Opened
An initiative of The Kingdom Tribe (TKT)
Skip to content
Today
Ask
Read
Journey
More
Luke 5 (NLD) · Opened
Luke
Luke
5
NLD
BSB
A
a
Jesus
, person
Simon
, person
Levi
, person
Jerusalem
, place
Moses
, person
John
, person
Galilee
, place
Judea
, place
4 more
Dutch Bible 1917
Berean Standard Bible
1
NLD
En het geschiedde, als de schare op Hem aandrong, om het Woord Gods te horen, dat Hij stond bij het meer Gennesareth.
BSB
BSB:
On one occasion, while Jesus was standing by the Lake of Gennesaret with the crowd pressing in on Him to hear the word of God,
2
NLD
En Hij zag twee schepen aan den oever van het meer liggende, en de vissers waren daaruit gegaan, en spoelden de netten.
BSB
BSB:
He saw two boats at the edge of the lake. The fishermen had left them and were washing their nets.
3
NLD
En Hij ging in een van die schepen, hetwelk van Simon was, en bad hem, dat hij een weinig van het land afstak; en nederzittende, leerde Hij de scharen uit het schip.
BSB
BSB:
Jesus got into the boat belonging to Simon and asked him to put out a little from shore. And sitting down, He taught the people from the boat.
4
NLD
En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen.
BSB
BSB:
When Jesus had finished speaking, He said to Simon,
“Put out into deep water and let down your nets for a catch.”
5
NLD
En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid, en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen.
BSB
BSB:
“Master,” Simon replied, “we have worked hard all night without catching anything. But because You say so, I will let down the nets.”
6
NLD
En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde.
BSB
BSB:
When they had done so, they caught such a large number of fish that their nets began to tear.
7
NLD
En zij wenkten hun medegenoten, die in het andere schip waren, dat zij hen zouden komen helpen. En zij kwamen, en vulden beide de schepen, zodat zij bijna zonken.
BSB
BSB:
So they signaled to their partners in the other boat to come and help them, and they came and filled both boats so full that they began to sink.
8
NLD
En Simon Petrus, dat ziende, viel neder aan de knieen van Jezus, zeggende: Heere! ga uit van mij; want ik ben een zondig mens.
BSB
BSB:
When Simon Peter saw this, he fell at Jesus’ knees. “Go away from me, Lord,” he said, “for I am a sinful man.”
9
NLD
Want verbaasdheid had hem bevangen, en allen, die met hem waren, over de vangst der vissen, die zij gevangen hadden;
BSB
BSB:
For he and his companions were astonished at the catch of fish they had taken,
10
NLD
En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen.
BSB
BSB:
and so were his partners James and John, the sons of Zebedee.
“Do not be afraid,”
Jesus said to Simon.
“From now on you will catch men.”
11
NLD
En als zij de schepen aan land gestuurd hadden, verlieten zij alles, en volgden Hem.
BSB
BSB:
And when they had brought their boats ashore, they left everything and followed Him.
12
NLD
En het geschiedde, als Hij in een dier steden was, ziet, er was een man vol melaatsheid; en Jezus ziende, viel hij op het aangezicht, en bad Hem, zeggende: Heere! zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
BSB
BSB:
While Jesus was in one of the towns, a man came along who was covered with leprosy. When he saw Jesus, he fell facedown and begged Him, “Lord, if You are willing, You can make me clean.”
13
NLD
En Hij, de hand uitstrekkende, raakte hem aan; en zeide: Ik wil, word gereinigd! En terstond ging de melaatsheid van hem.
BSB
BSB:
Jesus reached out His hand and touched the man.
“I am willing,”
He said.
“Be clean!”
And immediately the leprosy left him.
14
NLD
En Hij gebood hem, dat hij het niemand zeggen zou; maar ga heen, zeide Hij, vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, gelijk Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
BSB
BSB:
“Do not tell anyone,”
Jesus instructed him.
“But go, show yourself to the priest and present the offering Moses prescribed for your cleansing, as a testimony to them.”
15
NLD
Maar het gerucht van Hem ging te meer voort; en vele scharen kwamen samen om Hem te horen, en door Hem genezen te worden van hun krankheden.
BSB
BSB:
But the news about Jesus spread all the more, and great crowds came to hear Him and to be healed of their sicknesses.
16
NLD
Maar Hij vertrok in de woestijnen, en bad aldaar.
BSB
BSB:
Yet He frequently withdrew to the wilderness to pray.
17
NLD
En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en er zaten Farizeen en leraars der wet, die van alle vlekken van Galilea, en Judea, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was er om hen te genezen.
BSB
BSB:
One day Jesus was teaching, and the Pharisees and teachers of the law were sitting there. People had come from Jerusalem and from every village of Galilee and Judea, and the power of the Lord was present for Him to heal the sick.
18
NLD
En ziet, enige mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was, en zochten hem in te brengen, en voor Hem te leggen.
BSB
BSB:
Just then some men came carrying a paralyzed man on a mat. They tried to bring him inside to set him before Jesus,
19
NLD
En niet vindende, waardoor zij hem inbrengen mochten, overmits de schare, zo klommen zij op het dak, en lieten hem door de tichelen neder met het beddeken, in het midden, voor Jezus.
