished these parables, He withdrew from that place.
54
NLDGBV
Hij kwam in zijn thuisstad en onderwees de mensen daar in hun synagoge, zodat ze diep onder de indruk waren en vroegen: “Vanwaar haalt Hij die wijsheid en die wonderen?
BSB
BSB:
Coming to His hometown, He taught the people in their synagogue, and they were astonished. “Where did this man get such wisdom and miraculous powers?” they asked.
55
NLDGBV
Is dit niet de zoon van de bouwer? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas?
BSB
BSB:
“Isn’t this the carpenter’s son? Isn’t His mother’s name Mary, and aren’t His brothers James, Joseph, Simon, and Judas?
56
NLDGBV
En wonen niet al zijn zussen bij ons? Waar haalt Hij dat alles dan vandaan?”
BSB
BSB:
Aren’t all His sisters with us as well? Where then did this man get all these things?”
57
NLDGBV
Ze ergerden zich aan Hem, maar Jezus zei tegen hen: “Het is alleen in zijn thuisstad en in zijn eigen huis dat een profeet geen eer ontvangt.”
BSB
BSB:
And they took offense at Him. But Jesus said to them,
“Only in his hometown and in his own household is a prophet without honor.”
58
NLDGBV
En wegens hun ongeloof deed Hij daar slechts weinig wonderen.
BSB
BSB:
And He did not do many miracles there, because of their unbelief.
Chapter complete
You’ve read Matthew 13
Chapter 13 of 28 in Matthew
Up next
Matthew 14
Read Matthew 14
Listen
Back to Matthew 12
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Matthew 13
A question this chapter raises
What about the Inquisition?
NLDGBV
Dutch. Copyright © Operation Mobilization International. Licensed under CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0). Text from eBible.org; verses renumbered to the KJV scheme where they differ, otherwise unchanged.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Matthew 12
Matthew 13
Matthew 14