BSB
BSB:
but they could not find a way through the crowd. So they went up on the roof and lowered him on his mat through the tiles into the middle of the crowd, right in front of Jesus.
20
NLD
En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven.
BSB
BSB:
When Jesus saw their faith, He said,
“Friend, your sins are forgiven.”
21
NLD
En de Schriftgeleerden en de Farizeen begonnen te overdenken, zeggende: Wie is Deze, Die gods lastering spreekt? Wie kan de zonden vergeven, dan God alleen?
BSB
BSB:
But the scribes and Pharisees began thinking to themselves, “Who is this man who speaks blasphemy? Who can forgive sins but God alone?”
22
NLD
Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende, antwoordde en zeide tot hen: Wat overdenkt gij in uw harten?
BSB
BSB:
Knowing what they were thinking, Jesus replied,
“Why are you thinking these things in your hearts?
23
NLD
Wat is lichter te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?
BSB
BSB:
Which is easier: to say, ‘Your sins are forgiven,’ or to say, ‘Get up and walk’?
24
NLD
Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u, sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
BSB
BSB:
But so that you may know that the Son of Man has authority on the earth to forgive sins…”
He said to the paralytic,
“I tell you, get up, pick up your mat, and go home.”
25
NLD
En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende.
BSB
BSB:
And immediately the man stood up before them, took what he had been lying on, and went home glorifying God.
26
NLD
En ontzetting heeft hen allen bevangen, en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vreze, zeggende: Wij hebben heden ongelofelijke dingen gezien.
BSB
BSB:
Everyone was taken with amazement and glorified God. They were filled with awe and said, “We have seen remarkable things today.”
27
NLD
En na dezen ging Hij uit, en zag een tollenaar, met name Levi, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij.
BSB
BSB:
After this, Jesus went out and saw a tax collector named Levi sitting at the tax booth.
“Follow Me,”
He told him,
28
NLD
En hij, alles verlatende, stond op en volgde Hem.
BSB
BSB:
and Levi got up, left everything, and followed Him.
29
NLD
En Levi richtte Hem een groten maaltijd aan, in zijn huis; en er was een grote schare van tollenaren, en van anderen, die met hen aanzaten.
BSB
BSB:
Then Levi hosted a great banquet for Jesus at his house. A large crowd of tax collectors was there, along with others who were eating with them.
30
NLD
En hun Schriftgeleerden en de Farizeen murmureerden tegen Zijn discipelen, zeggende: Waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren?
BSB
BSB:
But the Pharisees and their scribes complained to Jesus’ disciples, “Why do you eat and drink with tax collectors and sinners?”
31
NLD
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.
BSB
BSB:
Jesus answered,
“It is not the healthy who need a doctor, but the sick.
32
NLD
Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering.
BSB
BSB:
I have not come to call the righteous, but sinners, to repentance.”
33
NLD
En zij zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeen, maar de Uwe eten en drinken?
BSB
BSB:
Then they said to Him, “John’s disciples and those of the Pharisees frequently fast and pray, but Yours keep on eating and drinking.”
34
NLD
Doch Hij zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen, terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten?
BSB
BSB:
Jesus replied,
“Can you make the guests of the bridegroom fast while He is with them?
35
NLD
Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen.
BSB
BSB:
But the time will come when the bridegroom will be taken from them; then they will fast.”
36
NLD
En Hij zeide ook tot hen een gelijkenis: Niemand zet een lap van een nieuw kleed op een oud kleed; anders zo scheurt ook dat nieuwe het oude, en de lap van het nieuwe komt met het oude niet overeen.
BSB
BSB:
He also told them a parable:
“No one tears a piece of cloth from a new garment and sews it on an old one. If he does, he will tear the new garment as well, and the patch from the new will not match the old.
37
NLD
En niemand doet nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo zal de nieuwe wijn de leder zakken doen bersten, en de wijn zal uitgestort worden, en de leder zakken zullen verderven.
BSB
BSB:
And no one pours new wine into old wineskins. If he does, the new wine will burst the skins, the wine will spill, and the wineskins will be ruined.
38
NLD
Maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen, en zij worden beide te zamen behouden.
BSB
BSB:
Instead, new wine is poured into new wineskins.
39
NLD
En niemand, die ouden drinkt, begeert terstond nieuwen; want hij zegt: De oude is beter.
BSB
BSB:
And no one after drinking old wine wants new, for he says, ‘The old is better.’”
Chapter complete
You’ve read Luke 5
Chapter 5 of 24 in Luke
Up next
Luke 6
Read Luke 6
Listen
Back to Luke 4
Go deeper
Commentary
What the commentators say on Luke 5
A question this chapter raises
Isn’t belief in God just wishful thinking?
NLD
Dutch Bible 1917 (1917). Public domain. Text from eBible.org.
BSB
The Holy Bible, Berean Standard Bible, BSB. Dedicated to the public domain. BereanBible.com
Luke 4
Luke 5
Luke 6